Radboud Universiteit
Zoek in de site...

Help, de insecten verdwijnen!

Datum bericht: 3 januari 2018

De conclusie van Nijmeegse ecologen werd wereldnieuws: in Duitse natuurgebieden – en vermoedelijk ook in Nederland – is het aantal insecten in 27 jaar tijd met 76 procent afgenomen. Hoe kan dat en wat kunnen we eraan doen? Hans de Kroon en Caspar Hallmann weten één ding zeker: “We hebben geen tijd om nog jaren stil te zitten.”

Compleet overdonderd waren ze. Ja, natuurlijk hadden ze een goede, gedegen analyse gemaakt. En oké, de conclusie dat driekwart van de insecten in Duitsland is verdwenen in de laatste dertig jaar, vonden ze zelf ook “dramatisch”. Maar dat ze door hun publicatie de halve wereldpers over zich heen zouden krijgen en opschudding zouden veroorzaken tot in het Europees Parlement, hadden hoogleraar Hans de Kroon en promovendus Caspar Hallmann niet verwacht. ‘Aantal insecten in Duitsland drastisch afgenomen’, schreef NRC Handelsblad op de voorpagina van 19 oktober. De Britse krant The Guardian sprak over ‘het ecologische Armageddon’. De Wereld Draait Door, Pauw, Radio 1; allemaal wilden ze De Kroon in hun uitzending. Grote media wijdden hoofdredactionele commentaren aan de zaak, tot The New York Times aan toe. En het bleef niet bij woorden. Begin november waren de wetenschappers in het Europees Parlement en één dag voor dit interview besloot het Verenigd Koninkrijk een veelgebruikt en omstreden type insecticide te verbieden.

max-kleinen-EBk4s9F6yr4-unsplash

“Van tevoren dachten we: dat nieuws gaat niet veel doen hier”, lacht De Kroon, hoogleraar Plantenecologie aan de Radboud Universiteit, in zijn werkkamer in het Huygensgebouw. “Het gaat slecht met de insecten, dat weten we allemaal toch? Op de voorruit van auto’s zaten dertig jaar geleden een stuk meer vliegjes dan nu. Maar wij hangen er een getal aan, en ineens schrikt iedereen zich het leplazarus.”

Verbijsterend nauwkeurig

Het verhaal begint drie jaar eerder. Hallmann, aan de Radboud Universiteit bezig met een promotieonderzoek over vogels, had ontdekt dat er minder insectenetende vogels leven in gebieden met veel pesticiden in het landschap. Hallmann: “De logische conclusie was: dat komt doordat die vogels minder voedsel hebben – en er dus minder insecten zijn. Maar hard bewijs daarvoor hadden we niet.” De zoektocht naar bewijs voor zijn vogelsterfte-theorie leidt Hallmann en zijn promotor Hans de Kroon naar een oud schoolgebouw in het Duitse stadje Krefeld, bij Düsseldorf. Daar blijkt iets bijzonders gaande: een toegewijde groep veldbiologen werkt er al sinds 1989 aan het bijhouden van de insectenpopulatie in een groot gebied. “Verbijsterend nauwkeurig waren ze”, zegt De Kroon. “On-waar-schijn-lijk. Dit is het schoolvoorbeeld van Duitse gründlichkeit, in de beste zin van het woord.”

De studie is zo opvallend, benadrukken de onderzoekers, omdat er wereldwijd nauwelijks kwantitatieve gegevens zijn over insecten. Hallmann: “Van vlinders, motten en bijen weten we wel wat, maar daar houdt het zo’n beetje op. Dat komt door de diversiteit. Vang je één week insecten in een potje, dan heb je zo honderden soorten te pakken, genoeg om tientallen experts maanden aan het werk te zetten. Die soorten kun je niet een voor een gaan bestuderen.”

1500 potjes

De biologen in Krefeld hadden iets slims bedacht: door niet de insecten te tellen, maar de potjes waarin ze werden gevangen te wegen volgens een gestandaardiseerd systeem, kunnen de biologen over een langere periode gegevens bijhouden van het gemiddelde aantal insecten per seizoen. Door de jaren heen verzamelden ze 1500 potjes. “Die Duitsers hadden natuurlijk al lang gezien dat er een sterke achteruitgang was”, vertelt De Kroon. “Hun potjes werden steeds leger en dat noteerden ze netjes. Maar ze hadden er nooit een grootschalige analyse op losgelaten. Dat werd onze taak.”

Zo bleek dat er nog veel minder insecten over zijn dan iedereen dacht. “Door die studies naareen.” bijen en vlinders wisten we wel dat er iets aan de hand was”, zegt Hallmann. “Maar ruim driekwart minder insecten? Dat is véél, alarmerend veel.” En het is een probleem, benadrukt De Kroon, want insecten zijn enorm belangrijk voor het leven op aarde. “Veel processen in ons ecosysteem zijn afhankelijk van insecten. Deze keldering is dramatisch voor vogels, amfibieën, reptielen en zelfs zoetwatervissen. Als de biodiversiteit afneemt, krijg je sneller plagen. En denk ook aan plantenbestuiving, die voor een groot deel door insecten wordt gedaan. Ze hebben nog meer taken, bijvoorbeeld in de grond, waarover we nog niet alles weten.”

Toevalstreffer

Het Duitse werk was voor de Nijmeegse onderzoekers een toevalstreffer. Hallmann: “Die veldbiologen dachten 27 jaar geleden niet: goh, laten we eens kijken of het aantal insecten afneemt. Ze waren gewoon geïnteresseerd in de biodiversiteit van het gebied. Maar voor ons is het fantastisch dat ze het gedaan hebben.” Al in de zomer – hun artikel ligt nog op stapel voor publicatie – krijgt De Kroon ongeduldige telefoontjes uit Duitsland. Schiet nou op jongens, zeggen de mannen in Krefeld, we kunnen de pers niet veel langer buiten de deur houden. In het vooraanstaande wetenschappelijke tijdschrift Science heeft dan al een reportage gestaan over het markante potjesonderzoek van de Duitsers. Ook andere journalisten beginnen lucht te krijgen van de zaak en bovendien is de kwestie in de Duitse Bondsdag ter sprake geweest. De Kroon: “Juist daarom dacht ik: dit is geen nieuws meer, zéker niet internationaal.”

Het blijkt – zacht gezegd – een onderschatting. De impact van de Duits-Nederlandse studie is zo groot dat het Verenigd Koninkrijk, mede op basis van de publicatie, besluit tot een volledig verbod op sommige bestrijdingsmiddelen. De Kroon en Hallmann reizen begin november op het laatste moment naar Brussel om een bijeenkomst in het Europees Parlement in te leiden, die gaat over een Europees verbod. In december zal het parlement daarover een besluit nemen.

Intussen verschijnen in de media ook kritische vragen. Klopt die 76 procent bijvoorbeeld wel? De Kroon: “Sommige lezers concludeerden dat we 1989 als basisjaar hadden genomen en dat het resultaat anders was geweest, als we van een ander jaar uit waren gegaan. Maar dat is niet zo. Alle variaties, zoals seizoenwisselingen, staan keurig in ons model. Zo komen we op een afname van gemiddeld 6,6 procent per jaar, ofwel 76 procent in 27 jaar. Een heel robuust resultaat.”

Hoofdverdachte

Rest de vraag: hoe valt de gigantische afname te verklaren? In hun publicatie wijzen Hallmann en De Kroon geen definitieve oorzaak aan. Maar ze hebben er uiteraard wel ideeën over. De Kroon: “Ik maak vaak de vergelijking met een beklaagdenbank. Welke verdachten kunnen we vrijpleiten, welke blijven erin zitten?”

In hun studie sluiten de Nijmeegse onderzoekers een aantal voor de hand liggende verklaringen uit. Ze bestudeerden talloze luchtfoto’s en weergegevens, om te kijken of de omstandigheden in de meetgebieden door de jaren heen zijn veranderd. Hallmann: “In begroeid landschap vliegen minder insecten. En als het slecht weer is, vang je er minder. In ons model hebben we voor dat soort factoren gecorrigeerd.” Ook klimaatverandering speelt geen rol. “De opwarming van de aarde zou een toename kunnen verklaren, zeker geen afname, want insecten overleven makkelijker als het warm is.”

Versnippering

Blijft zitten in de beklaagdenbank: de invloed van de landbouw. De Duitse onderzochte gebieden zijn allemaal redelijk klein, liggen ver van elkaar én worden omringd door grote lappen akkers. Net als overigens het landschap in Nederland en veel andere delen van de wereld. Die akkers zijn voor insecten verschrikkelijke plaatsen, legt Hallmann uit. “Pesticiden maken de gebieden niet alleen onbewoonbaar, maar zelfs vijandig. Bovendien is de landbouw de laatste decennia geïntensiveerd: steeds minder bermen en heggetjes, alles tot aan de laatste centimeter benut. Vreselijk voor insecten, want er zijn bijna nergens meer bloemen en struiken waar ze op kunnen landen of hun eitjes op kunnen afzetten. Laat staan dat ze er hun jaarcyclus rondmaken.” Voor de duidelijkheid: de Nijmeegse onderzoekers kunnen de ‘hoofdverdachte’ niet schuldig verklaren. Maar, zegt De Kroon, de schadelijke effecten van pesticiden zijn al gebleken uit ander onderzoek. “Hoeveel meer bewijs heb je nodig? De manier waarop we nu op grote schaal ons voedsel verbouwen, met alles dat daarvoor nodig is – zeer intensief, met weinig ruimte voor de natuur en veel pesticiden –, zelfs de insecten trekken dat niet. We moeten nú echt iets veranderen.”

Meer rommel

Toch is er vooralsnog geen reden om bij de pakken neer te zitten, benadrukt hij. “Bij De Wereld Draait Door deden ze een beetje alsof ons hel en verdoemenis staan te wachten. Ik wil er duidelijk over zijn: dat is niet zo. Door hun snelle reproductie zijn insecten enorm veerkrachtig. Ja, ze kunnen hard geraakt worden, maar evengoed snel terugkeren, áls we hen een handje helpen.”

Door de oorzaken van de achteruitgang verder te onderzoeken, willen de wetenschappers ontdekken hoe we de trend het best kunnen ombuigen. Bijvoorbeeld door anders om te gaan met onze voedselproductie, maar ook door de rest van het landschap vriendelijker te maken voor insecten. Iedereen kan daarbij helpen, zegt Hallmann. “Laat die paardenbloem op je grasveldje staan, in plaats van hem weg te maaien. Leg je tuin niet alleen vol stenen, maar maak een perkje met open grond. Sommige bijen graven zich in; als alles gazon en tegel is, lukt dat niet.”

Op grotere schaal werkt De Kroon samen met de overheid om meer wilde bloemen te krijgen op de dijken. “We hebben 17.000 kilometer dijk in Nederland. Dat is een enorm netwerk dat al helemaal klaarligt om er een insectensnelweg van te maken. We willen goede zaadmengsels ontwikkelen voor graslanden die insecten fijn vinden en die de dijk mogelijk zelfs steviger maken. Daar liggen dus grote kansen.” Terwijl in de Europese politiek belangrijke beslissingen op stapel staan over een insecticidenverbod, zijn de ecologen al weer een stap verder. Ze hopen dat door hun publicatie meer verborgen data over insecten de weg naar de Radboud Universiteit vinden, zodat duidelijker wordt in hoeverre het probleem ook in Nederland speelt. De Kroon: “Het is onwaarschijnlijk dat alleen deze zestig Duitsers zo’n studie doen. Ik heb al een paar berichten van oud-collega’s over mogelijke collecties. De vraag is natuurlijk of die zó gedocumenteerd zijn dat ze een trendanalyse over tijd toelaten. Maar wie weet.”

Foto 1: Max Kleinen via Unsplash.