Aftellen naar Radboud100

In 2023 vieren we het 100-jarige bestaan van de Radboud Universiteit. Daarom doen we een ‘trip down memory lane’ met 100 quotes: uit elk jaar één quote. Duik in de archieven van de universiteit en ontdek wat er in de afgelopen 100 jaar is gebeurd. Kijk je mee?

Hoe was het om in de afgelopen 100 jaar aan de Radboud Universiteit te studeren of te werken? Wie zijn de belangrijke, of juist vergeten, namen in de geschiedenis van de universiteit? En welke gebeurtenissen veranderden hun leven?

De #Radboud100 quotes vertellen jou het verhaal van de universiteit. Over toen en nu, over de mooie en minder mooie momenten uit de geschiedenis en over de overeenkomsten en de verschillen. Over 100 jaar Radboud Universiteit.

2022

“I think the Radboud University logo is beautiful. I decided to celebrate my tenure by getting this tattoo. I feel very well at home here at Radboud University (...) Moving to the Netherlands (...) marked an important change for me. This tattoo represents more than just my place of work.”

  • Ivan Boldyrev, assistant professor in Economic Theory and Policy heeft een tattoo van het logo van de universiteit op zijn arm laten zetten om zijn dankbaarheid en enthousiasme over de Radboud Universiteit te vereeuwigen (social mediakanalen Radboud Universiteit).

2021

'Het is wel een karaktertrek van de Radboud Universiteit dat er altijd een extra boodschap moet zijn, het bedrijven van wetenschap is niet genoeg en dat is altijd zo geweest. Idealisme zit in de wortels van de universiteit, maatschappelijke impact is zelfs de raison d’être.'

  • Universiteitshistoricus Jan Brabers reageert op de Radboud Impact Day (18 november), waarmee de universiteit haar duurzaamheidsprofiel onder de aandacht bracht (Radboud Magazine).
Intromarkt tijdens corona - mondkapjes (2020)

2020

'Ik kies voor de afzondering, waar andere mensen zich een hoedje zijn geschrokken van de isolatie. Maar dingegn die je ongevraagd overkomen, kun je wel degelijk opladen met betekenis. (…) In plaats van ons te verzetten, zouden we de situatie ook kunnen omhelzen.'

  • Hoogleraar Liturgiewetenschap Thomas Quartier, ingetreden als monnik in Abdij Keizersberg in Leuven, in een reflectie op de coronacrisis (Radboud Magazine). De introductiemarkt in augustus 2020 kreeg te maken met coronamaatregelen vanuit de overheid, zoals anderhalve meter afstand houden en maximale groepsgroottes.  

2019

'Bij het uitsterven van de mens kunnen we ons zo weinig voorstellen, dat zelfs dat ons niet raakt.'

  • Hoogleraar Filosofie René ten Bos, dan Denker des Vaderlands, over zijn boek Extinctie, een noodklok over het verlies aan biodiversiteit (Vox).

2018

‘Tentamensurveillant Henk (86) is op non-actief gesteld omdat hij als surveillant niet irritant genoeg was. (...) “Henk is altijd perfect voorbereid, krijgt het voor elkaar om zijn droge crackers volledig geluidloos op te eten en loopt zonder luid tikkende hakken door de zaal, zoals een echte surveillant wel zou moeten doen.”’

  • Quote uit De Pipet, een satirisch nieuwsmedium voor studerend Nijmegen (onderdeel van de ANS).

2017

'In onze keuken gebeurde het wél dat je in de ochtend ineens zes meiden op slaapmatjes aantrof, als iemand een verjaardag had gevierd en het te laat was geworden. Het was echt een tijd waarin ik me graag liet verrassen. Je ziet wel hoe het leven loopt, dat was op de Bromstraat mijn motto.'

  • (Oud)student Pedagogische Wetenschappen Hanneke Wijkhuis blikt in Radboud Magazine terug op haar studententijd (1977-1982) en haar ervaringen in studentenhuisvesting Hoogeveldt. 'Ik heb op de gang vrienden voor het leven gemaakt, ik zou het nooit hebben willen missen. Ook de feesten niet, ik geloof dat wij de laatste generatie waren die op de gang nog uitgebreid kon feesten. Nee, niet op onze gang, daar waren te veel stemmen tegen, maar op nabije gangen hebben we meer dan eens tot zes uur ’s ochtends doorgehaald. In onze keuken gebeurde het wél dat je in de ochtend ineens zes meiden op slaapmatjes aantrof, als iemand een verjaardag had gevierd en het te laat was geworden. Het was echt een tijd waarin ik me graag liet verrassen. Je ziet wel hoe het leven loopt, dat was op de Bromstraat mijn motto.'

2016

'Vitesse heeft erg zijn best gedaan om de ideale vijand te zijn voor NEC en De Graafschap.'

  • Historicus Jon Verriet over de in tijd verschuivende rivaliteit in zijn geschiedschrijving van de Gelderse voetbalclubs (Vox).

2015

'Mijn hoop om zonder veel ervaring aan een vaste baan te komen, was nihil (…) Als basispsycholoog kom je niet ver. Er is altijd wel iemand met meer ervaring.'

  • Pas afgestudeerde psycholoog Roxanne Hummel merkt de gevolgen van een krappe arbeidsmarkt. Door een gebrek aan banen zoeken veel afgestudeerden een zogenaamde werkervaringsplek zodat zij toch ervaring op kunnen doen in hun werkveld. Het nadeel: zij worden nauwelijks tot niet betaald voor een volledige functie. Ook de pas afgestudeerde Naida Djuheric krijgt een aanbod om werkervaring op te doen: 'Een half jaar fulltime werken als volwaardig beleidsadviseur voor een stagevergoeding van tweehonderd euro plus een startersbeurs van vijfhonderd euro per maand is niet wat je hoopt.' (Vox)

2014

'Eén vrouw is geen vrouw. Je hebt minstens drie vrouwen nodig om te voorkomen dat die ene zich gaat aanpassen aan de mannencultuur.'

  • Hoogleraar vrouwencardiologie Angela Maas (‘Hart voor vrouwen’) in Vox

2013

'Wetenschap is geen sprint – en zeker geen sprint in steeds weer een andere richting – maar wetenschap is duursport volgens een vast kompas.'

  • Voorzitter college van bestuur prof. Gerard Meijer in zijn toespraak op donderdag 23 mei 2013 tijdens de 90e Dies Natalis. 

2012

'De universiteit bestaat negentig jaar en de hoogste positie die een vrouw heeft weten te bereiken is het decanaat. We lopen achter.'

  • Arthur Willemsen, secretaris van Donders Instituut, over de zoektocht naar een nieuwe collegevoorzitter (Vox).

2011

'De meeste fraudegevallen die wij zien zijn het gevolg van dommigheid. (...) Waar ze op de middelbare school leerden dat je alles van internet mag plukken om het te gebruiken in een werkstuk, begrijpen niet alle studenten dat dat in een academische opleiding anders ligt.'

  • Lettica Hustinx, universitair docent taalbeheersing en voorzitter van examencommissie Nederlandse taal en cultuur, over de toegenomen fraude onder (voornamelijk eerstejaars) studenten (Vox).

2010

'Lieve Annelien, als kleuter zei je mij dat jij later als moeder niet zou gaan werken, maar bij jouw kinderen wilde blijven. Dat sneed door mijn moederhart, maar hield mij niet thuis. Gelukkig maar, want inmiddels denk jij daar heel anders over.'

  • Judith Prins richt zich tot haar dochter in haar openingsrede als hoogleraar Medische psychologie.

2009

'Tenslotte aan mijn allerliefste Romana. Wij varen samen op een boot door de oceaan van het leven, maar tegelijkertijd ben jij mijn vuurtoren voor de reis.'

  • Mihai Netea, opgegroeid en opgeleid in het communistisch Roemenië, draagt zijn openingsrede als hoogleraar op aan zijn vrouw. Zijn leerstoel: Experimentele interne geneeskunde.

2008

'Het merendeel van ons zal terugblikken op een chaotische, maar ook bevlogen en inspirerende tijd. En misschien wel met zekere trots.'

  • Spreker (oud-student) tijdens presentatie van de tentoonstelling ‘Seventies in Nijmegen’ van Museum het Valkhof. De jaren ’70 werden gekenmerkt door grote studentenprotesten.

2007

'Het meest bang ben ik voor het moment dat ik mentaal niet meer goed genoeg ben. Dat de wil niet meer sterker is dan de pijn. Dan is het tijd om te stoppen.'

  • Wielrenner Marianne Vos, dan eerstejaars biomedische wetenschappen, is nog steeds actief op het hoogste podium (Vox).

2006

'Nadat ik ruim een maand terug was in Nederland (van een studieverblijf, red.), zat ik nog steeds elke dag op de wc van het instituut te huilen.'

  • Promovendus verhaalt over de werkdruk en psychische klachten onder promovendi (Vox).

2005

‘Afgelopen juni is namelijk een geval van open TBC geconstateerd bij een van onze cultureel antropologen in spé. (...) Er wordt nu geadviseerd de gebouwen aan de Thomas van Aquinostraat alleen binnen te treden met mondkapje. Deze alleraardigste mond- en neusbeschermers zijn nu (met Radboud-print) te verkrijgen bij de campusshop, maar wees er snel bij want op=op.’

  • Ook in 2005 werd al eens opgeroepen een mondkapje te dragen in de universiteitsgebouwen, net als in 2020 tijdens het eerste jaar van de coronapandemie (ANS).

2004

'Bovendien had geen van de bandleden zin in z’n eentje een hele nieuwe band te trekken. Dus zochten ze elkaar steeds weer op.'

  • Hoogleraar Moderne talen en cultuur (Spaans) Maarten Steenmeijer heeft popmuziek als eerste passie en verhaalt over zijn nieuwe boek, Golden Earring, Rock die niet roest (Vox).

2003

'Op internet waarschuwen ze voor weer zo’n Marijnissen met een grote mond.'

  • Oud-student Lilian Marijnissen in VoxDe toendertijd 18-jarige Radboud-student Politicologie Lilian Marijnissen memoreert haar vader Jan, oprichter van de SP. Marijnissen - Tweede Kamerlid sinds 2017, maakt dan haar entree in de gemeenteraad in Oss.

2002

'Voor mij is een universitaire opleiding vormend voor jezelf, je moet de kansen benutten om ook andere dingen dan je studie te doen.'

  • Een zevendejaars student gebruikt in de reportage ‘de eeuwige student bestaat nog’ zijn studietijd als excuus om allerlei andere projecten aan te pakken (Vox).

2001

'We willen vandaag opnieuw hun namen noemen en met hen vele andere namen van mensen die nog zo leven in ons hart, maar die niet meer tastbaar in ons midden zijn. De mens is kostbaar in Gods ogen, dat belijden we hier met elkaar, hoewel we misschien soms moeite hebben om ons een voorstelling daarvan te maken.'

  • Studentenpastor John Hacking bij de dit jaar door hem gestarte traditie om op Allerzielen de overledenen op de campus te herdenken. Dit jaar hoogleraar Archeologie Jos de Waele en de studenten Boukje Niewold en Roos de Jong, omgekomen bij een verkeersongeval op weg naar opgravingen in Pompeii (uit de herdenking, Allerzielen).

2000

'Thuis realiseer ik me het best dat ik nog heel veel moet leren.'

  • Oratie hoogleraar Tumorpathologie Han van Krieken, de huidige Rector Magnificus van de universiteit.

1999

'Persoonlijk neig ik niet naar taartgooien. Het is gewoon kinderachtig.'

  • Erik Hendriks, secretaris van de Nijmeegse studentenvakbond AKKU in ANS over een vlaai die in zijn gezicht werd gegooid. Het gooien van de vlaai was een reactie vanuit V.L.A.A.I. (Vervelende Linkse Anti Autoritaire Individuen) naar aanleiding van een incident waarbij een taart in het gezicht werd gegooid van toenmalig VVD-minister Zalm. 'Eerste slachtoffer van actiegroep V.L.A.A.I. was Erik Hendriks. Op dinsdag 26 januari werd de secretaris van de Nijmeegse studentenvakbond AKKU bruusk gevlaaid. Het schrijnende van de aanslag ligt in het volgende: in deze ANS distantieert Hendriks zich van taartgooiers: “Persoonlijk neig ik niet naar taartgooien. Het is gewoon kinderachtig.”'
Dies Natalis 1998

1998

'Het slotakkoord van een inaugurele rede is applaus. Wat mij betreft komt dat niet mij maar jou toe.'

  • Hoogleraar Otologie prof. dr. C.W.R.J. Cremers richt het slotwoord van zijn oratie aan zijn partner. Cremers bedankt zijn vrouw voor haar ‘vrolijkheid, onvoorwaardelijke inzet en opmerkelijke creativiteit’. Hij zegt verder: 'Tezamen met onze drie kinderen voel ik mij door jouw keuze voor mij als bevoorrecht. In ons gezin zijn wij ons allen bewust zeer gelukkige jaren te beleven, niet in het minst door jouw centrale rol.'

1997

‘Orde op zaken. Dat is wat we nodig hebben. Dat de onderzoeker onderzoekt, de geneeskundige geneest, de student studeert en de docent doceert. Dan zal de zon schijnen op Heijendaal en zal er voorspoed zijn, een kameraadschap en vlaggen aan de gevels en vriendschap in de harten.’

  • Auteur en docent aan de rechtenfaculteit Frans Kusters (1949-2012). Een fragment uit een column in de bundel ‘s Avonds op het Galgenveld; zijn verzamelde columns die hij schreef voor universiteitsblad KUnieuws. Dit fragment is een van de literaire bakens op de campus, op de gevel van het collegezalencomplex.

1996

'De jongeren van nu zijn de dragers van de universiteit van morgen.'

  • Dr. Paul Sars, hoofd van Studium Generale en organisator van bijeenkomsten met het thema Imago en Identiteit van de Katholieke Universiteit Nijmegen. Later werd Sars secretaris van het CvB en hoogleraar Moderne Talen en Cultuur (Letteren) (Jeroen Gradener in KUZIEN).

1995

'De sectie was de voorlaatste schil. De laatste schil is die van haar die mij nog nader staan. Die schil was schild en schuilplaats, schutstal en scherm, maar bovenal vol scheuten van liefde en vertrouwen, Madeleine, Clarine, Hadewych, Veerle. Ook daarvoor dank ik God.'

  • Hoogleraar Straf- en strafprocesrecht prof. mr. G.J.M. Corstens richt zich met de slotwoorden van zijn afscheidscollege tot zijn gezin/thuishaven.

1994

'Je kunt nog zo’n mooie schat aan documentatie hebben, als niemand er naar omkijkt dan is het een waardeloze schat.'

  • Jan Roes, directeur van het Katholiek Documentatie Centrum (KDC) bij de start van het KDC in 1969, tijdens zijn inaugurele rede tijdens het lustrum (25 jaar KDC) (alumnimagazine KUZIEN).

1993

'Ik had gedacht dat wetenschap veel moeilijker was, maar het is best eenvoudig.'

  • Bezoeker van een lezingenprogramma van de universiteit, op locatie in de regio (van Studium Generale, vergelijkbaar met Radboud Reflects tegenwoordig), in KUnieuws.

1992

'Een nationaal minderhedendebat is overbodig. Nodig zijn concrete initiatieven op plaatselijk en regionaal niveau, waarin autochtone en allochtonen in samenwerking met elkaar nieuwe praktijken ontwikkelen en uitproberen.'

  • Hoogleraar Cultuurpsychologie V. Welten in een afscheidsinterview (in KUnieuws).

1991

'Dat geroep van die verenigingen hoort erbij. Dat doen ze al sinds 1300.'

  • Cultuurpsycholoog Richard Graat over zijn onderzoek naar deelname van Nijmeegse studenten aan gezelligheidsverenigingen (KUnieuws).

1990

'Er draait vast en zeker een aangename film in Filmhuis Mariënburg of het Filmcafé. Anders kun je ook kiezen uit een van de zestien kanalen op je teevee.'

  • Over de introductieweken van 1990, onderdeel van het alternatieve programma naast de vaste onderdelen. (ANS, Algemeen Nijmeegs Studentenblad).

1989

'Het college van bestuur had een motie waarin gevraagd werd het adjectief 'katholiek' te schrappen op een geheel eigen wijze uitgelegd. "Wij zijn niet van plan een instellingsbrede discussie te starten", antwoordde het college op een niet gestelde vraag of Keizer Karel dan wel Sint Radboud inhoud moet gaan geven aan de identiteit.'

  • Johan van de Woestijne, hoofdredacteur KUnieuws, in zijn hoofdredactioneel commentaar. Uiteindelijk zou vijftien jaar later de 'K' verdwijnen uit de naam van de universiteit: sinds 2004 is het Radboud Universiteit Nijmegen, met stilaan ook het verdwijnen van 'Nijmegen' uit de naam. 

1988

'Als ik een mooi gedicht lees, denk ik: ja, zo is het. En ik denk: wat prachtig. (...) Het is hetzelfde als bij een wetenschappelijke ontdekking: de confrontatie met een waarheid. Alsof er een wereld van schoonheid voor je opengaat.'

  • Hoogleraar in Groningen Rudi van den Hoofdakker, beter bekend onder zijn pseudoniem als dichter, Rutger Kopland (KUnieuws).

1987

'Er zijn, wat mij betreft, genoeg mogelijkheden om de universiteit een katholiek gezicht te geven. Voorwaarde is echter wel dat die activiteiten nooit een voor iedereen verplicht karakter mogen krijgen. De vrijheid staat voorop, er mag zeker geen onderscheid ontstaan tussen degenen die er wel en niet aan meedoen.'

  • Prof. dr. B.M.F. van Iersel, bij zijn aanvaarding van zijn ambt van rector magnificus van de KU Nijmegen (KUnieuws).
Computer_informatica Radboud100 (1984)

1986

‘Het streven van de SURF is er op gericht om in 1990 één terminal of personal computer per tien studenten in het hoger onderwijs beschikbaar te hebben.’

  • Over de nieuwe technologische mogelijkheden van de computer en het SURF-symposium over de computer binnen het hoger onderwijs (KUnieuws).

1985

‘De invoering door de NS van de 60+ kaart voor mannen zal de universiteiten binnen niet al te lange tijd wellicht een forse bezuiniging opleveren in de post reiskostenvergoeding voor het hoger wetenschappelijk personeel.’

  • Y.E.F.M. Jeuken e/v Quax (1985), in Hora Est: gepromoveerde vrouwen aan de Katholieke Universiteit Nijmegen 1923 – 1988. Centrum voor vrouwenstudies.

1984

‘Studeren lijkt steeds meer op een dure reis met onbekende bestemming.’

  • Artikel over de invoering van een knipkaart die recht geeft op maximaal 30 uur begeleidingstijd tijdens het scriptieproces (KUnieuws).

1983

‘Leven van een studentenbudget: Lijm op de strippenkaart, gratis proefabonnementen en proletarisch winkelen.’

  • Titel van een artikel van Marcel Metze, Jos Speekman, Wim Huberts en Gert Bielderman over ‘trucjes’ om zo goedkoop mogelijk te leven (KUnieuws).

1982

‘De huidige wijze van koffie- en theeverstrekking wordt met ingang van 1 maart 1982 gereorganiseerd, in die zin dat het rondbrengen van koffie en thee op de kamers zal worden afgeschaft. In plaats daarvan komt een (...) verstrekkingswijze met vaste en mobiele verstrekkingspunten.’

  • Brief van College van Bestuur (voorzitter ir. W.C.M. van Lieshout en waarnemend secretaris prof. dr. J.C.F. Nuchelmans) aan directeuren, adjunct-secretaris van C.V.B. en de directeur van U.R.D. (Universitaire Restauratieve Dienst).

1981

‘Een promotie is tegenwoordig gelijk aan een eervol ontslag, alleen ontbreekt de gouden handdruk.’

  • M.A.M. Hulsbosch e/v Bolkestein (1981), in Hora Est: gepromoveerde vrouwen aan de Katholieke Universiteit Nijmegen 1923 – 1988. Centrum voor vrouwenstudies.

1980

'Jullie zijn eigenlijk De Balie, Frascati, De Melkweg, het Bimhuis en het Tropeninstituut ineen, en dat alles in deze kleine villa.'

  • PvdA-politicus Felix Rottenberg, in een reactie bij een debatavond in politiek-cultuurcentrum O42, opgetekend als herinnering van O42-programmeur Joy Arpots in het geschiedwerk Oranjesingel 42 van Wilfried Uitterhoeve.

1979

‘Wij zetten ons af tegen de gedragsregels, vaste patronen, opvattingen en meningen op allerlei gebied. Het varieerde van de vanuit de oude Nijmeegse studentenkringen opgedrongen kleding tot de K.V.P.-politiek. Wij verzetten ons er alle kanten opslaand tegen.’

  • Ton Regtien, in een interview opgenomen in Moet dit een wereldbeeld verbeelden?, verschenen ter nagedachtenis van de in 1977 overleden Pé Hawinkels (SUN, 1979). Ton Regtien (Amsterdam, 1938 - Amsterdam, 1989) was student psychologie, actieleider en in 1963 een van de oprichters van de Nederlandse studentenvakbeweging. Hij maakte in de jaren '60 een aantal jaren deel uit van de redactie van het Nijmeegs Universiteitsblad (NUB), samen met onder meer Hawinkels. 

1978

‘Vrouwelijke wetenschappers hebben het moeilijk, maar we moeten ook bedenken dat het voor de vrouwelijke studenten van ontzettend groot belang is dat ze er zijn, (....) dat ze niet eindeloos veel deuren met alleen maar naambordjes van mannelijke dokterandussen vinden en dan, met de ziel onder de arm, naar het Vrouwencentrum moeten om dat - wetenschappelijke - onbehagen te lozen.’

  • Ingestuurde reactie binnen de discussie over ‘Vrouwenwetenschap aan de universiteit’ in het Nijmeegs Universiteitsblad.

1977

‘En nog altijd springt de katholieke crème de la crème op de achterste poten als de K voor deze universiteit in het geding is.’

  • Over de Nijmeegse wetenschappelijke achterban van de KVP (Katholieke Volkspartij) en de Katholieke Universiteit Nijmegen in het Nijmeegs Universiteitsblad. In hetzelfde nummer wordt ook gesproken over Dries van Agt, alumnus, politicus en hoogleraar strafrecht tussen 1968-1971. Later zou hij minister-president worden. Over Van Agt wordt in het blad gezegd: 'Dries is een intellectueel, zoekt naar een wetenschappelijke aanpak, het doe-werk staat hem tegen. Hij is een man van Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek.'

1976

‘Voor veel kamerbewoners is het instituut hospita verbonden met gebrekkige akkommodatie (niet koken, eens per week douchen e.d.) en bar weinig privacy (vriendje of vriendinnetje op tijd eruit, als ze er al inmochten).’

  • Over de woningnood en het kamertekort in Nijmegen (Nijmeegs Universiteitsblad).

1975

‘Al enige jaren balanseert het Nijmeegs Universiteitsblad op de rand van een finansiële afgrond. Om vastere grond onder de voeten te krijgen hebben we abonnees nodig, nu meer dan ooit.’

  • Inschrijfformulier voor abonnement op het Nijmeegs Universiteitsblad, dat werd toegevoegd als bijlage.

1974

‘Op de eerste plaats zijn we er nog bij lange na niet in geslaagd om aan de (Nijmeegse) bevolking duidelijk te maken dat onze betrokkenheid bij hun problemen geen bemoeizieke modegril is; het is erg mooi dat op het hoogtepunt van de akties er 1.500 man door de stad hebben getrokken om dit te uiten, maar de mensen op straat hebben niet in hun handen staan klappen, integendeel.’

  • Over de geschiedenis van de studentenprotesten (Nijmeegs Universiteitsblad).

1973

‘De hogeschoolraad, geschokt door de gewelddadige moord van president Allende en van vele Chilenen (…) verzoekt het college van bestuur aan te dringen op een gemeenschappelijke verklaring van de Nederlandse universiteiten en het bovenstaande ter kennis te brengen van de Chileense universitaire instanties.’

  • Fragment van een motie uit de universiteitsraad van 4 december, ‘met grote meerderheid’ aangenomen. De voormalig Chileense president kwam in 1973 om het leven tijdens een militaire staatsgreep.
Studentenprotest 1968

1972

‘Het massale element van de studentenbeweging verdwijnt voor een tijdje naar de achtergrond en in kleine groepjes gaat men nadenken over de bijdrage van de studenten aan de totstandkoming van een betere maatschappij.’

  • Redactioneel artikel over studentenpolitiek in NijmegenNijmeegs Universiteitsblad.

1971

‘Elke instelling die zich niet geregeld bezint op haar eigen naamgeving en doelstelling wordt vaak stilzwijgend achterhaald door de levende werkelijkheid der voortschrijdende geschiedenis.’

  • Uit het rapport Katholieke universiteit? van de commissie-Schillebeeckx

1970

‘Wat moet je nou doen als je één van die 400 eerstejaars bent, die momenteel niets hebben om in te wonen. Een omgebouwd toilet als kamer aksepteren?’

  • Peter Kooij over de woningnood in Nijmegen, Nijmeegs Universiteitsblad.

1969

'Het gebruik van de ‘hij’ vorm in het officiële formulier tot aanvragen van een promotie aan deze universiteit getuigt van een even opmerkelijk gebrek aan realiteitszin als de toepassing van de ‘zij’ vorm; al zou laatstgenoemd persoonlijk voornaamwoord waarschijnlijk eerder protest opgeroepen hebben.'

  • Promovenda A.C.M. Pieck, wiskunde- en natuurwetenschappen in Hora Est: gepromoveerde vrouwen aan de Katholieke Universiteit Nijmegen 1923 – 1988. Centrum voor vrouwenstudies.

1968

‘De elfduizend lullen.’

  • Titel van een roemrucht artikel in het Nijmeegs Universiteitsblad, dat ook vanwege de begeleidende, obsceen geachte illustratie van Willemen leidde tot vragen in de Tweede Kamer en een breuk tussen blad en universiteitsbestuur.

1967

‘De tijd is voorbij dat de universiteit deel uitmaakte van een statiese maatschappij waarin zij mensen opleidde die door hun afkomst voorbeschikt waren de maatschappelijke orde in stand te houden.’

  • Beginselverklaring van de Kritiese Universiteit (protestbeweging), opgetekend in het Nijmeegs Universiteitsblad.
Opening sportcentrum RSC 1966

1966

‘En nu zal in Nijmegen door het tot stand komen van een eigen universitair sportcentrum de woorden worden omgezet in daden. (...) Een sportcentrum, waar straks de zo noodzakelijke tegenhang tegen alleen maar studie realiteit zal kunnen worden.’

  • A.W. Reitsma in Nijmeegs Studentenblad over de opening van het sportcentrum. Reitsma was de eerste directeur van het sportcentrum. 

1965

‘Er bestaat geen Universiteit, waar feller en principiëler over de nieuwe vormen van studentenleven is gestreden, dan in Nijmegen het geval is.’

  • Redactioneel, Nijmeegs Universiteitsblad.

1964

‘Het gerucht van de laatste weken, ontstaan uit de uitspraak van Minister Bot, “dat het maximale bedrag van de rijksstudietoelage met ingang van de kursus ‘64/’65 verhoogd zal moeten worden” (...) blijkt waar te zijn. Per 1 september 1964 gaat het maximum van de rijksstudietoelagen omhoog. Van f 2800,-- naar f 3400,--.’

  • Nijmeegs Universiteitsblad.

1963

‘De zeven-, acht-, negenhonderd die de generatie van 1963 vormen hebben al kennis gemaakt met een bestaand probleem: het kamertekort. Was er in juli nog iemand, die een kamer, nog geen tien minuten fietsen van het centrum, weigerde omdat het ,,te ver” is, nu aksepteert men grif een kast in Beek of Mook en zelfs in Arnhem.’

  • Hans Hermans over het kamertekort in NijmegenNijmeegs Universiteitsblad.

1962

‘Juist door het ontbreken van traditie zijn wij aan deze nog jonge afdeling vrij, om na een begin langs, zeer terecht, traditionele lijnen, nieuwe wegen in te slaan.’

  • Oratie hoogleraar in de Experimentele Natuurkunde Dr. A. Dymanus. Hij stelde verder dat ‘Het vervagen van de grenzen tussen de wetenschappen is wellicht nergens duidelijker zichtbaar dan op het terrein der natuurwetenschappen. [...] Ik hoop, dat de bijzonder prettige samenwerking in de geest van onze oude vriendschap zal bijdragen tot grote groei en bloei van de fysika aan deze Universiteit.’

1961

‘De japanners ome sam
hebben - wat men niet zou denken - 
ook vrouwen kind en meisjes
waar ze - zij het op Japanse wijze -
ook van houden grote oom’

  • Opening van het gedicht ‘hi-ro-shi-ma’ van Pé Hawinkels, in zijn debuutjaar in het Nijmeegs UniversiteitsbladPé Hawinkels (Hoensbroek, 1942 - Nijmegen, 1977) was student Nederlands, auteur, dichter, songwriter, vertaler en nog meer. Mede dankzij zijn bijdrages - onder meer talloze columns - groeide het NUB uit tot toonaangevend universiteitsmagazine in Nederland.  

1960

'Van uw kant vraag ik begrip voor de onmogelijkheid, zélfs voor een Anaesthesist, om zich tegelijk in 3 of 4 delen te splitsen.'

  • Oratie lector in de Anaesthesiologie dr. J.F. Crul, die aan de wieg stond van de  anesthesiologie-afdeling in Nijmegen.

1959

'Meer dan aan wie dan ook dien ik mijn nederige verontschuldigingen te bieden aan de studenten dezer Universiteit, omdat zij niet in staat zijn geweest hun oordeel uit te spreken over de gewenstheid van mijn tegenwoordigheid hier. En toch zijn het hun oren, ongetwijfeld gevoelig voor de schoonheid van hun moedertaal, die nu regelmatig pijnlijk getroffen zullen worden door mijn barbarismen en mijn ongewoon accent.'

  • Oratie van hoogleraar Godsdienstgeschiedenis en godsdienstwijsbegeerte dr. E.M.J.M. Cornélis O.P.  De Vlaamse hoogleraar verontschuldigt zich tegen zijn studenten voor zijn accent.

1958

‘Het komt onder studenten nog wel eens voor, dat zij, eenmaal onttrokken aan het waakzaam oog van hun ouders, in de universiteitsstad minder aandacht besteden aan hun lichamelijke welzijn dan wenselijk is.’

  • In Vox Carolina over de oprichting van de Studentengezondheidszorg.

1957

‘Elf jaar geleden - na afloop van de Tweede Wereldoorlog - is het studentenleven hernieuwd begonnen, zich voornamelijk kenmerkend door een sfeer van herstel, herstel van datgene wat een vooroorlogse studentengeneratie had opgebouwd, maar ook zich kenmerkend door een zoeken naar nieuwe wegen in het studentenleven.’

  • Over de katholieke studentendagen 1957 met als thema ‘Verandering’, Nijmeegs Universiteitsblad.

1956

‘Het groen moet er van doordrongen worden, dat het lid zijn niet een nemen is maar op de eerste plaats een geven, een bijdrage tot het algemeen zijn van de gemeenschap; want ook het groen als enkeling, eenmaal geïnaugureerd, is de gemeenschap zelf.’

  • M. v. d. Borg, Vice-praeses Ontgroeningscommissie ‘56, in het Nijmeegs Universiteitsblad over ontgroeningen binnen de Meisjesclub.

1955

‘Aan hen voor wie het NUB meer betekent dan een middel tot informatie (...) kan het niet ontgaan zijn, dat het blad zich naar inhoud en geest bewogen heeft naar een ander niveau. De statige eerbiedwaardigheid van zijn eerste jaargangen is geïnjicieerd met een element van strijdvaardigheid.’

  • Nijmeegs Universiteitsblad meldt dat zij op een ander niveau gaan schrijven en publiceren dan zij in de voorgaande jaren deden.

1954

‘Wij loven als praemie twee - door de wijncommissie aangeboden - flessen champagne uit voor haar of hem, die het beste lied maakt. Het is een serieus verzoek tot een serieuse bijdrage om het zesde lustrum van ONS Studenten Corps te doen SLAGEN.’

  • Oproep van Carolus Magnus voor een lustrumlied voor het dertigjarig bestaan van het Corps, in het Nijmeegs Universiteitsblad.
Christine Mohrmann (1953)

1953

'Ik ben er met enige schroom van bewust, dat ik door toe te treden tot Uw kring meer veranderingen teweeg breng, dan doorgaans door de intrede van een nieuwe hoogleraar veroorzaakt worden. Zo zal ik bijvoorbeeld voortaan als enigste onder U nog het voorrecht hebben, om de goede, oude formule, die ik zojuist uitsprak: “Mijne Heren Professoren” te bezigen.'

  • De eerste vrouwelijke hoogleraar Christine Mohrmann (Oudchristelijk, vulgair en middeleeuws Latijn en het oudchristelijk Grieks) in haar oratie.

1952

‘Gedurende de zomervacantie werd in de ,,Gelderlander” een mededeling van de toenmalige Rector Magnificus gepubliceerd, waarin werd gewezen op een misbruik, ‘’hierin bestaande, dat meisjesstudenten op haar kamers mannelijke studenten, en mannelijke studenten op hun kamers meisjesstudenten gedurende geruime tijd en geheel buiten studieredenen e.d. om ontvangen”(...)’

  • In het Nijmeegs Universiteitsblad stellen 'universitaire overheden' dat ze 'het op prijs zouden stellen, indien de stadgenoten, die aan studenten huisvesting verlenen, hun medewerking verlenen om de goede tradities, waartegen dit misbruik indruist, te handhaven.’

1951

‘Dit eerste nummer van het Nijmeegs Universiteitsblad verschijnt op een gelukkig tijdstip, dat van de opening der Medische Faculteit, die de volle wasdom van de universiteit brengt. Daarom is het bijna een feestnummer.’

  • De redactie in het openingswoord bij het eerste nummer van het Nijmeegs Universiteitsblad (NUB).

1950

‘Studeren is niet een recht, dat men koopt met geld, maar een opgave, die men moet aandurven. In vrijheid, moet hij zoeken naar zijn eigen ik. Een gezond egoïsme moet hem eigen zijn.’

  • A. Deenen in Vox Carolina.

1949

‘Veel van mijn studiegenoten kwamen naar de universiteit om een geschikte huwelijkspartner te vinden. Was deze eenmaal aan de haak geslagen dan staakte men het studeren.’

  • Vrouwelijke studente, jaren ’40 in Hora Est: gepromoveerde vrouwen aan de Katholieke Universiteit Nijmegen 1923 – 1988.

1948

'En nu tenslotte Nijmegen, mijn zwaar geteisterde geboortestad, waar ik mijn jeugd heb doorgebracht, waar ik in de oude Sint Stephanuskerk het Heilig Doopsel heb ontvangen, (...) de stad, waar mijn ouders en zuster reeds hun laatste rustplaats hebben gevonden. (...). Hier hoop ik ook getuige te mogen zijn van een nieuwe opbloei van Stad en Universiteit.'

  • Hoogleraar W. van de Pol richt in zijn oratie – heel bijzonder – de laatste woorden aan de stad. Zijn leerstoel: Phaenomenologie van het protestantisme.
Eerste lustrum Phocas 1952

1947

‘Maar daarenboven verkeert de student in de voor roeien zo gunstige omstandigheid, dat hij zijn vrijen tijd naar verkiezen over den dag kan verdeelen (....) hoewel het gevaar van tijdverprutsen niet denkbeeldig is! (...) De Nijmeegse student beroemt zich er op in alle opzichten te kunnen wedijveren met studenten van andere Universiteiten. Welnu …!’

  • Studentmoderator Bernard van Ogtrop bij de oprichting van Phocas, Vox Carolina.

1946

‘Alarm! CAROLUS Magnus loopt gevaar en met hem de gehele Nijmeegse Opzet! Een universiteit zonder een op peil staand studentenleven is een gevaarlijk onding, want zij zou slechts de wetenschap dienen en de opvoeding verwaarlozen. (....) De Sociëteit, die een bolwerk moest zijn van eigen geest, is verworden tot een derde rangs koffiehuis.’

  • Oproep om het ‘Nijmeegs Corps het karakter van Corps terug te geven’, Vox Carolina.

1945

'Vooral wij, Katholieken, moeten beseffen welk een machtig wapen in de strijd voor het goede een paedagogiek is, die sociaal en praktisch gericht is en gegrondvest op de onwankelbare beginselen van het Evangelie.'

  • Oratie van lector in de Paedagogiek en didactiek dr. A. Chorus, die pleit voor meer aandacht voor pedagogiek. ‘Op paedagogisch gebied experimenteert men nog steeds op eigen hand, en terwijl men wel een ingenieur te rade vraagt alvorens een brug te bouwen, laat men het aan een of ander goed gesternte over om de opvoeding der jeugd in goede banen te leiden.’

1944

‘Nu door omstandigheden het verkeer de laatste maanden gestremd, en ook in het bevrijde deel van ons land het onderling verkeer nog niet goed mogelijk is, staat gelukkig onze oude Vox weer klaar om daarin enigszins te voorzien.’

  • Vox Carolina over de verspreiding van de krant tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Sluiting universiteit tijdens WOII 1943

1943

‘Allereerst bedank ik U voor deze kaart, of beter nog voor uw medeleven met ons, (....) dat blijkt alleen al uit ‘t feit, dat U ons ‘n kaart hebt gestuurd. (...)  Elke dag weer opnieuw zagen wij reikhalzend uit naar de postuitreiking om 18 uur. ‘t Kortste berichtje uit het vaderland maakte ons dan weer zo blij, ‘t bracht telkens weer geluk in onze barak.’

  • Brief van rechtenstudent Corten aan rector magnificus Bernard Hermesdorf. In april sloten de deuren van de Radboud Universiteit, omdat Hermesdorf niet tegemoet kwam aan de eisen van de Duitse bezetter. Corten was deel van een  legioen studenten dat werd opgeroepen voor dwangarbeid in Duitsland.       

1942

‘Er was eigenlijk geen cel voor mij klaar. Maar er is ook niet veel aan klaar te maken. Een kruik met water kreeg ik, een handdoek en nog een doekje om wat schoon te maken of als servet, dat weet ik niet. (...) Hoewel het licht op de andere cellen om acht uur uitgaat, zou men mijn licht nog even aanlaten, een halfuur langer.’

  • Titus Brandsma over zijn eerste dag van gevangenschap in Scheveningen, in januari. De hoogleraar-verzetsheld wordt later in 1942, op 26 juli, vermoord in concentratiekamp Dachau. Hij vertelt daar verder over: ‘Omdat er was opgebeld, dat ik nog eten moest, kreeg ik een klein broodje, dat ook voor den volgenden morgen dienen moest en een tinnen beker met tapte-melk, op tafel stond een tinnen waschbakje met water, op het bed – een stroozak twee dekens, ik moest me maar zien te redden’ (Writings of Titus Brandsma).

1941

‘Reeds in 1939 waren uit Uw midden denkbeelden naar voren gekomen om lichaamsbeweging en sport onder studenten systematisch en krachtig aan te pakken.’

  • Studentmoderator Louis Regout kondigt de nieuwe universitaire sportorganisatie aan in Vox CarolinaRegout stelde dat de universitaire jeugd vooraan moest staan bij het bevorderen van sport en beweging. ‘Die gedachten vonden waarschijnlijk hun grond in het algemeen groeiende inzicht, dat bij ons volk in zijn geheel ten aanzien van de lichamelijke opvoeding een ernstige achterstand viel vast te stellen, en dat bij de bestrijding van dien achtergrond de universitaire jeugd een bijzondere taak had.’

1940

‘Zoo goed als allen, hebt ook gij het leed dat over ons gekomen is, gevoeld, zoo goed als allen, meer misschien dan velen, hebt gij de ellende van de oorlog gedragen (....) Die omstandigheden zijn moeilijk, zijn menschelijkerwijs gesprooken deprimeerend. En toch behoeven wij niet bedrukt en somber te zijn. Voor ons blijft altijd lichten het geloof aan Gods voorzienigheid en leiding.’

  • Rector magnificus Willem Duynstee opent een nieuwe jaargang van Vox Carolina, ongeveer vijf maanden nadat Nederland in Duitse handen kwam.

1939

‘Vraag 1: Wat is de voornaamste reden waarom je hier in Nijmegen gekomen bent?' (...) Bepaald schitterend van onbewuste humor was het volgende: ‘Om meester in de rechten te worden, en verder nog wat ontwikkeling op te doen.’

  • Vox Carolina, in een toelichting bij de ‘Groenen-test’ onder eerstejaars studenten.

1938

‘Zang (professoren): ‘Hier ziet u helden van de geest. / In al wat wij beweren / Is vast nog nooit een fout geweest.'
Tegenzang (studenten): ‘Bij ‘t zetten reeds van d’eersten stap, / Waart gij, geleerde heeren / De neus der zalm der wetenschap.’
Slotzang (professoren): ‘Zoolang als wij niet sterven gaan, / Zal onze pen zich weren, / Totdat ook die wil slapen gaan.’

  • Vox Carolina. Enkele ‘reien voor een ongeschreven blijspel’ bij het derde lustrum van de universiteit. 

1937

‘Allen hoort gij immers nog van de 7den Januari het zware gebeier der bronzen torenklokken, door het gestamp en het geklepel der honderd zilveren klokjes zoo feestelijk doorrinkeld en overruischt. De Universiteiten ontbraken niet op het appel en de Vrouwelijke Studentenclub, waarvan Prinses Juliana in haar Leidschen studententijd lid was, zond een keurige Amazonengroep te paard, die vlak bij de kerk een bijzondere eereplaats innam.’

  • Hoogleraar Nederlandse Letterkunde Jac. van Ginneken in een feestrede vanwege het huwelijk van Juliana en prins Bernard.
Waalbrug 1936

1936

‘Want evengoed als de brug in verband staat met de R.K. Universiteit (....) zo menen ook wij, en misschien niet ten onrechte, dat de student en de nieuwe brug eveneens een denkbeeldige toenadering verdienen.’

  • Vox Carolina, over het Gedenkboek Opening Waalbrug Nijmegen, waarin de redactie een hoofdstuk ‘De Waalbrug en de student’ mist.

1935

‘Laten wij ons niet intimideren door geschreeuw. Nu is het tijd voor den strijd, en het aangorden van het zwaard. Niet in vlucht redden wij onze veiligheid doch alleen door den aanval. Geen verschansing doch: de barricade.’

  • Vox Carolina in een artikel over schrijver Menno Ter Braak, die in tijdschrift Forum waarschuwt voor de ‘wederopstanding der Hunnen in Duitschland.’ Ter Braak keerde zich tegen de opkomst van het nationaalsocialisme: ‘Wij moeten er rekening mee houden dat er binnenkort over een intellectueel misschien zal worden gesproken als over een beroepsmisdadiger.’

1934

‘En dan was daarnaast de groote middenmoot, het perpetuum immobile. Steeds verzwonden meer studenten in hunne kamers achter hun boeken om niet meer in het actieve studentenleven op te duiken. Van den anderen kant werd in redevoeringen steeds sterker het onderwerp geëntameerd van den intellectueel, die de toekomstige leider van het volk moet zijn, wat door de studenten al te gaarne geloofd werd.’

  • In Vox Carolina blikt redacteur Uri Nooteboom terug op tien jaar studentenleven.

1933

‘Er is iets gegroeid in Nijmegen, iets zekers, iets rustigs,.…. bezit,.... traditie! Dit is een hulde aan de Alma Mater, nu eens zonder den bijsmaak van de critiek.’

  • Uit het nummer van Vox Carolina gewijd aan het tweede lustrum.

1932

'Onder de vele vragen, welke ik mijzelven stel, houdt wel geen mij meer bezig dan het raadsel, dat de zich ontwikkelende mensch, prat en fier op zijn vooruitgang, zich in zoo grooten getale afkeert van God.'

  • Rector magnificus Titus Brandsma, opening van zijn diesrede op 17 oktober.

1931

‘Een student is geen mensch, gelijk ieder ander. Hij is een bevoorrecht mensch, bevoorrecht door zijn ouders, bevoorrecht door de maatschappij. En wie bevoorrecht is boven anderen, dient zich daar wèl bewust van te zijn en te begrijpen, waaròm hij die bevoorrechte positie inneemt, te begrijpen, wàt van hem gevraagd wordt.’

  • Willy Reuser in het artikel ‘Universiteit, Student en Maatschappij, waarin hij ook stelt dat een student anders kans heeft 'grovelijk in gebreke te blijven en niet te voldoen aan de verwachtingen, die men terecht van hem mocht koesteren.'
  • In Vox Carolina.

 

1930

‘Zang, viool, cel, piano en wat er al meer mag zijn. Zoodat men, ter afwisseling van Métropolo, waar men beroerde muziek voortreffelijk hoort uitvoeren, een enkele maal op de soos voortreffelijke muziek, tja, natuurlijk min of meer beroerd, kan hooren uitvoeren.’

  • Over de oprichting van de Muziekclub, in Vox Carolina.


1929

‘Onze Academische “hoogdagen”, met hun statigen praal van stemmige toga’s en baretten en met de altijd nieuwe attractie van den granieten pedel, winnen voortdurend aan belangstelling.’

  • Over de overdracht van het rectoraat, dat destijds jaarlijks gebeurde, en veel nieuwsgierigheid en belangstelling opriep.
  • Redactioneel, Vox Carolina.

1928

'Moge er ook een sfeer van vertrouwen komen tusschen U en mij. Dan is een belangrijke schrede gezet tot vruchtbaren arbeid.'

  • Hoogleraar Romeins recht Bernard Hermesdorf besluit zijn oratie met een woord aan de studenten.
  • Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Hermesdorf Rector Magnificus van de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij speelde een cruciale rol bij de sluiting van de universiteit in 1943.

1927

‘Geen critiek op hoogleeraren, andere docenten of autoriteiten, noch op den moderator. Stellige belofte van geen artikelen tegen de erkende studentenvereeniging Carolus Magnus te zullen schrijven of opnemen, tenzij met de uitdrukkelijke goedkeuring van den rector magnificus.’

  • Redactioneel stuk in het eerste nummer van studentenblad Vox Carolina.   

1926

'Wie hier in ‘t vervolg ook zullen promoveren, onze eerste ere-doctor is en blijft Canisius, tot wie de stichting van deze Universiteit herleid kan worden.'

  • Hoogleraar Gerard Brom over een monument voor Sint Petrus Canisius in het Hunnerpark, Nijmegen. 
  • Jaarboek der R.K. Universiteit te Nijmegen (1926-1927).

1925

'Zoodra een zending aankomt, wordt datgene wat van onmiddellijk belang is terzijde gelegd, het overige verhuist voorlopig naar de bergkamers (...) In deze kamers staan ware pyramiden van boeken.'

  • Bibliothecaris Herman de Vries de Heekelingen over de toenmalige universiteitsbibliotheek.
  • Geciteerd in De Gelderlander.

1924

'Een ander verschijnsel is het ruime percentage ingeschreven vrouwelijke studenten (20%) (....) Laat ik mij in deze materie bepalen tot een gelukwensch en tot een wensch: een gelukwensch aan de katholieke jonge dames (hier zijn ook de religieuzen onder begrepen), dat zij getoond hebben, in ruime mate van de gelegenheid tot ontwikkeling, haar door de R.K. Universiteit geboden, te willen benutten.'

  • Jos Schrijnen in zijn rede bij de overdracht van het rectoraat. Destijds werd een rector aangesteld voor maximaal één jaar. Schrijnen had deze rol hij graag voor langere tijd bekleed.
Opening universiteit 1923

1923

‘We hebben knappe menschen nodig voor ons steeds hooger opbloeiend Katholiek leven, economisch zowel als godsdienstig.’

  • Dagblad De Maasbode in zijn bijzondere ‘Universiteits-nummer’, ter ere van de start van de eerste katholieke universiteit in Nederland. Nederlandse katholieken waren sterk ondervertegenwoordigd binnen bijvoorbeeld het openbaar bestuur, de advocatuur en de medische sector. Met een eigen universiteit wilden zij de emancipatie van de katholieken in Nederland bevorderen. Op 17 oktober 1923 werd de Radboud Universiteit (toen nog Katholieke Universiteit Nijmegen) officieel geopend op het Keizer Karelplein in Nijmegen.