Zoek in de site...

Het welbevinden en motivatie van kinderen in het basis- en voortgezet onderwijs tijdens onderwijs op school en afstandsonderwijs: de visie van ouders

Authors:

Anouke Bakx, Elise Samsen-Bronsveld, Lisette Hornstra, Isabelle Diepstraten, Paula Speetjens, Linda van den Bergh, Jaap Denissen, & Sanne van der Ven (Tilburg/Utrecht/Nijmegen: Onderwijsonderzoekswerkplaats POINT i.s.m. Nederlands Jeugdinstituut)

Abstract Basisonderwijs

In Nederland kregen leerlingen van het basisonderwijs zes weken volledig onderwijs op afstand in verband met het coronavirus (COVID-19) en de bijhorende maatregelen. Tijdens deze unieke periode hebben wij een onderzoek uitgevoerd onder ouders, waarbij wij in het bijzonder hebben gekeken naar de mate van stress bij ouders, het welbevinden en de motivatie van hun kinderen en naar de tegemoetkoming aan de basisbehoeften autonomie, verbondenheid en competentie. In dit rapport ligt de nadruk ook op verschillen tussen kinderen, zoals sekse, specifieke onderwijsbehoeften en persoonlijkheidskenmerken, inclusief prikkelgevoeligheid. Ouders konden online een vragenlijst invullen over hun kind, waarbij zowel naar het onderwijs op school als naar het afstandsonderwijs gevraagd werd.

Uit de resultaten blijkt dat de meeste ouders meer of heftigere stress ervoeren tijdens het afstandsonderwijs, vaak vanwege de combinatie van (thuis)werken, kinderen die thuis zijn en het geven van onderwijs. Wanneer we naar de leerlingen kijken, zien we dat het afstandsonderwijs in sommige opzichten nivellerend werkt. Zo voelden leerlingen met kenmerken van begaafdheid, leerproblemen, gedragsproblemen of prikkelgevoeligheid zich op school minder goed dan de andere leerlingen. Tijdens het afstandsonderwijs was dit verschil niet meer zo opvallend, met name omdat het welbevinden van de leerlingen zonder deze kenmerken afnam. Het afstandsonderwijs werkte nivellerend qua motivatie, want op school waren meisjes en leerlingen zonder specifieke onderwijsbehoeften iets gemotiveerder, maar tijdens het afstandsonderwijs waren deze verschillen niet meer zo duidelijk. Tijdens het onderwijs op school ervoeren leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften (leerlingen met een diagnose en (hoog)begaafde leerlingen) minder autonomie dan leerlingen zonder diagnose, maar tijdens het afstandsonderwijs was dit verschil niet meer opvallend. Leerlingen met een leerstoornis ervoeren op school en thuis minder competentie dan leerlingen zonder leerstoornis, maar dit verschil was op school groter. Voor alle leerlingen geldt dat zij tijdens het afstandsonderwijs veel minder verbondenheid met hun leraar en klasgenoten ervoeren dan thuis. Doordat het afstandsonderwijs in sommige opzichten verschillen in welbevinden, motivatie en tegemoetkoming aan de basisbehoeften tussen leerlingen verkleinde, is het belangrijk om nader te bekijken of onderdelen van het afstandsonderwijs of een combinatie van onderwijs op school en thuis mogelijk meer passend zijn voor bepaalde leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. Wel moet er goed worden opgelet dat de verbondenheid met de leraar en klasgenoten intact blijft.

Abstract Voortgezet onderwijs

In Nederland kregen leerlingen in het voortgezet onderwijs tien weken volledig onderwijs op afstand in verband met het coronavirus (COVID-19) en de bijhorende maatregelen. Tijdens deze unieke periode hebben wij een onderzoek uitgevoerd onder de ouders van kinderen van twee middelbare scholen in Brabant. Wij hebben hier in het bijzonder gekeken naar de mate van stress bij ouders, het welbevinden en de motivatie van hun kinderen en naar de tegemoetkoming aan de basisbehoeften autonomie, verbondenheid en competentie. In dit rapport ligt de nadruk op de verschillen tussen kinderen hierin op basis van verschillende kenmerken: sekse, specifieke onderwijsbehoeften en persoonlijkheidskenmerken, inclusief prikkelgevoeligheid. Ouders konden online een vragenlijst invullen over hun kind, waarbij naar de ervaringen van henzelf en hun kind werd gevraagd, zowel tijdens het onderwijs op school als tijdens het afstandsonderwijs.

Uit de resultaten blijkt dat de groepen ouders die meer, minder of evenveel stress ervoeren ongeveer evenredig verdeeld zijn. De combinatie van (thuis)werken, kinderen die thuis zijn en het geven van onderwijs zorgden voor meer stress, terwijl meer vrije tijd en minder verplichtingen voor minder stress zorgen. Wanneer we naar de leerlingen kijken, zien we dat het welbevinden en vooral de motivatie lager waren tijdens het afstandsonderwijs. Over het algemeen ervoeren jongens minder motivatie dan meisjes, maar dit was ook voorafgaand aan de scholensluiting al het geval. Bij leerlingen met een gedragsprobleem bleef de motivatie gelijk, maar deze was al laag tijdens het onderwijs op school. Ook werd tijdens het afstandsonderwijs minder tegemoetgekomen aan de basisbehoeften: verbondenheid met docent en leerling daalden sterk, maar leerlingen ervoeren ook minder autonomie en competentie. Een belangrijke aanbeveling is om (vooral ook in het afstandsonderwijs) meer te investeren in de basisbehoeften, waardoor de motivatie van leerlingen mogelijk ook zal verbeteren.

Onderstaande Factsheet is ook te downloaden in de zijbalk.

Factsheet