Gelijk voor de wet, of niet?

Datum bericht: 28 maart 2016

Door Femke Kaulingfreks, postdoc onderzoeker bij CAOS.

97566_Schermafbeelding_2016-02-11_om_185856

Pekar Shaban

Vorige week stond Facebook vol verontwaardigde berichten over de uitzetting van de Nijmeegse kok Pekar. Hij is geboren in Irak en vluchtte op jonge leeftijd met zijn familie naar Nederland. Inmiddels heeft zijn hele familie een verblijfsvergunning en een nieuw leven in Nederland opgebouwd. Ook Pekar beschouwde Nederland als zijn thuis, maar toch werd hij vorige week in zijn eentje op het vliegtuig gezet naar het noorden van Irak. Een plek waar hij niemand kent, waarvan hij de taal niet spreekt en waar de tekenen van oorlog nog duidelijk zichtbaar zijn.

Dit is onrecht, zei de werkgever van Pekar in de media, en veel Nijmegenaren zijn het met hem eens. Maar niet iedereen heeft problemen met de uitzetting en bovendien valt er weinig aan te doen. Pekar is het land uitgestuurd omdat de Nederlandse wet dat voorschrijft. Doordat hij in aanraking is gekomen met justitie verloor hij zijn verblijfsvergunning. Hij werd veroordeeld voor een poging tot afpersing en voor een inbraak waarbij geweld is gebruikt. Pekar was blijkbaar geen lieverdje. Is het dus terecht dat hij niet meer in Nederland mag wonen? Niet direct. Deze vraag roept andere vragen op, over de manier waarop we omgaan met straf en over de relatie tussen culturele diversiteit en ongelijkheid. Als antropoloog kun je bekijken hoe abstracte ideeën over straf en rechtvaardigheid op een verschillende manier impact hebben op het leven van mensen met een verschillende achtergrond. De discutabele en pijnlijke kanten van algemene wetten worden vaak pas duidelijk als je bekijkt wat ze teweeg brengen in het alledaagse leven van mensen zoals Pekar.

Pekar is gestraft voor de misdaden die hij heeft gepleegd. Hij zat twee jaar in de cel en doorliep daarna met groot succes een reclasseringstraject. Via de reclassering kwam hij aan zijn baan als kok in hotel Credible, waar iedereen zeer tevreden met hem was. Is dit niet de gewenste uitkomst van een gerechtelijke veroordeling? Het Nederlandse rechtssysteem is immers gericht op rehabilitatie. We bestraffen mensen niet om ze zo lang mogelijk in de gevangenis en dus buiten de maatschappij te houden. We bestraffen mensen om ze te laten leren van hun fouten en om ze voor te bereiden op een nieuwe kans op succesvolle deelname aan de samenleving. Pekar heeft deze kans uitstekend benut. Daarnaast is Pekar als geboren Irakees eigenlijk dubbel bestraft. Hij zat in de cel én moest het land uit. Als Pekar Jan had geheten en vanaf zijn geboorte een Nederlands paspoort had gehad, dan was dit niet gebeurd. Hoe rechtvaardig is het dat we mensen met een andere achtergrond verschillend straffen voor hetzelfde misdrijf? Zou iedereen niet gelijk moeten zijn voor de wet? Het is wel heel gemakkelijk en weinig rechtvaardig om maatschappelijke problemen op deze manier de grens over te zetten. Pekar groeide op in Nederland, ging in Nederland naar school en maakte in Nederland foute vrienden. In Nederland kwam hij van het foute pad weer op het juiste spoor. We hadden hem daarom ook een Nederlandse toekomst moeten bieden.