‘Silvesterabend’ in Keulen: Een rite de passage?

Datum bericht: 9 mei 2016

Door Toon van Meijl, hoogleraar Culturele Antropologie bij CAOS.

Op oudejaarsavond werden in Keulen tientallen vrouwen beroofd en aangerand door jonge Arabische of Noord-Afrikaanse mannen. De maatschappelijke discussie hierover is een keerpunt geweest in het integratiedebat, maar wat is er nou eigenlijk precies gebeurd en vooral ook waarom? Nog steeds zijn er weinig details bekend, maar politici buitelen over elkaar heen om de gebeurtenissen te duiden en er lering uit te trekken voor de toekomst. Twee aspecten van de discussie vallen op. In de eerste plaats heeft het debat een moreel karakter gekregen, waarbij Europa zichzelf moreel superieur waant aan islamitische landen. Minister Bussemakers opperde bijvoorbeeld al snel dat we asielzoekers moeten onderwijzen dat omgangsvormen tussen mannen en vrouwen in niet-islamitische landen anders zijn. Daarnaast is het opmerkelijk dat er geen enkel verband wordt gelegd met politieke relaties tussen het westen en de Arabische wereld, waardoor de politieke betekenis van de gebeurtenissen wordt onderbelicht.

Het eerste punt is op een overtuigende wijze voor het voetlicht gebracht door Slavoj Žižek, een Sloveense psychoanalyticus en filosoof. Žižek verwerpt het naïeve plan om jonge immigranten uit de Arabische wereld te onderwijzen in seksuele mores omdat het volgens hem voor zich spreekt dat ze goed beseffen dat de minder verhullende kleding van vrouwen in het westen geen uitnodiging is aan mannen voor seksuele intimiteiten. Juist omdat ze daar heel goed van zijn doordrongen is op Silvesterabend de grens van het betamelijke in de openbare ruimte in Keulen overschreden. Ze hebben vrouwen met andere woorden lastig gevallen omdat ze wisten dat het niet mag, maar dat ze daarmee westerse gevoeligheden kunnen kwetsen. De morele agenda van de minister getuigt daarom van een adembenemende stompzinnigheid. De uitdaging is veeleer gelegen in het veranderen van de weerstand van jonge Arabische mannen, en overigens ook vrouwen, tegen het dominante westen.

Legt Žižek de relatie tussen moraal en politiek, de vermoedelijk anti-westerse motivatie achter het grensoverschrijdende gedrag op oudejaarsavond in Keulen wordt op een indringende wijze geanalyseerd door de Libanees/Australische antropoloog Ghassan Hage. Deze toonaangevende academicus in de analyse van postkoloniale verhoudingen legt de relatie tussen de vluchtelingencrisis en de westerse dominantie in de wereldwijde strijd om natuurlijke hulpbronnen, waaronder olie. Deze strijd heeft de discussie over de betekenis van nationale grenzen een nieuwe dimensie gegeven in de eerste decennia van het tijdperk waarin de meeste landen het kolonialisme hebben afgezworen. En deze grenzen worden nu opnieuw op de proef gesteld, maar dan vanuit niet-westerse richting, door de komst van migranten die de imaginaire eenheid van een nationale gemeenschap binnen een grens verstoren. In deze context is het belangrijk om de onomkeerbare gevolgen van de Amerikaanse invasie in Kuweit in 1991 in herinnering te brengen, en de deels daaruit voortvloeiende invasie in Afghanistan in 2001. De anti-westerse houding van veel jonge mensen uit de Arabische wereld kan niet los worden gezien van de internationale verhoudingen zoals die toen op scherp zijn gezet. Het heeft hun toekomstdromen ernstig verstoord. Velen zijn hoger opgeleid, maar de werkloosheid neemt schrikbarende vormen aan. Het westen lonkt, maar hier worden ze tot tweederangsburgers gedegradeerd en mogen ze niet deelnemen aan onze consumptie-economie. Dat verklaart ook hun frustratie over de dominantie van het westerse model dat iedereen vrijheid en voorspoed voorspiegelt, maar die belofte niet kan waarmaken.

Deze politieke achtergrond van migratie uit de Arabische wereld heeft ongetwijfeld een rol gespeeld in de gebeurtenissen op Silvesterabend in Keulen. Daarbij is het ook verleidelijk om de betekenis van oudejaarsavond als een rite de passage naar een nieuw jaar te betrekken. De speciale gelegenheid kon het Stationsplein veranderen in een rituele arena voor berovingen en aanrandingen. De belangrijkste fase van een overgangsrite is de periode waarin liminaliteit (van limen, ‘drempel’) hoogtij viert. Op de drempel die de overgang naar een nieuwe fase, in dit geval een nieuw jaar, symboliseert worden bestaande structuren omgekeerd in anti-structuren. Alcohol en drugs boden het noodzakelijke kruit om de licht ontvlambare sfeer die in de lucht hing te ontsteken. De sfeer was vergelijkbaar met carnaval, de vooravond van het vasten, wanneer er ook op grote schaal gespot wordt met machthebbers en sociale verhoudingen worden opgeschud. Hoewel de rust normaliter wederkeert met Aswoensdag lijkt het er nu echter op dat de gangbare interpretaties van Keulen onomkeerbare politieke gevolgen hebben gehad voor het integratiedebat.