Zoek in de site...

Over het onderzoek

Het 2in1 project probeert antwoord te geven op verschillende vragen, zoals:

  • Hoe en wanneer beïnvloeden de talen van tweetalige kinderen elkaar?
  • Wat vertelt dit ons over de manier waarop twee talen in één kinderhoofd verworven en gebruikt worden?
  • Is de invloed tussen de talen hetzelfde voor alle taalcombinaties, zoals Nederlands-Duits en Nederlands-Turks, of zijn er verschillen?
  • Maakt het uit welke taal in de omgeving dominant is?
  • Moet een taal heel 'actief' zijn in het hoofd van een kind om de andere taal te beïnvloeden?

Onze onderzoeksdoelen

Als een kind tweetalig opgroeit weet zij meestal heel goed met wie zij welke taal moet spreken: bijvoorbeeld, Nederlands met papa en Duits met mama, of thuis Spaans en met de juf Nederlands. En vaak is het niet te horen als ze Nederlands praten dat ze ook een andere taal kennen. Maar toch klinken tweetalige kinderen soms anders dan hun eentalige leeftijdsgenootjes. Dat is op zich geen wonder: tweetaligen zijn nu eenmaal anders dan eentaligen omdat ze twee in plaats van alleen één taal kennen. Neem als voorbeeld ‘de beker van Sharon’, in het cup websiteNederlands een hele gewone uitdrukking. Het is op zich niet fout als een Nederlands-Engels tweetalige in het Engels spreekt over ‘the cup of Sharon’, maar een Engelstalige zal dit bijna nooit zo zeggen. Die zegt dan ‘Sharon’s cup’. De structuur uit de ene taal wordt dan dus overgenomen in een soortgelijke formulering in de andere taal. Het doel van het project is om erachter te komen hoe en onder welke omstandigheden de talen van tweetalige kinderen elkaar lijken te beïnvloeden. We hopen dus te kunnen achterhalen hoe precies twee talen in één kinderhoofd verworven en gebruikt worden.

Uiteindelijk willen we ook kunnen verklaren waarom de ene taal de andere wel of niet beïnvloedt. Op basis van onderzoek met tweetalige volwassenen denken wij dat dit te maken heeft met hoe 'actief' je andere taal is. Dus bijvoorbeeld als een Italiaans-Nederlands kind net een gesprek in het Italiaans heeft gevoerd, is de kans groter dat haar Italiaans het Nederlands gaat beïnvloeden dan op een moment waar ze net alleen Nederlands aan het praten was. Maar alleen bij structuren of woorden die enigszins op elkaar lijken. Soms kan de ene taal de andere helpen, bijvoorbeeld bij woorden die dezelfde vorm en betekenis hebben, zoals hond in het Nederlands en Hund in het hond websiteDuits. En soms helpt de andere taal juist niet, namelijk bij woorden die op elkaar lijken in vorm, zoals brief in het Nederlands en brief in het Engels, maar toch een andere betekenis hebben (brief in het Engels betekent kort of beknopt).

Door naar allerlei verschillende talencombinaties te kijken hopen we te weten te komen in welke situaties die invloed er wel en niet is: hangt dit samen met welke twee talen je leert, is het vooral afhankelijk van welke taal in je omgeving dominant is, of van hoe goed je in beide talen bent?

Wat hebben we tot nu toe ontdekt?

Ben je benieuwd naar wat we tot nu toe ontdekt hebben? Je vindt het op deze pagina.