Zoek in de site...

Werkloosheidsregelingen in Nederland. Een parlementaire geschiedenis

Tussen maart 2015 en oktober 2021 deed Leon van Damme onderzoek naar de politieke strijd die gepaard ging met de totstandkoming van werkloosheidsregelingen in Nederland. Zijn onderzoek bestreek de periode 1861 tot 2020. De allereerste werkloosheidsverzekering dateert van 1861. In dat jaar richtte de Amsterdamse typografenvereniging De Nederlandsche Drukpers in Amsterdam het Onderling Hulpfonds Boekdrukkunst op. Dit voorbeeld kreeg al snel navolging van andere vakbonden. Vanaf 1914 ging de centrale overheid zich actief met deze regelingen bemoeien. Sindsdien werden in Nederland steeds nieuwe of aangepaste werkloosheidsregelingen aangenomen. Hoe die regelingen precies tot stand kwamen en op wat voor manier ze van elkaar verschilden, is door Van Damme nauwgezet in kaart gebracht.

9789024433698-werkloosheidsregelingen-in-nedelrand-van-damme

Handelseditie proefschrift verschenen op 24 februari 2022

Vier perioden

Van Damme verdeelt de geschiedenis van de werkloosheidsregelingen in Nederland in vier perioden. De eerste periode loopt van 1861 tot 1952. Daarin werd zowel binnen als buiten het parlement druk gewerkt aan een verplichte werkloosheidsverzekering voor alle werknemers, wat in 1949 leidde tot de Wachtgeld- en werkloosheidsverzekeringswet (WW). Die wet moest en te grote armoedeval voorkomen onder werknemers die onbedoeld werkloos werden. In de tweede periode, 1952 tot 1977, werd de WW uitgebreid en werden er nieuwe en genereuze werkloosheidsregelingen gecreëerd. Burgers moesten zoveel mogelijk kunnen profiteren van de toegenomen welvaart. Van 1977 tot 1994 was het beleid meer gericht op het verlagen van de kosten: de WW werd versoberd. In de laatste periode die Van Damme onderscheidt, die van 1994 tot heden, richtte het beleid zich op activering van werklozen. Om dat te bereiken werd de WW nog verder ingeperkt. In alle perioden waren  financieel-economische, sociaaleconomische en/of demografische motieven leidend in de finale politieke besluitvorming.

Overheidsbemoeienis

In de loop der jaren schroefde de overheid de financiering steeds verder terug. Dat betekende echter niet dat de overheidsbemoeienis met de financiering van werkloosheidsregelingen ook minder werd. De overheid is steeds een belangrijke speler in de totstandkoming en aanpassing van werkloosheidsregelingen geweest. Maar niet de enige. Van Damme spreekt van een politiek-maatschappelijk krachtenveld, waarbinnen kabinetten, departementen, fracties in het parlement, centrale werkgevers- en werknemersorganisaties, maar ook wetenschappers en advies- en overlegorganen actief waren. Uit het onderzoek van Van Damme blijkt dat het jaar 1909 - waarin een staatscommissie voor werkloosheid werd opgericht - het begin was van regelmatige advies- en overlegvergaderingen tussen de regering en de centrale werkgevers- en werknemersorganisaties. Dat kwam later bekend te staan als polderen. Het belang ervan moet echter niet worden overschat. Van consensus was vaker niet dan wel sprake. Werkgevers- en werknemersorganisaties stonden in de regel lijnrecht tegenover elkaar. Terwijl werkgevers pleitten voor sobere regelingen voor een selecte groep, wilden werknemersorganisaties royale algemene regelingen, desnoods gefinancierd uit algemene middelen.

Ongelijke voet

Bovendien overlegden de deelnemers nooit op voet van gelijkwaardigheid: er was nooit sprake van een gelijke verdeling van macht, stelt Van Damme. De invloed van de werkgevers was het grootst in de eerste periode (1861-1952). Met vooral economische argumenten wisten zij opeenvolgende kabinetten er lang van te overtuigen de invoering van een verplichte werkloosheidsverzekering uit te stellen. Tussen 1952 en 1994 vertoonde het overleg onmiskenbaar corporatistische trekjes. Cruciaal was ook dat sommige Kamerleden van de grotere 'traditionele' regeringspartijen (VVD, PvdA en CDA) specialisten waren die eerder betrokken waren geweest bij de werkgevers- en werknemersorganisaties. Hierdoor waren er meerdere banden tussen deze partijen en bedrijfsorganisaties en konden werkgevers- en werknemersorganisaties grote invloed uitoefenen op de plannen van de regering voor werkloosheidsregelingen.

Afhankelijk van veranderingen

Gelet op de geschiedenis van de werkloosheidsregelingen, zou het volgens Van Damme beter zijn het begrip ‘sociale zekerheid’ niet meer te hanteren. Hij beveelt in plaats daarvan de term ‘inkomens-vervangende regelingen’ aan. Volgens Van Damme suggereert ‘socialezekerheidsstelsel’ ten onrechte dat het gaat om een doeltreffend georganiseerd en samenhangend geheel van regelingen. Een werkelijk coherent en ongecompliceerd stelsel is echter nooit tot stand gekomen. Bovendien suggereert de term ‘sociale zekerheid’ dat de overheid in staat is maatschappelijk welzijn te garanderen. De geschiedenis van de werkloosheidsregelingen die Van Damme in kaart heeft gebracht, laat echter zien dat het waarborgen van dit sociale grondrecht te zeer afhankelijk is van veranderingen in nationale en internationale financiële, sociaaleconomische, demografische en - vooral - politieke factoren.

Dit project is gefinancierd en mede begeleid door Instituut Gak. De resultaten van dit project hebben hun weerslag gevonden in een proefschrift (promotoren: prof.dr. Carla van Baalen en mr.dr. Johan van Merriënboer), dat op 19 oktober 2021 met succes is verdedigd. Op 24 februari 2022 is de handelseditie van dit proefschrift verschenen bij uitgeverij Boom.

promotie Leon van Damme

Prof.dr. Carla van Baalen reikt de bul uit aan de jonge doctor Leon van Damme

Tevens is een internationale conferentie georganiseerd (bekijk hier het programma (pdf, 1,1 MB) en het verslag (pdf, 527 kB) van de conferentie), en er is in samenwerking met het Parlementair Documentatiecentrum een uitgebreide website ontwikkeld: www.socialezekerheidsstelsel.nl

Leon van Damme (1982) studeerde geschiedenis en internationale betrekkingen aan de Universiteit Utrecht. Na zijn afstuderen in 2006, is hij werkzaam geweest bij de onderzoeksinstituten Huygens ING, het NIOD en het CPG.
Momenteel is hij werkzaam als beleidsmedewerker bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.