"Massaschadezaken: schade moet abstract worden vastgesteld" - reacties

Datum bericht: 27 november 2019

Ruud Hermans

Geschilbeslechting is duur, traag en lost het achterliggende probleem niet altijd op, vindt CPO-hoogleraar Ruud Hermans. “Bij sommige massaschadezaken is het probleem volledig uit de hand gelopen.”

Massaschadezaken zijn zaken waarbij meerdere personen door dezelfde of vergelijkbare gebeurtenissen schade hebben geleden waarvoor een of enkele partijen verantwoordelijk is of zijn. Te denken valt aan aardbevingsschade, schade geleden door de verkoop van financiële producten zoals rentederivaten, effectenlease en woekerpolissen, schade geleden door aandeelhouders (prospectusaansprakelijkheid, niet tijdig publiceren van koersgevoelige informatie), letselschade veroorzaakt door defecte producten of dierziekten (Chroom-6, Q-koorts), of psychische schade (bijvoorbeeld veroorzaakt door (seksueel) misbruik in kerkelijke organisaties of de jeugdzorg).

Het aantal gedupeerden bedraagt in sommige massaschadezaken enkele honderdduizenden. In sommige gevallen staan mensen ermee op en gaan zij ermee naar bed. De bedragen die daarmee zijn gemoeid kunnen oplopen tot meer dan een miljard per zaak. Het gaat dus om zaken met een groot maatschappelijk belang.

Schade vaststellen

Sommige massaschadezaken worden relatief snel tot redelijke tevredenheid van de gedupeerden opgelost. Maar er zijn ook gevallen waarin het probleem volledig uit de hand is gelopen. Sla de krant maar open: aardbevingsschade veroorzaakt door de gaswinning, rentederivaten door banken verkocht aan het MKB, Q-koorts. Het onvermogen om deze situaties op te lossen leidt tot grote maatschappelijke onrust. Dat trekt de aandacht van de politiek. Politieke aandacht brengt de oplossing van het probleem echter niet noodzakelijkerwijs dichterbij.

Massaschadezaken kunnen alleen snel en efficiënt worden opgelost als de samenleving accepteert dat schade abstract wordt vastgesteld, aan de hand van enkele makkelijk toepasselijke criteria. Doe je dat niet, dan kost de uitvoering veel te veel tijd en is die te kostbaar. Het probleem is echter dat concrete schadevergoeding meer aansluit bij de verwachting van gedupeerden. Het is voor gedupeerden moeilijk te verteren als een deel van de schade die zij hebben geleden niet voor vergoeding in aanmerking komt.

Dat kun je voorkomen door vergoedingen ruimhartig vast te stellen. Maar dat betekent dat sommige gedupeerden overgecompenseerd worden, hetgeen voor de verweerders moeilijk te accepteren is. En als verweerders het gevoel hebben dat hen het vel over de oren wordt getrokken, gaan de hakken in het zand en verdwijnt de bereidheid om mee te werken aan een buitengerechtelijke oplossing.

Rol van de civiele rechter

Voor de rechter is het moeilijk om in dit dilemma een weg te vinden. Rechters willen recht doen aan de omstandigheden van het geval en dat de uitspraken die zij doen passen in het wettelijk systeem. Dat systeem kent evenwel veel nuances en verdraagt zich niet met normstelling op een hoog abstractieniveau. Waar dit toe kan leiden, blijkt uit de effectenlease-affaire. Sinds 2001 worden er geen effectenleaseproducten meer verkocht, maar er wordt nog volop over geprocedeerd. De Hoge Raad heeft al tientallen arresten gewezen, en het einde is nog lang niet in zicht.

Als de civiele rechter een rol wil blijven spelen bij de afwikkeling van massaschadezaken, is het onvermijdelijk dat er andere regels gaan gelden voor het vaststellen van aansprakelijkheid en schadevaststelling. Als de civiele rechter dat niet doet, zal de politiek ingrijpen en de afwikkeling van dit soort zaken bij de civiele rechter weghalen. Dat is eerder al gebeurd bij de rentederivaten – waar de Autoriteit Financiële Markten (AFM) de facto de banken heeft gedwongen een uniform herstelkader toe te passen – en bij de aardbevingszaken in Groningen, waar de schade bestuursrechtelijk wordt vastgesteld.

Ook daar zitten overigens veel haken en ogen aan, en in beide dossiers zijn de uitvoeringskosten onevenredig hoog. Een belangrijke ontwikkeling op het gebied van massaschade is de inwerkingtreding van de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA). De vraag is of deze wet een snelle en efficiënte afwikkeling van massaschades gaat bevorderen. Ik ben daar pessimistisch over, maar laat mij graag verrassen.

De WAMCA treedt hoogstwaarschijnlijk 1 januari 2020 in werking. Waarmee moeten advocaten, claimorganisaties, bedrijfsjuristen, procesfinanciers en rechters rekening houden? Op 18 december verzorgen Ruud Hermans en Branda Katan de cursus ‘WAMCA’. Meld u nu aan.


Ruud Hermans is CPO-hoogleraar met als leeropdracht 'Geschiloplossing in de (inter)nationale privaatrechtelijke rechtspraktijk'. Op 18 december verzorgt hij samen met Branda Katan de cursus 'WAMCA'. Bekijk hier het programma.