Financiële instellingen worstelen met de naleving van nieuwe duurzaamheidswetgeving

Datum bericht: 20 september 2022

Danny Busch

CPO-docent Danny Busch ziet dat banken worstelen met de vele bepalingen waaraan zij moeten voldoen. De toekomst zal uitwijzen of dat leidt tot aansprakelijkheidsclaims. In de cursus Aansprakelijkheid en litigation in de financiële sector komen toekomstige ontwikkelingen aan bod, maar ook recente jurisprudentie zoals het Yin Yang-arrest van de Hoge Raad.

Met welke toekomstige ontwikkelingen moeten financiële instellingen rekening houden als het gaat om aansprakelijkheid?

"Zowel op het gebied van duurzaamheid als digitalisering zie ik belangrijke ontwikkelingen. Door Europese duurzaamheidswetgeving moeten vermogensbeheerders en adviseurs cliënten informeren over hoe duurzaam de producten zijn waarin ze beleggen. Dit is bepaald in de Sustainable Finance Disclosure Regulation, de SFDR, die in maart 2021 in werking is getreden. Daarin zijn de basisregels bekendgemaakt. Maar pas in april dit jaar heeft de Europese Commissie de gedetailleerde uitwerking van deze regels gepubliceerd die waarschijnlijk per 1 januari 2023 van toepassing wordt.

Financiële instellingen worstelen met de naleving van de duurzaamheidsregels. Ze moeten hun systemen erop inrichten, maar veel is nog onduidelijk. De AFM houdt toezicht op de naleving van deze regels. In eerste instantie zal die een waarschuwing geven wanneer een financiële instelling niet aan de regels voldoet, maar op een gegeven moment zal de AFM overgaan tot het opleggen van boetes en die ook openbaar maken. Dat kan voor degenen die de financiële producten hebben gekocht aanleiding zijn om een schadeclaim in te dienen. Zij zullen onder verwijzing naar de boete aanvoeren dat ze op het verkeerde been zijn gezet omdat het product dat ze gekocht hebben minder duurzaam is dan hen was voorgehouden. De toekomst zal uitwijzen in hoeverre zo'n claim kans van slagen heeft.

Vermogensbeheerders en adviseurs zullen onder de nieuwe duurzaamheidswetgeving ook moeten nagaan of het financiële product past bij de duurzaamheidsvoorkeuren van de belegger. Als dat niet goed gebeurt, kan dit leiden tot aansprakelijkheidsclaims.

Ook op het gebied van digitalisering en dan met name de cryptoassets, zie ik een belangrijke ontwikkeling. Het toezicht op de handel in deze cryptoassets was lange tijd niet gereguleerd, omdat er voor die financiële producten in bestaande wetgeving geen aanknopingspunt was. De ontwikkelingen in de praktijk gingen sneller dan de wetgeving op dit punt. Daarin komt verandering met de Europese Markets in Crypto-Assets Regulation (MiCAR). Aanbieders van cryptoassets hebben dan onder meer een vergunning nodig om te handelen. Daarvoor gelden strenge eisen, dus ik verwacht dat deze wetgeving sowieso een grote verschuiving in de markt teweeg zal brengen. Het heeft ook invloed op aansprakelijkheidskwesties."

Heeft een dergelijke claim kans van slagen?

"Voor financiële instellingen is het lastig om de duurzaamheid van een product vast te stellen. Zij moeten namelijk afgaan op de informatie die bedrijven en aanbieders van duurzaamheidsdata hen geven, maar is die informatie compleet en betrouwbaar? In een eventuele procedure zouden ze als verweer kunnen opvoeren dat zij zich te goeder trouw hebben gebaseerd op die informatie. Het is dan aan de rechter om daarover een uitspraak te doen.

Financiële instellingen worstelen ook met de antiwitwasregels. Met name de banken gaan hieronder gebukt. Het OM heeft al verschillende schikkingen getroffen met banken die de regels niet goed hebben nageleefd. Je ziet daardoor dat de banken risicomijdend worden, ze willen voorkomen dat ze foute cliënten binnenhalen. Op grond van de Wwft moeten ze bijvoorbeeld een customer due dilligence doen. De bank moet daarvoor informatie opvragen. Het risicomijdende gedrag kan ertoe leiden dat ze daarvoor in feite te ingewikkelde vragen gaan stellen aan potentiële cliënten. Overigens het enkele feit dat een bedrijf opereert in een integriteitsgevoelige branche (denk aan seksclubs, coffeeshops en tweedehands autohandelaren) is onvoldoende om de betaalrekening van een bedrijf op te zeggen. Er moet een concrete verdenking van witwassen bestaan. Dat heeft de Hoge Raad bepaald in het belangrijke Yin Yang-arrest van 5 november 2021. Net als consumenten hebben bedrijven recht op een basisbetaalrekening, tenzij er een concrete verdenking is van witwaspraktijken. De bewijslast daarvoor ligt bij de bank.

De impact van dit arrest is groot. In de cursus komt dit onderwerp daarom zeker aan bod. Dat geldt overigens ook voor de economische sancties tegen Russische oligarchen. Bedrijven mogen met hen geen zaken meer doen, en banken willen de regels naleven. Maar hoe verhouden die zich bijvoorbeeld tot het EVRM?"

Danny Busch is een van de docenten van de cursus 'Actualiteiten Aansprakelijkheid & litigation in de financiële sector' op 13 en 20 oktober. Bekijk het programma


Danny Busch is hoogleraar Financieel recht aan de Radboud Universiteit.

CPO Academy is het kennisplatform van het CPO. Met columns en kennisclips van CPO-docenten en wetenschappers. Voor inspiratie, reflectie en nieuwe inzichten.

Wilt u op de hoogte blijven van inspirerende columns, kennisclips en de nieuwste cursussen? Meld u aan voor de informatiemails.

aanmelden