Tentameneisen

Tentamen 1 - Octrooirecht

Vereiste voorkennis

Van de kandidaat wordt verwacht dat hij de kennis bezit die wordt getoetst in het volgende tentamen:

  • Tentamen 6 - Recht Algemeen.

Doel van het tentamen

De kandidaat dient ervan blijk te geven dat hij voldoende kennis bezit van het Nederlandse octrooirecht alsmede de meest relevante buitenlandse wetgeving en de belangrijkste internationale regelingen die daarop betrekking hebben.

Kennis die wordt getoetst

De kandidaat dient ervan blijk te geven dat hij kennis bezit m.b.t. de onderstaande onderwerpen - op zichzelf en in onderlinge samenhang - en dat hij deze kennis kan toepassen in een casus. De bedoelde kennis omvat ten minste:

  • de relevante rechtsbronnen, waaronder
  • de Rijksoctrooiwet 1995 en overige relevante wettelijke, communautaire en verdragsrechtelijke bepalingen;
  • de relevante jurisprudentie, waaronder die van de Nederlandse gerechten, het Hof van Justitie van de EU en de Kamers van Beroep van het Europees Octrooibureau;
  • de actuele vraagstukken m.b.t. de genoemde onderwerpen en de gangbare opvatting dienaangaande, zoals bekend uit de gezaghebbende literatuur;
  • de gangbare juridische en in het bijzonder octrooirechtelijke begrippen, zowel in de Nederlandse als de Engelse taal, hoe deze worden toegepast en in welke rechtsbronnen hieromtrent regels worden gesteld.

Waar de onderwerpen betrekking hebben op verleende octrooien strekt de noodzakelijke kennis zich uit tot zowel rijksoctrooien als octrooien verleend door het Europees octrooibureau.

Onderwerpen

Systematiek van het octrooirecht

De kandidaat kent de grondslagen van het octrooirecht, het belang daarvan en de actuele ontwikkelingen daarbinnen. Hij overziet het voor Nederland toepasselijke octrooirecht alsmede het effect daarop van buitenlands octrooirecht.

Materieel octrooirecht

De kandidaat heeft grondige kennis van de materiële vereisten voor octrooiverlening en het recht van voorrang.

Aanspraak op octrooi

De kandidaat heeft grondige kennis van de regels aan de hand waarvan wordt bepaald wie aanspraak heeft op een octrooi.

Totstandkoming van octrooirechten

De kandidaat heeft grondige kennis van de aanvraagprocedure en de voorwaarden waaronder een Europees octrooi in Nederland van kracht wordt. De kandidaat heeft basiskennis van de aanvraagprocedure voor een Europees octrooi en de procedure voor een internationale octrooiaanvraag.

Rechtsgevolgen van een octrooi

De kandidaat heeft grondige kennis van de rechtsgevolgen van een octrooi.

Vermogensrechtelijke aspecten

De kandidaat heeft grondige kennis van de regels met betrekking tot de overdracht van octrooirechten en aanspraken daarop en de vestiging van zekerheidsrechten. De kandidaat heeft grondige kennis van licentieovereenkomsten en dwanglicenties.

Octrooiprocesrecht

De kandidaat heeft grondige kennis van de procedures bij Octrooicentrum Nederland, inclusief de rechtsmiddelen en de procedures voor geschilbeslechting. De kandidaat heeft grondige kennis van de nationale en communautaire bevoegdheidsregels m.b.t. geschilbeslechting. De kandidaat heeft basiskennis van de oppositieprocedure bij het Europees Octrooibureau.

Vernietiging en opeising

De kandidaat heeft grondige kennis van de regels met betrekking tot de vernietiging en opeising van octrooien.

Rechtsvergelijking

De kandidaat heeft basiskennis van de verschillen tussen het Nederlandse octrooisysteem enerzijds en de belangrijkste buitenlandse octrooisystemen anderzijds.

Aanvullende beschermings-certificaten

De kandidaat heeft basiskennis van aanvullende beschermingscertificaten voor geneesmiddelen en gewasbeschermingsmiddelen.

UPC en unitair octrooi

De kandidaat heeft basiskennis van het UPC Agreement en de werking van het Court.
De kandidaat heeft grondige kennis van het unitair octrooi en de implementatie in de Rijksoctrooiwet (Stb. 2019, 476).

Methode van tentamineren

Het tentamen wordt schriftelijk afgenomen. De tentamenduur is 3 uur. De tentamenopgave bevat een of meerdere casus waarin zich octrooirechtelijke vraagstukken voordoen.