Waarom ben je ooit begonnen met de rechtenstudie?
“Ik wilde eigenlijk sportjournalist worden, toen heb ik een zomer lang stage gelopen bij een wielertijdschrift. Ik overwoog naar de Hogeschool voor Journalistiek te gaan, maar toen zei een achteroom van mij die bij de Telegraaf werkte: ‘Dat is zo’n linkse opleiding, ga maar eerst rechten studeren. Dan kun je daarna nog alle kanten op.’ En bij dat tijdschrift mocht ik trouwens alleen stukjes uit het Frans vertalen, dat strookte niet helemaal met mijn ambities.”
Maar toen je kwam wel in een hele linkse stad terecht.
[Lachend:] “Ja ook dat nog. Nee zonder grappen, uit praktische overwegingen zocht ik een universiteit die niet te ver was van mijn geboorteplaats Apeldoorn. Dan komt Nijmegen al snel im Frage. Nijmegen was een erg fijne stad om te studeren, niet te groot. Je gaat er als student niet op in de massa.”
Als ik kijk naar waar de studie me het meest in geholpen heeft, dan is dat vooral vermogen om dingen tot de kern terug te brengen en van daaruit tot een oplossing komen.
Beviel de studie?
“Ik wist vrij snel dat ik geen juridisch beroep zoals advocaat of rechter wilde beoefenen, maar dat ik eerder als uitgever aan de slag wilde. Ik ben dan ook afgestudeerd op auteursrecht. Toch heb ik op mijn veertigste nog een poging gedaan om de advocatuur te betreden. Volgens mij heb ik bij elkaar zes weken ingeschreven gestaan op de rol in Amsterdam en daarna snel weer een ander pad gekozen. Het was eigenlijk verrassend hoeveel ik toen nog wist van de opleiding. De systematiek van denken was ik niet verleerd. Als ik kijk naar waar de studie me het meest in geholpen heeft, dan is dat vooral vermogen om dingen tot de kern terug te brengen en van daaruit tot een oplossing komen. Ik heb er in ieder geval absoluut geen spijt van.”