Nick Cave
Nick Cave

Nick Cave ontgint de ruimte tussen geloof en ongeloof

Geloofsregels pinnen vast, maar in niks geloven maakt het leven kaal. Nick Cave trekt weer volle zalen met zijn nieuwe tour (‘Wild God’). Toevalligerwijs valt zijn tour in dezelfde week waarin Radboud Reflects een theologische beschouwing wijdt aan het werk en leven van deze poplegende. Speelt hij een spel met ‘God’, of zit er meer achter? Veel meer, aldus twee theologen van de Radboud Universiteit.

Wat kan de muziek van Nick Cave ons leren over de grote vragen van het leven? En wat maakt dat hij al decennia lang weet te raken met zijn teksten over geloof, liefde en rouw? Hoogleraar rituele studies Thomas Quartier, die leeft en werkt als benedictijner monnik in abdij Keizersberg in Leuven, volgt Cave al dertig jaar op de voet. ‘Ik vind de vroegere Cave markanter. Tegenwoordig worden zijn teksten zeer gewaardeerd. Hij lijkt dan bijna een soort goeroe te worden, maar vergeet niet waar hij vandaan komt: een man die door tragiek en verscheurdheid is heengegaan en daarover zingt en spreekt..’

Theoloog Annemarieke van der Woude, behalve wetenschapper ook werkzaam als predikante in de remonstrantse kerk, kwam pas dit jaar in aanraking met de muziek van Cave, en het was meteen raak. Als late bekeerling bestudeerde zij de teksten en werken van de van origine Australische rocker. Zij ziet wel degelijk een rode draad in zijn teksten. Zijn rauwe benadering van het geloof was er volgens haar altijd al, en kreeg een nieuwe impuls na de tragische en veelbezongen dood van Cave’s zoon Arthur in 2015, die op vijftienjarige leeftijd van de rotsen viel bij een lds-trip. ‘De ravage in zijn werk is nooit weggeweest’, aldus verwijst Van der Woude naar het onlangs verschenen boek over zijn levensreis, Geloof, hoop en ravage

Thomas Quartier

‘Doen alsof’

Welke snaar weet Cave te raken? Thomas Quartier (zelf 51) weet niet zeker of zijn relevantie zich uitstrekt over alle generaties, en ook Annemarieke van der Woude (iets jonger dan Cave) plaatst vraagtekens bij de blijvende zeggingskracht van ‘babyboomer Cave’ (geboren in 1957). ‘Maar onmiskenbaar heeft hij een hele generatie aan zich weten te binden.’ Zijn jongste tour, met in Nederland twee keer een uitverkocht Ziggo (17.000 bezoekers) illustreert zijn relevantie, aldus beide theologen.

Quartier positioneert zijn relevantie in het middengebied tussen de gelovigen en zij die zich van alle geloof hebben afgekeerd. ‘Cave kan als performer uitdrukking aan zijn intuïties geven. Religieuze beelden helpen hem om daarmee te spelen zonder dat het dogmatisch wordt. Dat is een ander geluid dan leerstellige uitspraken, heeft meer met ervaring en imaginatie te maken. Dat spreekt mensen aan, binnen en buiten kerken.’ Van der Woude illustreert deze tussenpositie aan de hand van Cave’s grondhouding om ‘te doen alsof’ God bestaat. ‘Dat is al voldoende. Hiermee zet Cave de deur open naar een betekenisvolle wereld, iets wat de secularisatie ons tot op de dag van vandaag niet heeft kunnen bieden.’

Annemarieke van der Woude

The Red Hand Files

Van der Woude onderstreept de relevantie van Cave met zijn in 2018 gestarte blog, The Red Hand Files, waarin hij antwoorden geeft op levensvragen, onder meer ook van mensen die net als Cave moeten leven met de tragedie van een verloren kind. Cave leeft volgens haar voor hoe je met rouw kunt omgaan. ‘Op een gegeven moment komt er een punt achter het beest in de bek kijken en is het zaak om, in de woorden van Cave, “terug te keren naar de wereld”.’ 

Zijn Files omvatten openhartige schrijfsels over hoe hij en zijn vrouw de pijn om het verlies van hun zoon proberen te dragen. Van der Woude: ‘Zij kennen geen angst meer, omdat het ergste wat een mens kan overkomen – je kind verliezen – hen al getroffen heeft.’ Maar het is geen panacee om ieder door de rouw heen te laten komen, zegt zij. ‘Het gat kan voor sommigen te diep zijn, te zwart om een keuze te kunnen maken om verder te gaan met je leven, hoe graag je dat ook zou willen.’

Cave als performer

Een grote vraag die rondom Cave blijft hangen is zijn oprechtheid. Is het geen spel dat hij speelt? Hij is immers een theaterman met een immens oeuvre op zijn naam, dat zich uitstrekt over vele kunstuitingen, een flamboyant man die je gemakkelijk in de luren legt. Van der Woude snapt de vragen over zijn intenties, vanwege het raadselachtige “wat-als” waarmee Cave het wezen van religie duidt: wat als er engelen bestaan, wat als er een God bestaat? ‘Maar die vragen neemt hij uiterst serieus, hij is niet in eigen persoon wat-als. Cave stáát er, in contact met zijn publiek om ze bij te staan met de grote vragen.’

Ook Thomas Quartier neemt Cave uiterst serieus. De theoloog-monnik weet ook wel dat je gemakkelijk een woordenspel kunt spelen met het geloof. Hij wijst op Into My Arms (zie kader), dat mogelijk een spel is, maar op het hoogste niveau gespeeld. ‘Ik hoor mensen wel vragen: “Van wie houd je het meest, van je partner of van God?”, precies het spel dat geloven tekort doet, de domste vraag ooit. Cave heeft het in deze song prachtig verwoord: kijkend naar je geliefde wordt een God voorstelbaar, en gelovend in God keer je je met zorg naar je geliefde. Een mooie les van Cave, dat geloof en liefde één is.’

Into My Arms

 

And I don't believe in the existence of angels
But looking at you I wonder if that's true
But if I did, I would summon them together
And ask them to watch over you

Foto bovenaan via Wikimedia Commons

Contactinformatie

Thema
Filosofie, Kunst & Cultuur