‘Ramadan herinnert me eraan dat ik niet alles onder controle heb’
Op dinsdag 17 februari start de Ramadan. Wereldwijd vasten moslims van zonsopgang tot zonsondergang. In deze editie van ‘Wat zeggen wetenschappers over …’ reflecteren drie wetenschappers op de Ramadan.
‘De naam Ramadan bestond al vóór de islam. Maar kreeg een bijzondere betekenis omdat in deze maand de eerste openbaring van de Koran aan de profeet Mohammed plaatsvond en hij in die maand ook vastte. Ramadan betekent letterlijk “verzengende hitte” en is afgeleid van een Arabische wortel die verwijst naar droogte en intense warmte. Oorspronkelijk was het in de pre-islamitische Arabische Kalender de naam van de heetste maand, maar sinds het afschaffen van schrikkelmaanden door de profeet Mohammed verschuift de Ramadan elk jaar ongeveer elf dagen en doorloopt zo alle seizoenen. Spiritueel staat de betekenis van Ramadan als “verzengende hitte” symbool voor het zuiveren van de ziel of “verbranden” van zonden. Het is de maand waarin moslims vasten van zonsopgang tot zonsondergang als vorm van aanbidding en zelfdiscipline.
Sommige moslims beginnen al vóór Ramadan met extra vasten om lichaam en geest eraan te laten wennen. Anderen bereiden zich geestelijk voor door meer Koran te lezen of te luisteren en vaker naar de moskee te gaan. Maar eerlijk gezegd laten veel moslims, waaronder ikzelf, zich ook een beetje overvallen door Ramadan. Dat vind ik juist mooi: Ramadan als ontregelaar die je slaap- en eetritme omgooit. Het herinnert me eraan dat ik niet alles onder controle heb, wat past bij de kern van islam – letterlijk: overgave.
Tijdens de vastenmaand houd ik me vast aan het ritme van gebed en bezinning, maar ook aan het besef van solidariteit. Ik weet dat mijn vasten vrijwillig is en dat er ’s avonds eten op tafel staat. Voor veel mensen is dat niet vanzelfsprekend. Denk aan Gaza, Sudan of andere landen waar mensen onvrijwillig honger lijden door oorlog en armoede. Of aan Iran, waar religieuze regels dwingend worden opgelegd. Juist daarom houd ik vast aan dankbaarheid en vrijwilligheid: vasten krijgt voor mij alleen betekenis als het een bewuste, vrije keuze is. Daarnaast put ik kracht uit het besef dat miljoenen mensen wereldwijd hetzelfde doen.
Eid al-Fitr – het einde van de Ramadan – betekent voor mij een nieuw begin. Ik zeg vaak dat ik twee momenten per jaar heb voor goede voornemens: met Nieuwjaar en met Eid al-Fitr. Eerlijk is eerlijk, vaak komt er minder van terecht dan ik hoop, maar het geeft me in ieder geval een herkansing. Of de kans om mijn voornemens bij te stellen. Daarnaast is het vooral een warme, feestelijke dag: samen met familie genieten van lekker eten, mooie kleding en cadeautjes voor de kinderen. Het is vreugde na inspanning, dankbaarheid na een maand van discipline.
Mijn eerste tip: wens iemand geen 'sterkte', maar feliciteer hem of haar met Ramadan. Voor veel moslims is het een bijzondere en mooie maand, geen zielige periode die je moet 'overleven'. Verdiep je er een beetje in: elk jaar opnieuw moeten uitleggen dat we ook geen water drinken kan best vermoeiend zijn. Tegelijkertijd: wees niet bang om fouten te maken. Het is helemaal niet erg als je vergeet dat iemand vast en een lunch of thee aanbiedt. Ik zeg altijd: als ík het maar niet vergeet, is er niets aan de hand.'
‘Voor mij is de Ramadan een tijd om rustiger aan te doen, om stil te staan bij de intenties achter mijn acties en om bewuster te zijn van hoe ik mijn tijd besteed.
Ik probeer mijn agenda zo leeg mogelijk te maken voordat de Ramadan begint zodat ik de maand op een rustige, vredige en geconcentreerde manier kan beleven. Ik bezoek ook mijn lokale Syrische winkel en sla een aantal essentiële Ramadan-voedingsmiddelen in. Bijvoorbeeld dadels, gedroogde abrikozenvellen om een drankje genaamd ‘amardeen’ te maken of tamarinde om het drankje ‘tamr hindi’ te maken.
Mijn herinneringen aan de Ramadan spelen zich af rond de eettafel of in de moskee. De Ramadan is een tijd waarin het hele gezin samen eet, hoe druk we allemaal ook zijn. Dagelijks samenkomen voor het eten creëert een zekere nabijheid. Kort na het verbreken van het vasten gaan mijn familie en ik naar de moskee voor taraweeh: nachtgebeden in de moskee. Dat zijn voor mij bijzondere herinneringen.
Ik zou mensen willen uitnodigen om hun nieuwsgierigheid te voeden door vragen te stellen. Als je iets niet weet over vasten of over de Ramadan, wees dan niet verlegen om dit aan je moslimvrienden of -collega’s te vragen. Het kan een geweldige gelegenheid zijn om met anderen over hun geloof in contact te komen en velen zullen graag hun ervaringen met je delen.’
‘Voor organisaties is het belangrijk dat medewerkers zich gehoord en gezien voelen, ongeacht achtergrond of sociale identiteit. Onderzoek laat zien dat rekening houden met bijvoorbeeld de Ramadan en medewerkers ruimte geven hun werk daarop aan te passen, een krachtig signaal afgeeft van waardering en inclusie. Percepties van inclusie beïnvloeden bovendien attitudes en gedrag. Kennis van collega’s en leidinggevenden over de Ramadan kan het gevoel van inclusie versterken.
Uit mijn onderzoek blijkt dat moslimmedewerkers het gevoel hebben zich elk jaar opnieuw te moeten ‘verantwoorden’. Er is bijvoorbeeld weinig kennis over het feit dat tijdens de Ramadan ook niet gedronken mag worden. Reacties als “ook geen water? Dat zou ik nooit kunnen” zijn vaak goedbedoeld, maar kunnen impliceren dat vasten extreem of ‘raar’ is en benadrukken het anders-zijn. Dat zulke opmerkingen jaarlijks terugkeren, wordt ervaren als gebrek aan oprechte interesse.
Bepaalde praktijken zijn relatief eenvoudig in organisaties in te voeren en relevant voor meerdere levensbeschouwelijke groepen. Een stilte- of gebedsruimte kan breed worden ingezet. Tegelijk zijn de uitkomsten van inclusieve praktijken complex en afhankelijk van organisatiecontext en -processen. Het is belangrijk per organisatie te kijken wat past en waar behoeften liggen; uit mijn onderzoek blijkt dat een diversiteitsnetwerk hierbij kan helpen. Een organisatie die diversiteit en gelijkheid daadwerkelijk uitdraagt, kan aantrekkelijker zijn als werkgever, mits dit verder gaat dan imago en geen ‘faith-washing’ wordt. Onderzoek in Nederland toont aan dat discriminatie van moslims op de werkvloer helaas nog een wijdverspreid fenomeen is, niet alleen bij werving en promotie, maar ook in dagelijkse omgangsvormen.
Uit recent onderzoek blijkt dat inclusie en exclusie bovendien hand in hand kunnen gaan; dat geldt ook voor diversiteitsnetwerken. Toch zijn deze netwerken waardevol. Ze bieden een veilige ruimte waar medewerkers met gedeelde identiteiten ervaringen kunnen delen zonder zich te hoeven verdedigen. Daarnaast kunnen zij signalen bundelen en structurele ongelijkheid aankaarten bij HR of management. Voor duurzame verandering moeten organisaties bereid zijn hun eigen processen kritisch te herzien. Diversiteitsnetwerken kunnen daarin dus een belangrijke rol spelen: als klankbord en informatiebron.’