Justine Bakker, Zawdie Sandvliet en Jorrit van den Berk - Foto Sarah Danz
Justine Bakker, Zawdie Sandvliet en Jorrit van den Berk - Foto Sarah Danz

Amerikaanse invloeden op de Nederlandse racismediscussie? | Lezing en gesprek door amerikanist Jorrit van den Berk en socioloog Zawdie Sandvliet

In 2020 protesteerden ze tegen allerlei vormen van racisme in Nederland. De directe aanleiding was echter de moord op een zwarte Amerikaan, George Floyd, gepleegd aan de andere kant van de oceaan. Zijn Amerikaanse termen en ideeën over racisme wel een op een te vertalen naar de Nederlandse context? Luister naar amerikanist Jorrit van den Berk en socioloog Zawdie Sandvliet over wat we wel en niet kunnen leren van het Amerikaanse denken over racisme.

Video | Podcast 

Woensdag 8 november 2023| Collegezalencomplex, Radboud Reflects en Faculteit der Letteren Bekijk de aankondiging.

Verslag

Door Adriaan Duiveman | Foto's door Sarah Danz

Angst voor amerikanisering

Van den Berk begon zijn lezing met een korte uiteenzetting over het fenomeen Amerikanisering. Al meer dan honderd jaar zijn Europeanen bang dat hun cultuur wordt verdrongen door een Amerikaanse. De laatste is massacultuur: ingeblikte soep, Hollywood, Netflix en consumentisme. De Europese cultuur, daarentegen, zou hoogstaand, spiritueel en verfijnd zijn: haute cuisine, haute couture, art house.

Cultuurwetenschappers, legde Van den Berk uit, zijn allang van het idee van essentiële culturen afgestapt. Er is niet één Amerikaanse cultuur en één Europese. ‘Alle cultuur, waar ook ter wereld, is het resultaat van circulatie van culturele vormen: kleding, eten, taal. Op lokale plaatsen en specifieke momenten hybridiseren die en vormen ze iets nieuws.’

Desondanks, betoogde Van den Berk, is niet te ontkennen dat Amerika een belangrijke broedplaats was voor de wereldwijde massacultuur. ‘Nederlanders hebben heel lang Amerika als een referentiepunt gezien voor wat het betekent om in een massacultuur te leven. Maar daar hingen ze wel allerlei eigen waardes aan.’

Amerika als Europese schaamlap

Een van de Amerikaanse, culturele fenomenen die Nederland bereikte, was de zwarte vrijheidsstrijd. Martin Luther King, de Civil Rights Movement en Malcolm X: ook in Nederland werden dit bekende namen. Dat kwam doordat spilfiguren zoals MLK zelf op zoek gingen naar internationale bondgenoten en door Afro-Amerikaanse muziek en cultuur. Maar ook door Amerikaanse Koude Oorlogspropaganda die juist het probleem ontkende.

Europeanen en specifiek Nederlanders snakten naar de verhalen over Amerikaans racisme, betoogde Van den Berk. ‘Afro-Amerikaanse cultuur waar we uiteindelijk termen als “institutioneel racisme” uit kennen, zou zich niet in Nederland geworteld hebben, als het voor ons niets betekend zou hebben.’ Er was authentieke solidariteit, erkende Van den Berk, maar er is ook een cynische verklaring. Na de gruwelen van de Shoah worstelden Europeanen met een schuldgevoel. ‘Nieuws over Amerikaans racisme was de context van een Europees inferioriteitscomplex heel bevredigend,’ aldus de amerikanist. ‘Ze dachten: “Oké, de VS is machtig, rijk, invloedrijk, maar ook racistisch. En dat laatste zijn wij niet meer”.’

Jorrit van den Berk - Foto Sarah Danz
Jorrit van den Berk - Foto Sarah Danz

De VS als racistisch referentiekader

‘Black Lives Matter’ riepen de demonstranten op de Dam, het Malieveld en in het Goffertpark. In 2020 protesteerden ze tegen allerlei vormen van racisme in Nederland. De directe aanleiding was echter de moord op een zwarte Amerikaan, George Floyd, gepleegd aan de andere kant van de oceaan. Zijn Amerikaanse termen en ideeën over racisme wel een op een te vertalen naar de Nederlandse context? Amerikanist Jorrit van den Berk en socioloog Zawdie Sandvliet spraken in het Collegezalencomplex over wat we wel en niet kunnen leren van het Amerikaanse denken over racisme. Religiewetenschapper Justine Bakker leidde de avond.

Zawdie Sandvliet - Foto Sarah Danz
Zawdie Sandvliet - Foto Sarah Danz

Nederlandse antiracisten hebben Amerika nodig

Met dat laatste waren en zijn Europese antiracisten het niet eens. Zij wijzen erop dat er wel degelijk racisme voorkomt in Europa. Er is een lange traditie van Europees verzet tegen de discriminatie van mensen van kleur. Toch is het voor hedendaagse activisten lastig om naar deze traditie te verwijzen. Pas nu komt een verzetsheld als Anton de Kom in het collectieve geheugen. Om hun boodschap over te brengen, moesten antiracisten verwijzen naar Amerikaanse namen en termen.

‘De rol van Amerika in de duiding van racisme in Nederland, is eigenlijk heel dubbel,’ concludeerde Van den Berk. ‘Nederlandse activisten van kleur gebruiken Amerikaanse inspiratie. Omdat het toegankelijk is en wordt begrepen door een groot publiek. Daar tegenover staat dat het ook een Nederlandse geschiedenis van antiracisme en protest dreigt te verdringen.’ En daardoor, stelt Van den Berk, ‘denken Nederlanders dat racisme iets typisch Amerikaans is’.

Vak voor 22-jarige Zawdie

Na de lezing interviewde gespreksleider Justine Bakker de sociaalhistoricus Zawdie Sandvliet. De laatste heeft op de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam ‘Afro-Nederlandse Studies’ opgezet. ‘Het vak,’ vertelde Sandvliet, ‘gaat over de geschiedenis en hedendaagse realiteiten van zwarte mensen in Nederland. Dat is het in één zin.’ Sandvliet wilde de cursus opzetten omdat hij zelf iets miste in het Nederlandse onderwijssysteem. Dat er ‘iets was met slavernij’ wist hij wel als kind van Suriname, maar veel aandacht was daar niet voor op de basis- en middelbare school. En zelfs op de universiteit kon hij daar niets over vinden.

‘Toen ik sociologie studeerde,’ herinnert hij zich, ‘kregen we een handboek, The Big Social Theory or something like that. De eerste drie hoofdstukken gingen over Weber, Durkheim en Marx. Hoofdstuk 4 ging over W.E.B. Du Bois, de Zwarte Amerikaanse schrijver, filosoof, historicus en activist. En dat hoofdstuk sloegen we over.’ Eufemistisch: ‘Als één van de zwarte studenten in de collegezaal van 120 andere studenten dacht ik: “Dit is een beetje gek”.’

Later ontdekte hij dat er in de VS een hele studie bestond genaamd Afro-American Studies. Sandvliet vroeg een beurs aan en mocht naar Boston University om het te studeren. Met één doel: die kennis naar Nederland halen. ‘Dit vak, Afronederlandse Studies, is voor 22-jarige Zawdie. Dit is het vak dat ik had moeten krijgen.’

Ons verhaal

‘Als je ooit in Washington D.C. bent,’ adviseerde Zawdie, ‘ga dan naar het National Museum for African American History and Culture. Het mooie van dat museum, is dat het een verhaal vertelt. Het begint in de kelder, met de slavernij, en je eindigt met Black excellence bovenin. Het eindigt met Obama.’ Lachend: ‘Iedereen moet Obama worden.’ Dat verhaal sprak Sandvliet aan. Maar zo’n verhaal kon hij voor Nederland niet vertellen. ‘Van slavernij in Suriname en op Aruba naar het heden mist er iets. Ik moest op zoek naar het afterlife van slavernij in Nederland.’

‘Ik wil de historische coördinaten vinden waarmee het verhaal kan vertellen waardoor studenten niet alleen meer naar Malcolm X en Martin Luther King hoeven te kijken, maar ook naar Anton de Kom, de Huiswouds (Surinaamse communistische activisten, red.) en de ZMV-vrouwen.’

Blackface

In het slotinterview sloot ook Van den Berk aan. De amerikanist en Sandvliet waren het met elkaar eens: er is ook een Nederlands verhaal te vertellen over anti-zwartracisme en het verzet daartegen. En daarvoor hoeven niet alleen maar Amerikaanse termen ingevlogen te worden. Waarom gebruiken we bijvoorbeeld niet het woord ‘alledaags racisme’, vroeg Van den Berk zich af. Dit concept werd in 1984 al door de Afro-Nederlandse antropologe Philomena Essed gemunt.

En het woord ‘blackface’ in de Zwarte Pietendiscussie dan? Nog afgezien van de historische verbindingen tussen Zwarte Piet en Amerikaanse minstrel shows, stelde Van den Berk dat voor ‘blackface’ geen Nederlandse vertaling is die dezelfde morele connotatie heeft. Sandvliet betwijfelde of je er wel zo’n woord voor nodig hebt, in het Engels of in het Nederlands. Voor Zwarte kinderen was het al decennia duidelijk dat het vanaf november, met Sinterklaas in het vooruitzicht, niet leuker werd voor hen. Of je dat nou ‘blackface’ noemt of niet.

Aankondiging

‘Black Lives Matter’ riepen de demonstranten op de Dam, het Malieveld en in het Goffertpark. In 2020 protesteerden ze tegen allerlei vormen van racisme in Nederland. De directe aanleiding was echter de moord op een zwarte Amerikaan, George Floyd, gepleegd aan de andere kant van de oceaan. Zijn Amerikaanse termen en ideeën over racisme wel een op een te vertalen naar de Nederlandse context? Luister naar amerikanist Jorrit van den Berk en socioloog Zawdie Sandvliet over wat we wel en niet kunnen leren van het Amerikaanse denken over racisme

Black Lives Matter op de Dam

Nederlandse anti-racismeactivisten gebruiken onder andere terminologie uit de VS. Ze spreken van ‘institutioneel racisme’, blackface en ‘wit privilege’; woorden die ontleend zijn aan Amerikaans denken over discriminatie. Waarom zijn de VS zo zichtbaar in de discussies over de aard en uiting van racisme in Nederland? De wereld wordt internationaler, dus ook protestbewegingen en maatschappelijke debatten globaliseren. Maar is de bijbehorende terminologie naar een andere context te vertalen?

Import of inspiratie

Nederland, zo menen de critici, is onvergelijkbaar met Amerika. Plantageslavernij vond immers niet plaats in de polders. En dat, zo stellen de critici, maakt een wereld aan verschil. Het importeren van Amerikaanse terminologie is, voor hen, het importeren van Amerikaanse identiteitspolitiek. Activisten, daarentegen, wijzen erop dat Nederland actief bijdroeg en verdiende aan de trans-Atlantische slavenhandel en dat racisme net zo goed onderdeel is van de huidige, Nederlandse samenleving. Amerikaanse termen kunnen voor hen dienen als inspiratie, maar de discussie over racisme is beslist Nederlands.

Afro-Nederlandse studies

Amerikanist Jorrit van den Berk onderzoekt samen met collega Laura Visser-Maessen de rol van Amerika in Nederlandse manieren van praten  over racisme sinds 1900. Hun conclusie: de Amerikanisering van die discussies is minder groot dan de kritische opiniemakers menen. Erger nog, het verwijt van een importdiscussie zit een echt gesprek over racisme in de weg.

Socioloog Zawdie Sandvliet vindt inspiratie in Amerikaanse theorieën. Na zijn studie African American Studies aan Boston University zette hij, aan de Hogeschool van Rotterdam, het vak Afro-Nederlandse Studies op. Wat kunnen we volgens hem leren van Amerikaanse denkers over racisme? En welke vertaalslag moeten we dan maken?

Over de sprekers

Jorrit van den Berk is amerikanist aan de Radboud Universiteit. Hij onderzoekt samen met collega Laura Visser-Maessen de impact van Amerikaanse discussies over (anti-)racisme sinds 1900 in Nederlandse kranten en tijdschriften.

Zawdie Sandvliet is socioloog en verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Op de Hogeschool van Rotterdam doceert hij zijn zelf opgezette vak Afro-Nederlandse Studies. Sandvliet studeerde African American Studies aan Boston University met een prestigieuze Fullbrightbeurs.

Justine Bakker is religiewetenschapper aan de Radboud Universiteit. Zij leidt het gesprek.

Contactinformatie

Wil je op de hoogte blijven van de activiteiten van Radboud Reflects? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief.

Organisatieonderdeel
Radboud Reflects
Thema
Gedrag, Kunst & Cultuur, Samenleving