Cees Leijenhorst, Jan Bransen en Lotte Krabbenborg
Cees Leijenhorst, Jan Bransen en Lotte Krabbenborg

Citizen Science and Open Education. Is Science Open to Everyone? | Academische Zaken met filosoof Jan Bransen en socioloog Lotte Krabbenborg

Hoe open staan wetenschappers voor bijdragen van het publiek? En hoe open zijn ze in het delen van hun lesmateriaal? Wetenschap draait tegenwoordig om samenwerking en transparantie. Dankzij Citizen Science kunnen niet-wetenschappers actief deelnemen aan onderzoek. Maar is dit echt een frisse, nieuwe benadering van wetenschap, of gewoon een oud idee in een modern jasje? In het onderwijs groeit eveneens de vraag naar Open Education. Stel je voor dat docenten hun lesmateriaal vrij toegankelijk maken voor iedereen. Zou dit het onderwijs verbeteren en de kennis van het publiek verrijken? En hoe ver zijn we bereid te gaan met deze veranderingen?

Podcast

Dinsdag 11 februari 2025 | 15.30 - 16.15 uur | Aula, Senaatszaal, Radboud Universiteit | Radboud Reflects en Open Science Community Nijmegen. Bekijk de aankondiging.

Verslag 

Door Bas van Woerkum-Rooker

De aandacht voor “Citizen Science” groeit, met meer mensen die meehelpen met wetenschappelijk onderzoek. Tegelijkertijd neemt de belangstelling voor Open Education toe, waarbij vrije toegang tot onderwijsmateriaal wordt aangemoedigd. Maar wat als we met deze ideeën nog een stap verder zouden kunnen gaan? Hoe betrokken moeten burgers zijn bij wetenschappelijk onderzoek? En wat betekent het eigenlijk voor onderwijs om “open” te zijn?

Tijdens dit evenement, georganiseerd door Radboud Reflects en de Open Science Community Nijmegen, onderzochten socioloog Lotte Krabbenborg en filosoof Jan Bransen manieren waarop wetenschappers en universiteiten studenten en burgers kunnen betrekken bij onderwijs en onderzoek. De sessie werd gemodereerd door filosoof Cees Leijenhorst. Na een vruchtbare discussie stelden mensen in het publiek hun vragen over open science.

Verder dan vlinders tellen

“Citizen science is tegenwoordig een modieus label,” begon Krabbenborg. Citizen science wordt vaak gezien als mensen die wetenschappers helpen door gegevens te verzamelen, zoals vlinders tellen of het dragen van slimme apparaten. Dit is waardevol, zei Krabbenborg, maar burgers kunnen veel meer bijdragen dan alleen gegevens. Ze kunnen helpen onderzoek vorm te geven, wetenschappelijke projecten aanvechten en hun bezorgdheid uiten als ze vinden dat het onderzoek niet aansluit bij hun waarden. Daarom geeft ze de voorkeur aan de term “burgerparticipatie”. Bransen voegde eraan toe dat het onderscheid tussen burgers en wetenschappers vreemd is: “wetenschappers zijn ook burgers”. Hij benadrukte dat de universiteit te veel afgesloten is van de stad. “De campus zou de stad moeten zijn en vice versa,” zei hij.

Krabbenborg was zelf betrokken bij een onderzoek naar patiënten met multiple sclerose (MS). In eerste instantie richtten de wetenschappers die dit onderzoek leidden zich op het beste ontwerp voor een slimme gadget die nuttig zou zijn voor het verzamelen van gegevens en het verbeteren van de behandeling voor deze patiënten. Krabbenborg deed een stap terug, luisterde naar de patiënten en toonde aan dat deze gadgets vaak de kwaliteit van leven van de patiënt verstoorden. Ze werden afgeleid of herinnerd aan hun ziekte tijdens het dagelijks leven, en ze wilden liever leren hoe ze hun ziekte konden combineren met hun werk of gezinsleven. “We moeten patiënten al in een vroeg stadium bij het gesprek betrekken,” zei Krabbenborg. Bransen was het daarmee eens en pleitte ervoor dat “wetenschappers mensen zouden helpen om betere vragen te stellen over hun wereld, in plaats van alleen maar antwoorden te geven”.

Denken over mensen, maar niet met hen

Bransen noemde de scherpe scheidingslijn tussen wetenschapper en burger: wetenschappers produceren kennis over burgers, of wat relevant voor hen kan zijn, en delen deze kennis vervolgens met hen. Wetenschappers mengen zich niet echt met hun onderzoeksonderwerpen. “We hebben andere soorten wetenschappers nodig,” beaamde Krabbenborg. “Geen mensen die zeggen: dit is het probleem en zo moeten we het aanpakken. We moeten niet denken dat als burgers het niet eens zijn met de parameters die wetenschappers stellen, ze het niet snappen en gewoon de relevante kennis missen.” Krabbenborg pleitte ervoor om vertrouwen te winnen bij mensen buiten de universiteit en hun zorgen serieus te nemen.

Krabbenborg erkende ook dat deelname aan de wetenschap vaak beperkt is tot bepaalde groepen mensen. Ze is een voorstander van het compenseren van burgers voor hun bijdragen aan de wetenschap. “Wetenschap is tot nu toe vooral een inspanning geweest voor degenen die de tijd en de middelen hebben om bij te dragen,” zei ze. Initiatieven zoals het Klimaatonderzoek Initiatief in Nederland (KIM), dat burgers betaalt voor hun betrokkenheid, benadrukt het potentieel van meer inclusief, interdisciplinair onderzoek dat burgerparticipatie erkent en waardeert. 

Wie heeft kennis?

Het gesprek rond Citizen Science leidde tot het debat over Open Education. Open Education, traditioneel opgevat als het delen van onderwijsmateriaal, heeft volgens Bransen een veel breder perspectief nodig. De kern van deze discussie is de vraag naar “epistemische autoriteit”, zoals Bransen het stelt. Wie was kennis? Wie is in de positie om te zeggen: “Ik weet hoe dingen werken”?

Traditioneel is kennis geconcentreerd binnen academische instellingen, waarbij universitaire onderzoekers het leeuwendeel van de expertise in handen hebben en burgers aan de buitenkant staan.  Maar moet deze kennis beperkt blijven tot academische tijdschriften, zoals vandaag de dag grotendeels het geval is? Bransen stelt dat het huidige academische systeem zijn grenzen bereikt. “Er is te veel te lezen. Het is gewoon onmogelijk om bij te blijven. En we vernauwen onze expertise steeds meer tot gespecialiseerde gebieden,” zegt hij. 

Cees Leijenhorst, Jan Bransen en Lotte Krabbenborg
Cees Leijenhorst, Jan Bransen en Lotte Krabbenborg - foto Sarah Danz

In deze context vraagt Bransen zich af waarom we onderwijs nog steeds organiseren in geïsoleerde instellingen met gesloten deuren. “Waarom gaan we ervan uit dat onderwijs en kennis binnen deze muren moeten blijven?” vraagt hij. Universiteiten en onderzoekscentra zouden niet langer geïsoleerd moeten bestaan, maar meer geïntegreerd moeten zijn met de steden en gemeenschappen om hen heen. Hij noemt de enorme uitbreiding van kennis over klimaatverandering, maar nog steeds het schijnbare gebrek aan urgentie om er iets aan te doen. Zou de scheiding tussen “kennisproducenten” en “kennisconsumenten” - degenen die “opgeleid” moeten worden - hierin een rol kunnen spelen?    

Zinvolle maatschappelijke verandering

Eén vraag bleef in de lucht hangen tijdens het gesprek: Wat definieert succes als wetenschap niet alleen gaat over het vinden van antwoorden op problemen die door wetenschappers zelf worden gesteld? Beide sprekers waren het erover eens dat de nadruk op het publiceren in peer-reviewed tijdschriften moet worden verminderd. Wetenschappers hebben meer tijd en ondersteuning nodig om in contact te komen met mensen buiten de academische wereld en om hun onderzoek vorm te geven op basis van de behoeften en zorgen van het bredere publiek. Ze moeten spreken op patiëntenconferenties, contacten leggen met gemeenschappen en bedrijven en zich inzetten om de levenskwaliteit van mensen te verbeteren. Universiteiten moeten wetenschappers de tijd en de middelen geven om deel te nemen aan deze activiteiten. Deze aanpak maakt de wetenschap niet alleen opener, maar stelt haar ook in staat om zinvolle maatschappelijke veranderingen teweeg te brengen.

Aankondiging

Hoe open staan wetenschappers voor bijdragen van het publiek? En hoe open zijn ze in het delen van hun lesmateriaal? Wetenschap draait tegenwoordig om samenwerking en transparantie. Dankzij Citizen Science kunnen niet-wetenschappers actief deelnemen aan onderzoek. Maar is dit echt een frisse, nieuwe benadering van wetenschap, of gewoon een oud idee in een modern jasje? In het onderwijs groeit eveneens de vraag naar Open Education. Stel je voor dat docenten hun lesmateriaal vrij toegankelijk maken voor iedereen. Zou dit het onderwijs verbeteren en de kennis van het publiek verrijken? En hoe ver zijn we bereid te gaan met deze veranderingen? Kom en deel je gedachten over de openheid van onderzoek en onderwijs.

De burger als wetenschapper? 

Hoe open staat de wetenschap voor de inbreng van het publiek? De term “citizen science” wint aan populariteit, maar wat betekent het eigenlijk? Is het een revolutionaire benadering van wetenschappelijke ontdekkingen, of gewoon een handig label voor activiteiten zoals het tellen van vogels, het monitoren van de luchtkwaliteit of het bijhouden van persoonlijke gegevens? Kunnen niet-wetenschappers echt zinvolle kennis bijdragen? Hoe ver moeten we gaan in het betrekken van niet-wetenschappers bij onderzoek? En is citizen science echt toegankelijk voor iedereen, of is het vooral een platform voor een selecte groep hoogopgeleiden?

Wetenschappelijk onderwijs voor iedereen? 

Hoe open is wetenschappelijk onderwijs—voor andere docenten, maar ook voor het brede publiek? Zouden vrij toegankelijke bronnen niet alleen de onderwijspraktijk kunnen veranderen, maar ook meer samenwerking tussen leerkrachten kunnen bevorderen? Stel je voor dat, naast het veranderen van de manier waarop leerkrachten werken, steeds meer onderwijsmateriaal niet alleen beschikbaar wordt voor studenten en andere leerkrachten, maar voor iedereen. Zou dit individuen in staat stellen om meer zelfsturende studenten te worden, of is toegang alleen onvoldoende? En wat gebeurt er in dit nieuwe landschap van open onderwijs met het traditionele klaslokaal en de rol van de leerkracht?

Doe mee aan twee korte discussierondes. Ethicus Marcel Becker is de gespreksleider. Hij gaat met Jan Bransen in gesprek over Open Education en met Lotte Krabbenborg over Citizen Science.

Over de sprekers

Jan Bransen is hoogleraar Filosofie van de gedragswetenschappen en academisch leider van het Radboud Teaching and Learning Centre aan de Radboud Universiteit. Hij schreef meerdere publieksboeken waaronder Laat je niets wijsmaken en Gevormd of vervormd. In februari 2024 komt bij ISVW Uitgevers het boek En nu? De mens als bedreigde diersoort uit.

Lotte Krabbenborg is socioloog en politiek filosoof. Ze bestudeert de manieren waarop nieuwe techno-wetenschappelijke ontwikkelingen zoals nanotechnologie, biobrandstoffen en kunstmatige intelligentie de samenleving beïnvloeden en worden overgenomen. In haar onderzoek betrekt ze burgers en non-gouvernementele organisaties.

 

Contactinformatie

Wil je op de hoogte blijven van de activiteiten van Radboud Reflects? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief.

Organisatieonderdeel
Radboud Reflects
Thema
Filosofie, Onderwijs, Samenleving, Wetenschap