Meer singles
De avond stond in het teken van kennis over relaties en implicaties voor singles. Tegenwoordig zijn veel meer mensen alleenstaand dan vroeger. Dit blijkt volgens Karremans uit de cijfers van het CBS. De laatste peiling die het CBS heeft afgenomen was in 2017. Toen was dertig procent van alle huishoudens alleenstaand. Naar verwachting wordt dit alleen nog maar meer, met als gevolg dat in 2050 dit percentage zal oplopen tot de helft van alle Nederlandse huishoudens.
Daarbij zien we dat de keuze om single te zijn afhankelijk is van leeftijd en geslacht. Uit de cijfers blijkt namelijk dat vijfennegentig procent van alle single volwassenen onder de dertig toch een relatie wil. Bij de categorie veertig tot vijftig jaar wordt dit iets minder en vanaf de vijftig zien we een groot verschil. In deze laatste leeftijdscategorie zien we echter ook een verschil in sekse. Zo zijn vrouwen van die leeftijd minder geïnteresseerd in een (nieuwe) relatie dan mannen van die leeftijd. Volgens Karremans komt dit doordat het welbevinden van mannen vaak afhankelijker is van de relatiestatus dan dat van vrouwen.
Waarom willen mensen een relatie?
Karremans gaf hier drie redenen voor. De eerste reden heeft te maken met de evolutie en de reproductie. Mensen gaan langetermijnrelaties aan vanwege de evolutie, omdat dit de overlevingskansen voor het nageslacht vergroot. Twee opvoeders die elkaar steunen hebben immers statistisch gezien meer overlevingskans dan één opvoeder. Het feit dat een groot percentage van de singles toch een relatie wil, kan dus worden herleid tot onze evolutionaire drang tot een relatie.
Een andere reden is dat een relatie een bron van veiligheid, sociale steun en welbevinden vormt. Dit heeft te maken met hechtingstheorieën. Het hebben van een partnerrelatie komt overeen met de relatie tussen opvoeder en kind. Dit lijkt op het eerste oog misschien wat vreemd, maar de overeenkomsten tussen deze relaties zijn enorm.
Bij een veilige hechting helpt de ouder het kind bijvoorbeeld met de regulatie van stress. De ouder is aanwezig en beschikbaar en helpt het kind op die manier om te gaan met stress en biedt een gevoel van veiligheid. Bij een onveilige hechting zijn de ouders vaak afwezig of is de beschikbaarheid erg wisselend. Hierdoor leert het kind minder goed om te gaan met stress en kan het kind geen veiligheid vinden bij de opvoeders.
Beide hechtingsstijlen hebben gevolgen voor onze latere relaties. Met name in het geval van een onveilige hechtingstijl zien we dat dit vaak tot problemen leidt. Zo stelde Karremans “Mensen die onveilige hechting hebben meegemaakt in hun jeugd nemen dit mee in hun toekomstige relaties en dat kan allerlei vertrouwensproblemen met zich meebrengen.” Een gezonde relatie daarentegen heeft een positief effect op ons welbevinden. Het kan bijdragen aan stressregulatie en zelfs aan onze fysieke gezondheid.
De laatste reden waarom we een relatie willen, heeft te maken met de zogenaamde self-expansion theorie. Deze theorie zegt dat één van onze behoeften zelf-expansie is. Dit is de behoefte constant in ontwikkeling te zijn, om nieuwe dingen te leren en een soort ‘excitement’ te ervaren. Volgens deze theorie is een van de manieren om dit te ervaren het aangaan van een intieme relatie waarin je nieuwe dingen leert.