Volgens Polybius functioneert een democratie alleen als er een gedeelde moraal is. Zonder gedeelde moraal verwordt democratie tot ochlocratie, de macht van de massa. Wanneer generaties opgroeien zonder herinnering aan eerdere tirannieën, vinden ze die gelijke rechten en die vrijheid van meningsuiting niet meer zo belangrijk. Dan ligt de weg open voor populisme en chaos – en begint de cyclus opnieuw.
Democratische erosie
Met de lezing van politicoloog Carolien van Ham maken we een sprong naar het heden. Na de Koude Oorlog nam het aantal democratieën wereldwijd sterk toe, vertelde ze. Sommigen, zoals Francis Fukuyama, spraken zelfs van “het einde van de geschiedenis”. Maar sinds 2000 is die groei gestagneerd, en rond 2021 nam het aantal autocratieën het weer over.
Democratieën verdwijnen zelden plotseling. Veel vaker eroderen ze langzaam van binnenuit. Die erosie begint vaak legaal: leiders worden verkozen, maar gebruiken hun positie om de spelregels te veranderen. Ze beperken de persvrijheid, ondermijnen de rechtsstaat, schuiven oppositie terzijde of stellen een derde termijn voor. Van Ham noemt dat autocratisering: een sluipend proces waarin het democratisch systeem nog formeel overeind staat, maar in de praktijk steeds minder functioneert. “Augustus is daar een schoolvoorbeeld van”, verwijzend naar Lardinois’ lezing.
Oorzaken en verleidingen
Volgens Van Ham zijn er verschillende omstandigheden die democratie onder druk zetten. Ten eerste: Toenemende polarisatie – economisch, etnisch of religieus – vergroot de maatschappelijke verdeeldheid. Ten tweede: gridlock. Als instituties geen grote problemen kunnen oplossen, groeit het wantrouwen in het systeem. En tot slot spelen crises vaak een rol, zoals oorlogen en pandemieën. Tijdens een crisis wordt het aantrekkelijk om democratische processen te omzeilen met snelle noodwetgeving.
Tegelijkertijd zijn er ook remmende krachten. Nederland heeft een proportioneel kiesstelsel. “De kans dat iemand de absolute meerderheid krijgt is heel klein.” Ook onafhankelijke rechtspraak, ons parlementair stelsel en het recht op demonstratie werken remmend. Maar, zo waarschuwt Van Ham, “De Tweede Kamer moet ook daadwerkelijk zeggen: dit gaan we niet doen. Anders kan de democratie snel achteruitgaan.”
Lange tijd leefde de veronderstelling dat oude, goed functionerende democratieën – zoals die van Nederland – immuun zouden zijn voor afglijding of instorting. “Wat we nu zien is dat dat echt niet klopt,” zei Van Ham. Democratieën kunnen ook in onze tijd onder druk komen te staan, zoals zichtbaar is in landen als India, Hongarije en Polen. “Het kan dus ook in de VS,” stelde ze. En daarmee rijst de vraag: moeten we ons niet serieus afvragen of het ook in Nederland kan gebeuren?
Verdedig de tegenspraak
De centrale vraag van de avond bleef: hoe maken we onze democratie weerbaar? Volgens Van Ham is het essentieel dat burgers, ambtenaren en politici durven op te staan tegen de afbraak van democratische normen – ook als dat iets kost. “De belangrijkste vraag”, aldus Van Ham, “is hoe je zorgt dat die tegenspraak, die tegenmacht, standhoudt.” We moeten zorgen dat tegenmacht blijft bestaan, vertelde ze. “Ook als dat betekent dat je bijvoorbeeld je baan riskeert.”
Lardinois vulde aan dat democratische instituties zich beter moeten leren verankeren. Autocraten zijn vaak ijzersterk in het creëren van symboliek en loyaliteit. Democratische systemen zijn dat minder. “We moeten mensen overtuigen dat ze er zelf belang bij hebben dat dit systeem blijft bestaan.”
Democratie moet niet alleen principieel verdedigbaar zijn, maar ook praktisch functioneren. Als het geen problemen oplost, verliezen mensen het vertrouwen. En dan wordt het alternatief – hoe riskant ook – ineens aantrekkelijk. Zoals Van Ham het formuleert: “We moeten zorgen dat democratie beter werkt. Daar zijn geen makkelijke oplossingen voor. Maar als de democratie niets oplevert, dan haken mensen af.”