Het programma begon met de vraag van de moderator aan het publiek of zij zich zorgen maakten over de toestand van de economie, de democratie en de invloed die rijkdom kan uitoefenen op de democratie. Het publiek maakte zich niet zo druk om de economie, maar wat betreft het tweede en derde punt stak een overweldigende meerderheid de hand op. Dit vormde een perfecte opmaat voor ‘Hoe de democratie te redden’.
Economie - voor wie?
Lisa Herzog begon met een diagnose van wat onze democratie bedreigt. Vanuit economisch perspectief is het belangrijkste probleem dat de kloof tussen democratie en economie onoverbrugbaar begint te lijken. In de afgelopen veertig jaar zijn economie en politiek steeds verder uit elkaar gegroeid. Dit heeft geleid tot toenemende ongelijkheid en ecologische druk. Op dit moment bevinden we ons op een punt waarop de economie zo'n grote invloed op de democratie kan uitoefenen dat we voor de keuze staan om onze economie te democratiseren of onze democratie volledig te verliezen.
Als oplossing stelde Herzog dat we de economie moeten democratiseren, wat betekent dat we de economie moeten organiseren rond democratische waarden, zoals gelijke morele status en wederzijds respect. Om dit te realiseren, moeten we onszelf een aantal belangrijke vragen stellen. Moeten onze markten productief of extractief zijn? Moeten bedrijven een collaboratieve of autoritaire structuur hebben? Moeten we streven naar groei of naar ontgroei? Herzog bracht ook het zelden besproken onderwerp van tijdpolitiek ter sprake. Hebben we tijd om ons in te zetten als democratische burgers?
Herzog wees erop dat men zou kunnen tegenwerpen dat zelfs als we onze markten productiever en onze bedrijven meer op samenwerking gericht willen maken, we iets zouden schaden dat cruciaal is voor de economie: efficiëntie. Ze antwoordde echter dat efficiëntie doorgaans Pareto-efficiëntie betekent, waarbij geen rekening wordt gehouden met een groot aantal factoren, zoals gelijkheid of vertrouwen. In plaats daarvan moeten we ons afvragen wat het belangrijkste doel voor de economie zou moeten zijn. In plaats van efficiëntie als enige logica van de economie, kunnen we ook kijken naar de logica van persoonlijke vrijheid of collectief welzijn, stelt Herzog. Ze betoogde dat we verder moeten kijken dan de dichotomie van kapitalisme en socialisme en moeten streven naar een “dieper begrip van democratie”, waarbij democratie dagelijks in praktijk wordt gebracht.
Werknemers – burgers of onderdanen?
Het tweede deel van de lezing ging over de werkplek. Herzog vergeleek drie soorten werkplekken. De klassieke werkplek volgt een logica van hiërarchie en taakverdeling. Bij het samenwerken aan een specifieke taak wordt samenwerking aangemoedigd, maar er geldt ook een strikte commandostructuur. Deze werkplek is stabiel en veilig en biedt mogelijkheden om carrière te maken. Herzog vervolgde met de nieuwe werkplek, die flexibiliteit omarmt, maar zonder inspraak. Het paradigmatische voorbeeld is digitaal werk in de gig-economie. Er is geen zekerheid, het loon is laag en er zijn geen ontwikkelingsperspectieven.
Ten slotte stelde Herzog een derde, alternatieve visie op de werkplek voor, gebaseerd op democratische principes. Deze zou kunnen zijn gebaseerd op vertegenwoordiging op bestuursniveau of op werknemerscoöperaties. De democratische werkplek zou de organisatie kunnen zijn waar mensen democratie uit eerste hand ervaren, waardoor ze betere burgers kunnen worden. Herzog sloot de lezing af met enkele aanwijzingen die we kunnen volgen als we het werk democratischer willen maken. We moeten de oude en nieuwe benaderingen van democratisering, zoals vakbonden of holacratie, combineren en experimenteren met verschillende vormen van zelfbestuur.