Absolute Democratie, een bundeling van eerder verschenen essays in het Belgische dagblad De Morgen, is een rechtstreekse opvolger van zijn veel besproken roman Alkibiades (2023). Dit boek is een vertelling over de teloorgang van de Atheense democratie, en vormt daarmee volgens de auteur een betekenisvolle spiegel uit het verleden om de teloorgang van vandaag te kunnen duiden. De dichter-essayist-auteur Pfeijffer startte zijn essays in 2024, met als aanleiding de overvolle mondiale verkiezingsagenda dat jaar. Met onder meer de verkiezing van Trump in november dat jaar.
Voor een goed begrip van de huidige politiek zette Pfeijffer twee vormen van democratie naast elkaar: de absolute variant – uit zijn titel – naast de constitutionele democratie. Deze laatste is een werkwijze gebonden aan wetten en allerhanden regels, en daarmee leidend tot besluitvorming die menigeen veel te traag gaat. De absolute variant – volgens een vragensteller ook wel ‘de dictatuur van de meerderheid’ – leidt weliswaar tot snelheid, maar de prijs is hoog: het wegzetten van de minderheden en een opportunistische politiek, niet gehinderd door regels en zelfs de grondrechten.
Studenten op het podium
Vier studenten uit verschillende studierichtingen gingen op het podium voor een gesprek met Pfeijffer, onder wie politicoloog Julia van der Haring. Zij las in het boek een tegenstelling over de positie van de burgers: ‘Hoe kun je het opnemen voor de democratie terwijl over de burgers zo weinig vertrouwen doorklinkt?’ Een misverstand, stelde de auteur: ‘Ik wantrouw het volk niet, dit vormt de basis voor de democratie. Ik verzet me tegen het anti-elitair populisme dat de politiek voor het volk te moeilijk zou zijn.’ Daarom zijn twee zaken volgens Pfeijffer hard nodig, juist om de stem van de burger in een krachtige democratie te borgen: onderwijs en een vrije pers.
Het tij valt nog wel te keren, reageerde Pfeijffer op de zorgen van student Loes Fijen (klassieke talen). Zij zag in het boek een tegenstelling, met aan de ene kant de wanhoop over bijvoorbeeld de verloren strijd tegen klimaatverandering, en aan de andere kant het pleidooi voor verandering. ‘Hoe gaat dit samen?’, vroeg Fijen zich af. ‘Ik ben geen pessimist’, reageerde Pfeijffer. ‘Maar ik móet het in mijn boek over de vervelende dingen hebben, om mensen wakker te schudden. Het is niet te laat om het tij te keren.’