Woensdag 18 maart 2025 | 20.00 – 22.00 uur | Latijnse School, Nijmegen | Radboud Reflects en Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen. Bekijk de aankondiging.
Lees ook op Radboud Recharge: Hoe af te rekenen met je afgunst?
Verslag
Door Paul van den Broek
Afgunst is een negatieve emotie, die bovendien veelal verborgen blijft. Hoe hiermee desondanks af te rekenen? Dit is een van de vragen van de leesgroep van Radboud Reflects, die zich deze week boog over het boek Afgunst van Radboud-alumnus Rob Compaijen. ‘Als je het wegdrukt, wordt het alleen maar groter.’
Afgunst staat bekend als een van de zeven hoofdzondes uit de katholieke traditie. Dit zijn de zondes die de bron zijn van weer andere zondes, legt Cees Leijenhorst uit, de ‘huisfilosoof’ en vaste inleider van de Reflects-boekengroep. Onderliggende gedachtes die door afgunst worden aangestoken zijn bijvoorbeeld jaloezie, begeerte, laster, of gevoelens van haat en verontwaardiging. Met name jaloezie en afgunst worden in het dagelijks verkeer veelal door elkaar gehusseld, reden dat Compaijen zich veel moeite getroost om de hoofdzonde afgunst grondig te fileren.
Misschien wel té grondig, zo wijst Leijenhorst op de liefst honderd pagina’s die de filosofisch geschoolde Compaijen inruimt voor de begripsbepaling. De leeservaring als woordenspel, kritiseert bij. ‘De urgentie om deze definitiebepaling zo grondig tot je te nemen is onduidelijk.’ En waar van het een te veel wordt opgediend, daar blijft volgens Leijenhorst in de andere helft van het boek menig aspect juist onderbelicht. Hij noemt met name de social media. ‘Een podium dat immers de afgunst aanjaagt met het etaleren van al die fijne levens en mooie lichamen. Wie vandaag over afgunst schrijft, mag hieraan wel meer aandacht geven’, aldus Leijenhorst in zijn inleidende ‘recensie’ op het boek.
Afgunst versus jaloezie
Het zo vaak verkeerd begrepen woordenpaar afgunst-jaloezie in één alinea: jaloers ben je om iets dat je hebt en wat je dreigt te verliezen – denk aan de jaloezie als je partner dreigt er met een ander vandoor te gaan. Afgunst daarentegen heeft als kern iets dat je níet hebt en waar je hevig naar verlangt, gericht op de persoon die deze kwaliteit wél heeft. Een schoolvoorbeeld in het boek is Amadeus, de met Oscars overladen film uit 1984 waarin hoofdpersoon Salieri, hofcomponist in Wenen, geheel in de ban komt van het zoveel grotere talent van Mozart. Zijn afgunst om dit talent ontaardt - althans in de film - in de moord op zijn rivaal.
Van afgunst zou geen sprake zijn als het spiegeltalent voor jezelf niet of nauwelijks van betekenis is, zo legt Leijenhorst uit in navolging van de auteur. Je eigenwaarde móet op het spel staan, wat overigens niet wil zeggen dat dit per se tot een uit de hand lopende vijandigheid hoeft te leiden. Hij noemt het wielrenduo Wout van Aert en Mathieu van der Poel. Die fietsen elkaar voortdurend in de weg, belust op elkaars talent dat voor beiden vanzelfsprekend raakt aan het diepste verlangen: roem vergaren door te winnen. Zij laten zien dat afgunst ook tot iets positiefs kan leiden: gezonde wedijver. Zowel in het boek als tijdens de leesavond komt dit dubbelleven van afgunst levendig naar voren.
Misgunning na een erfenis
Een diepgewortelde emotie als afgunst moet toch een evolutionair belang hebben, aldus een van de hamvragen tijdens de leesavond. De competitie die in de wedijver ligt besloten kan zo’n voordeel zijn, zo luidt het. ‘Het talent van de ander geeft mij motivatie om ook het onderste uit de kan te halen.’ De andere kant van de medaille is het ‘neerhalen van de ander waar je je heel slecht bij kunt voelen’. In de geopolitiek doet zich dit voor in de over elkaar heen buitelende uitingen van superioriteit. ‘In een welvarende wereld manifesteert dit zich wellicht eerder dan in een minder bedeelde samenleving’, aldus werpt een van de deelnemers op. ‘In welvaart worden begeertes meer geëtaleerd, mogelijk dat mensen aan de onderkant van de samenleving elkaar meer gunnen?’
In de groep manifesteert de hoofdzonde zich als iets slechts. Een van de lezers heeft de ook in het boek uitgemeten bron van afgunst - het afwikkelen van de erfenis - recent aan den lijve ervaren. De misgunst in de familie kwam aan het licht. ‘Ik kan het begrip nu veel beter plaatsen’, aldus deze lezer. Een ander noemde afgunst ‘de tegenhanger van de liefde’, en: ‘een slecht gereguleerde wedijver’. ‘Je zou zo’n emotie graag willen aanpakken (‘Als je het wegdrukt wordt het alleen maar heftiger’), maar het taboe dat erop rust zit in de weg. ‘Je schaamt je voor je eigen afgunst. Een ander neerhalen is pijnlijk. Dat maakt het moeilijk om het uit te spreken.’ Leijenhorst onderstreept het belang van de psychologie om de afgunst in een beter licht te zetten. ‘Meer inzichten uit de psychologie hadden een rijker boek opgeleverd.’
Het kalme vertrouwen
De leesgroep gaat zelf aan de slag om de emotie bij de horens te vatten. Iets waarvoor Compaijen aan het eind van zijn boek enkele voorzetten geeft. Eén van de remedies is een rem te zetten op de neiging tot onderling vergelijken. Althans, als het tot destructie aanleiding geeft. De auteur verwijst met instemming naar de uitweg van de mystieke ethiek van Iris Murdoch: “Het kalme vertrouwen er hoe dan ook te mogen zijn en het vermogen de voorspoed van anderen rustig in ons op te kunnen nemen.” Kortom, “minder gehecht zijn aan onszelf”. ‘Leren tevreden zijn met wat je hebt’, concludeert ook Cees Leijenhorst. Tel je zegeningen: ‘Misschien kan mijn buurman beter wielrennen dan ik, maar ik kan weer beter koken.’
Een van de lezers legt ten slotte de invloed van de sociale media op tafel: is het onderling vergelijken per se zo desastreus? Dat Salieri zich door Mozart liet gek maken, kwam door de directe, persoonlijke relatie, aldus haar observatie. ‘Maar het inzicht via de sociale media dat zoveel anderen beter zijn dan jij, kan juist een remmende werking hebben op afgunst. Wat maakt het nog uit wat ik doe of wat ik kan?’ Dit kan passiviteit in de hand werken, luidt een tegenwerping, maar ook – als positieve uitsmijter: ‘Laat het vergelijken inspireren tot je eigen persoonlijke groei en ontwikkeling.’