Er worden geen opnames gemaakt tijdens de Radboud Reflects Boekenclubs.
Woensdag 8 april 2026 | 20.00 - 22.00 uur | De kelder van Boekhandel Roelants, Nijmegen | Radboud Reflects en Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen. Bekijk de aankondiging.
Verslag
Door Paul van den Broek
Het onderwerp van de recente boekenclub van Radboud Reflects gaat iedereen aan: sterfelijkheid. Het besproken boek van de Finse wetenschapsjournalist Tiina Raevaara (‘Het eeuwige leven’) mist weliswaar filosofische diepgang, aldus het oordeel, maar bood meer dan genoeg gesprekstof. ‘Ik wil onsterfelijk worden’.
Onder de leesgroep – van dit keer acht bezoekers – is er welgeteld één die onsterfelijk wil worden, en zich daarvoor inspant met bijvoorbeeld meditatie en ademhalingstechnieken. Waarom deze wens? Het leven is mooi, dus waarom ermee stoppen, luidt de verklaring. ‘Ik zou willen dat het leven eeuwig is.’
De meerderheid van de groep omarmt de waarde van de sterfelijkheid. ‘Het leven heeft zin juist omdat het eindig is’, aldus een van de lezers. ‘Dit geeft energie om lief te zijn voor je naasten, om het goede te doen. Je krijgt immers geen tweede kans, en dat geeft dit leven zijn waarde.’
Oneindig leven
Tina Raevaara plaatst tal van vraagtekens bij een oneindig leven, onder meer met oog op de ons omringende natuur. De menselijke soort is nu al destructief, laat staan met een eindig leven met nog meer mensen. Bovendien verscherpt een oneindig leven de tweedeling, zo wijst Raevaara op het vermogen dat nodig is om het leven te verlengen, bijvoorbeeld met invriezen. Ook met argumenten uit haar vakgebied - de genetica - zet ze kracht bij aan de onvermijdelijkheid van het sterven.
De conclusie van het boek: laten we ons niet zo druk maken over de verwerping van de dood, maar liever ons eindige leven inzetten voor ‘elkaar en voor de natuur’. Cees Leijenhorst, de huisfilosoof van de Reflects-boekenclub, kan zich hierin wel vinden, maar kritiseert de beperkte aandacht in het boek voor de filosofische canon, die nota bene bol staat van de inzichten over onze sterfelijkheid.
Filosofen over de dood
Leijenhorst zet de omissie in het boek recht met een spoedcursus ‘filosofen over de dood’, onder wie Epicureus. Van hem is de veel geciteerde stelling die Raevaara links laat liggen: ‘Als de dood er is, dan ben ik er niet. Als ik er ben, dan is de dood er niet.’ Hij ruilt hiermee de angst voor de dood in voor de gemoedsrust om van het aardse leven te genieten. Ook Seneca redeneert langs de lijnen van dit aardse geluk, zij het langs de weg van de stoïcijnen: begrip en acceptatie van de dood. Alles wat wordt geboren gaat immers dood, en laten we de tijd die ons gegeven is niet verspillen met de angst om te sterven.
De derde filosoof die Leijenhorst van stal haalt is Heidegger, die in zijn hoofdwerk Sein und Seit het menszijn definieert als zijn-tot-de-dood, een bewustzijn dat ons motiveert om keuzes te maken, een betekenisgever juist omdat we de dood voor ogen hebben. Naast de filosofie gaat het boek ook bijna geheel voorbij aan de letterlijk ‘hemelse’ inzichten, de ziel die voortleeft na een goed geleefd leven. Ook de oneindigheid van zo’n hemel is voor de huisfilosoof niet nastrevenswaardig. ’Een oneindige verveling.’
Lang en jeugdig leven
Het boek behandelt niet alleen de manieren om de dood te slim af te zijn, maar ook wat nodig is om zo lang mogelijk te leven, liefst gezond en vooral jeugdig. Wie nu met pensioen gaat is letterlijk jeugdiger dan het pensioen van onze ouders, zo luidt het. Het almaar gesleutel aan onze lichamen is een illusie van maakbaarheid, die volgens menig lid van de boekenclub ingewisseld mag worden voor meer acceptatie, voor de dood en voor de ouder wordende mens.
Waarom toch de koestering van de jeugd, zo wijst een van lezers op de moderne ongemakken van het jachtige, jeugdige leven, getekend door burn-outs en depressies. ‘Er is zoveel moeten, zoveel druk’, zo luidt het. Waarom niet een pleidooi voor de traagheid, de wereld wordt niet beter van alle stress.’ Een lezer bepleit de ‘traagheid als deugd’ als levensles voor de oudere mens. ‘Het feit dat je niks hoeft is geweldig.’
Minder angst voor de aftakeling van de ouderdom, en voor de dood. De leesgroep toont geen begrip voor het almaar verleggen van ‘de’ grens, bijvoorbeeld met technische middelen, het uploaden van de geest die kan voortleven in een computer. Is dat nog leven? Moeten we hieraan geen paal en perk stellen? De vragen gaan ten onder in de verzuchting dat we het gewoon niet moeten willen. ‘Overblijven als iedereen om je wegvalt is toch verschrikkelijk.’
Volgende boekenclub van Radboud Reflects: woensdag 6 mei, 20.00, kelder boekhandel Roelands. Het boek: Ken jezelf van filosoof Tinneke Beeckman, uitgeverij Boom. Inschrijven via deze link.