Het knelpunt
Van Niftrik begon met de opmerking dat een van de belangrijkste knelpunten is dat we mensen bijna alleen aannemen op basis van hun onderzoek. Het zou daarom een goed idee zijn als het kijken naar de onderwijskwaliteit van de kandidaten een onderdeel van het sollicitatieproces zou worden. Van der Wal voegde daaraan toe dat we inderdaad meestal alleen naar onderzoeksoutput kijken, maar dat dit ook veroorzaakt wordt door het feit dat er geen duidelijke maatstaven zijn voor onderwijs. Wat is goed lesgeven, wat is goed onderwijs?
De kwaliteit van lesgeven
Gevraagd naar de indicatoren van goed onderwijs, antwoordt Van Niftrik dat deze grotendeels domeinspecifiek zijn. Maar het mag niet alleen afhankelijk zijn van de evaluaties van studenten. Het gaat er ook om hoe de docent werkt in het team van andere docenten en het inzicht in het curriculum; ze moeten zich bewust zijn van specialisaties en de plaats van het vak in de opleiding. Lesgeven is niet iets dat op individuele basis gebeurt, het is de docent en de cursus en het curriculum en de studenten. Maar dit is al substantieel veranderd, vooral in de exacte vakken, stelt Van Niftrik. Wat heeft geholpen is dat opleidingsdirecteuren meer mandaat hebben gekregen om dit te stimuleren. Het bevordert het bewustzijn.
Verschillende beroepen?
Het blijft echter een strijd. Als je een heel sterke onderzoeker bent, word je sowieso aangenomen en krijg je het advies om een cursus te volgen. We moeten ook de definitie van lesgeven veranderen: het is niet alleen praten voor een klas, informatie geven. De docent is een coach, een expert en onderdeel van een team. Is lesgeven een vak apart, vroeg Van Woerkum-Rooker. Van Niftrik antwoordde dat er geen vaste grens kan zijn tussen lesgeven en onderzoek, omdat je lesgeeft over je onderzoek. Maar tegelijkertijd verdelen we ze in je contract, bijvoorbeeld 80% lesgeven en 20% onderzoek, alsof het heel verschillende gebieden zijn. Veel mensen die lesgeven aan de universiteit hebben de ambitie om de studenten enthousiast te maken, om van datzelfde onderwerp hun beroep te maken. Dus het kan niet volledig worden gedesintegreerd.
In de ideale wereld
Er zijn universiteiten die PI's hebben die alleen gericht zijn op onderwijs, hoewel ze ingebed zijn in de onderzoeksgroep. Maar Van Niftrik weet niet zeker of ze dat hier ook zou willen, omdat het risico's met zich mee kan brengen: die PI's worden soms niet erg gewaardeerd door hun collega's. Maar dat kan ook komen doordat ze een minderheid vormen. Van der Wal voegde eraan toe dat de meeste mensen de mix van onderwijs en onderzoek wel prettig vinden, maar als je het vanuit een team bekijkt, zou het juist heel goed kunnen zijn als sommige mensen al hun energie in onderwijs kunnen steken en andere in onderwijs. Het zou ook een manier kunnen zijn om de talenten van mensen meer te waarderen. Van Niftrik: "Als je die beslissingen op individueel niveau neemt, kan dat betekenen dat je het contact met het onderzoek van je collega's verliest. Dus als je het wilt veranderen, moet het op teamniveau gebeuren. In de ideale wereld zou het mooi zijn als je je een paar jaar meer op lesgeven of management zou mogen richten, en dan weer terug zou gaan naar onderzoek. Nu zal dat tellen als een gat in je cv en problemen opleveren voor de financiering."