Aristoteles als influencer
Bé Breij beet het spits af met een verrassende invalshoek: wat als Aristoteles vandaag de dag influencer was? Zijn ideeën over overtuiging zijn nog steeds toepasbaar op sociale media. Volgens de Griekse filosoof draait overtuigen om drie middelen: logos (logica en argumentatie), pathos (emotie) en ethos (de geloofwaardigheid van de spreker).
Vooral de ethos van een spreker heeft volgens Breij de grootste invloed op hoe overtuigend een boodschap is. “Als iemand betrouwbaar of sympathiek overkomt, geloven we hem sneller,” stelde Breij. Een influencer die betrokken en deskundig overkomt, overtuigt sneller de kijkers. “Negatieve emoties zoals angst en boosheid zetten ons sneller in beweging dan positieve,” legde ze uit. Dit verklaart volgens haar waarom alarmistische filmpjes over bijvoorbeeld gevaarlijke straling zo goed scoren: ze spelen in op angst.
Breij liet zien dat veel drogredenen niet per se dom zijn, maar juist verleidelijk. Ze klinken logisch, roepen emoties op of komen van een persoon die we vertrouwen. En juist dáár schuilt het gevaar.
Wanneer klopt een redenering?
Breij lichtte toe hoe je een redenering kunt toetsen op vier niveaus: geschiktheid, toepasbaarheid, feitelijke correctheid en gewicht. Zo is een argument pas geschikt als het logisch verband houdt met het standpunt, en pas toepasbaar als er werkelijk een causaal verband bestaat. Het klassieke voorbeeld van een drogreden werd hierbij aangehaald: in de zomer drinken mensen meer rosé én krijgen ze vaker huidkanker – maar dat betekent niet dat rosé huidkanker veroorzaakt.
Uiteraard is ook de feitelijke correctheid belangrijk; de beweringen die gedaan worden, moeten wel feitelijk juist zijn. Breij benadrukte daarnaast dat zelfs een goed opgebouwde redenering kan steunen op feitelijke onjuistheden, en dat één los argument zelden voldoende is. “Als je een vuurwerkverbod wilt verdedigen, is ‘het is slecht voor het milieu’ een argument,” zei Breij, “maar de tegenpartij kan daar iets tegenover zetten. Het gaat om het totaalgewicht van de redenering, niet om een enkel punt.”
Een belangrijke nuance die Breij benadrukte, is dat niet alle onjuiste informatie online het gevolg is van drogredeneringen — soms gaat het simpelweg om regelrechte leugens. Tegelijkertijd geldt het omgekeerde ook: een standpunt dat met een drogreden wordt onderbouwd, is niet per definitie onwaar. Deze zogeheten fallacy fallacy waarschuwt ervoor dat een fout in de redenering niet automatisch betekent dat de conclusie onjuist is.
Scrollen langs schijnlogica
Yvette Linders dook vervolgens in de wereld van online gezondheidsclaims en liet zien hoe misleidend die kunnen zijn. Veel van deze video’s zijn doorspekt met drogredeneringen: redeneringen die logisch lijken, maar inhoudelijk niet kloppen. Linders besprak de meest voorkomende vormen.
Een voorbeeld is de valse analogie: ‘Planten halen energie uit licht, en dat geldt voor mensen ook. Het is dan toch raar dat we planten wel in de zon zetten, maar onszelf tegen die zon beschermen?’ Er worden hier twee dingen met elkaar vergeleken (planten en mensen). Er wordt gesteld dat, omdat zij een bepaalde overeenkomst hebben, ze ook op andere vlakken gelijk zijn. Dit hoeft echter helemaal niet waar te zijn, omdat er fundamentele verschillen bestaan tussen planten en mensen.
Ook de beroep op natuur-drogreden komt veel voor, zoals bij rauwe melk of Keltisch zout. “Het is natuurlijk, dus het is gezond,” is een veelgehoorde redenering, terwijl ook asbest en gifstoffen ‘natuurlijk’ zijn. Nog een voorbeeld is het beroep op angst, waarin angst wordt gezaaid over kraanwater (“vol schadelijke stoffen”) om dure waterfilters te verkopen.
Linders analyseerde bijvoorbeeld de stromanredenering, waarbij iemand niet het echte standpunt van de ander aanvalt, maar een verdraaide, overdreven of vereenvoudigde versie ervan. Een voorbeeld dat ze aanhaalt is: “Iedereen roept dat vlees slecht is, maar we hebben de voedingsstoffen nodig.” Hier wordt gedaan alsof critici van vleesconsumptie beweren dat alle vlees per definitie slecht is, terwijl in werkelijkheid vaak een genuanceerder standpunt wordt ingenomen.