Golven van autocratisering
Van Ham begon met het scherp definiëren van autocratisering. Ze schetste hoe de democratie wereldwijd ooit in de lift zat: het aantal autocratieën nam tussen 1900 en 2020 sterk af, terwijl democratieën juist toenamen en sinds de jaren negentig zelfs in de meerderheid waren. Dat optimisme bleek echter van korte duur. Al rond 2000 vlakte de groei af, waarna een neerwaartse trend zichtbaar werd. Volgens Van Ham wijst de meest recente data zelfs op een terugval naar minder democratieën dan autocratieën.
Autocratisering betekent dat een democratie in kwaliteit achteruitgaat zonder dat zij formeel verdwijnt. Pas wanneer de grens naar een autocratie wordt overschreden, spreken we van een democratic breakdown. De centrale vraag is dus: waar staat de VS op dit continuüm? Volgens Van Ham staan fundamentele vrijheden als meningsuiting en rechterlijke onafhankelijkheid al duidelijk onder druk. In een grafiek over de ontwikkeling van democratieën vergeleek ze de huidige tijd met het interbellum, waarin eveneens een golf van autocratisering zichtbaar was. “Autocratische regimes proberen niet eens meer om democratisch te lijken,” merkte ze op.
De Verenigde Staten zijn volgens haar een van de eerste oude Westerse democratieën die in de categorie ‘autocratiserende democratie’ vallen. De erosie begint vrijwel altijd op plekken die nog weinig zichtbaar zijn: het vergroten van uitvoerende macht, het beperken van rechters en media, of het aanpassen van wetgeving die op het oog onschuldig lijkt maar grote gevolgen heeft. Aanpassingen van verkiezingsprocedures komen pas later, omdat die zo zichtbaar zijn.
De paradox van democratie
Van Ham benadrukte hoe autocratisering vaak via democratische procedures verloopt. Regeringen met een meerderheid kunnen wetten aannemen die tegenmacht ondermijnen, zoals eerder in Polen gebeurde toen rechters massaal werden vervangen. De kerncomponenten van autocratisering zijn volgens haar: het opheffen van machtenscheiding, het beperken van tegenmacht en het wijzigen van het kiesstelsel of de grondwet om langer aan de macht te blijven. “Je kunt een democratie op een democratische manier afschaffen,” waarschuwde ze.
Dat dit proces ook in oude democratieën kan plaatsvinden, werd lang niet opgemerkt binnen het vakgebied. De oorzaken zijn tweeledig: omstandigheden die de bereidheid vergroten om democratie te ondermijnen—zoals polarisatie, een slecht functionerende overheid en crisisgevoelens—en bewuste acties van politieke actoren. In de VS zijn al deze elementen aanwezig. Polarisatie is veranderd in affectieve polarisatie: burgers zien politieke tegenstanders niet langer als andersdenkenden, maar als slechte mensen. Daarbij komt de bestuurlijke gridlock die recente shutdowns illustreert.
Crisisretoriek speelt eveneens een grote rol. Trump wijst voortdurend op een vermeende immigratiecrisis, terwijl de cijfers volgens Van Ham daling tonen. Toch is perceptie bepalend: wie gelooft dat er een crisis is, steunt sneller ondemocratische maatregelen zoals het oppakken van immigranten.
Hierbij komt dat het Trump-kamp doelgericht te werk gaat. Project 2025 lag klaar nog vóór hij opnieuw aan de macht kwam. Van Ham: inmiddels is ongeveer 48 procent van de plannen uitgevoerd. “Je kunt dus wel zeggen dat het een zeer efficiënte regering is.” De uitvoerende macht groeit, tegenspraak binnen de Republikeinse Partij is nagenoeg verdwenen en universiteiten en kunstenaars worden onder druk gezet. Veel hiervan gebeurt het liefst onder de radar, maar volgens Van Ham is het inmiddels te zichtbaar geworden om nog als ambigu te gelden.