Historische perspectieven
Leijenhorst opende de avond met de vraag waarom mensen waren gekomen. Uit de reacties bleek dat veel aanwezigen wilden leren omgaan met de verslaving van een naaste of zichzelf. Daarna kreeg Biermans het woord. Zij startte haar lezing met een wordcloud waarin woorden als roken, drinken, drugs en gokken domineerden, maar ook termen als armoede en depressie. Daarmee maakte zij duidelijk dat verslaving altijd meer is dan alleen middelengebruik.
Biermans schetste hoe de kijk op verslaving in de geschiedenis voortdurend is veranderd. In de 19e eeuw heerste het morele model: verslaving gold als zonde en gebrek aan wilskracht. Patiënten werden opgesloten en volledig verantwoordelijk gehouden. Begin 20e eeuw bracht Sigmund Freud de psychoanalytische benadering. Volgens hem lag de oorzaak in de jeugd, en waren mensen niet altijd volledig vrij om te kiezen een middel te blijven gebruiken. Zelf was Freud jarenlang verslaafd aan cocaïne, aldus Biermans. In 1952 verscheen de DSM, waarin verslaving nog als onderdeel van een antisociale persoonlijkheidsstoornis werd beschouwd.
Vanaf de jaren zestig verschoof de focus naar sociaal-culturele factoren zoals armoede en ongelijkheid, en in de jaren tachtig kwam het bio-psycho-sociale model op, dat biologische, psychologische en sociale elementen samenbracht. Vandaag de dag beschouwen wetenschappers verslaving vooral als een hersenziekte: behandelbaar, maar chronisch en met kans op terugval. “Het beloningssysteem in de hersenen wordt gekaapt,” zei Biermans. “Je verliest controle, en hebt steeds meer nodig voor hetzelfde effect.”
Motiverende gespreksvoering
Volgens Biermans kreeg de term ‘verslaving’ steeds meer negatieve lading. Daarom spreekt men nu liever over een stoornis in het gebruik van middelen, die bovendien als een continuüm wordt opgevat. Als behandelmethode lichtte zij de motiverende gespreksvoering (MGV) uit, haar eigen expertise.
Motivatie zag Biermans als alles wat iemand in beweging bracht, intern of extern, en altijd beïnvloedbaar door de omgeving. “Niemand is ongemotiveerd,” benadrukte ze, “er is altijd een reden waarom iemand doet wat hij doet.” MGV richt zich op het versterken van de interne motivatie. Daarbij moest de professional vermijden in de expertrol te schieten of de zogenaamde ‘verbeterreflex’ te volgen.
De basishouding van MGV bestaat volgens haar uit partnerschap, acceptatie, empowerment en compassie. Cruciaal is om de mens achter de verslaving te blijven zien. Biermans wees erop dat ambivalentie normaal is: mensen willen zowel veranderen als niet veranderen. Het proces draait om engageren, echt luisteren en nieuwsgierig zijn.
Ze presenteerde vier kernvaardigheden: open vragen stellen, bevestigen, samenvatten en reflecteren. Reflectie noemde zij “geen vraag, maar een statement.” Ter illustratie gaf zij het voorbeeld: iemand zegt “Ik schaam me voor mijn gebruik.” Een mogelijke reflectie zou zijn: “Je wilt niet als een verslaafde gezien worden.”
Studies laten volgens haar zien dat motiverende gespreksvoering een gemiddeld positief effect heeft op mensen met verslavingsproblemen. Ze besloot met de oproep: “Verslaving is geen gebrek aan wilskracht, maar een complexe aandoening. We moeten de mens achter de verslaving blijven zien.”