Performance-assessment

Bij een performance-assessment vindt beoordeling van de bekwaamheid van de student plaats door middel van observeren van zijn/haar handelen bij de uitvoering van een bepaalde taak. Het kan gaan om een gegeven taak in een gesimuleerde situatie, maar ook om observatie in de beroepspraktijk. 

Wat kun je toetsen?

Je toetst de handelingsbekwaamheid/het competentieniveau: is de student in staat bepaalde taken naar behoren uit te voeren? Daarbij kan het gaan om geïsoleerde vaardigheden, maar ook om complete integratieve beroepshandelingen. 

Een voorbeeld is het zetten van een vaccinatie. Bij een geïsoleerde vaardigheid gaat het om: hoe wordt er geprikt? Bij een complete integratieve beroepshandeling (vaak grotere eenheid) gaat het om het totale functioneren: hoe is de instructie bij de vaccinatie? Wordt de patiënt vriendelijk ontvangen? Wordt de patiënt gehoord? Het gaat dus om de totale competentie, namelijk: kennis, houding en vaardigheden. 

Welke niveaus kun je toetsen?

De Taxonomie van Bloom is op het performance-assessment niet van toepassing, omdat het gaat om handelen en niet om het bevragen van cognitief niveau. Om de achterliggende kennis bij het handelen te bevragen, wordt het performance-assessment vaak gecombineerd met een criteriumgericht interview (CGI).

Binnen de Piramide van Miller toets je Laten zien; vaak gaat het om een gesimuleerde en afgebakende situatie. Eventueel kan het ook gaan om het hoogste niveau Doen van Miller: handelen in de beroepspraktijk. 

Randvoorwaarden van de toets

  • Het performance-assessment is geschikt voor individuele studenten of kleine groepjes die samenwerken.
  • Deze toetsvorm wordt vaak op de campus afgenomen. De beoordelaar observeert in levenden lijve de student(en) bij het uitvoeren van de handeling/taak.
  • Eventueel is het ook mogelijk dat de student zichzelf laat filmen bij uitvoering van de handeling/taak, zodat de beoordelaar het handelen kan observeren op film.  

Aandachtspunten bij de toetsafname

De tijdsduur van de toets varieert afhankelijk van te toetsen doelen en praktische overwegingen. Houd een maximum aan van ca. 40 minuten in verband met de belasting van zowel examinator als student. 

In het algemeen wordt het aanbevolen de toets af te laten nemen door twee, het liefst niet bij de student betrokken examinatoren. Dit met het oog op het streven naar objectiviteit. De examinatoren dienen inhoudelijk deskundig te zijn, aangezien zij ook de beoordeling doen. 

Voor een student kan de toets spannend zijn. Zenuwen kunnen de betrouwbaarheid van de toets negatief beïnvloeden. Als examinator is het van belang te zorgen voor een ontspannen setting zodat de student in de gelegenheid wordt gesteld optimaal te presteren.  

Als er sprake is van slechts één examinator, is het advies een video- of geluidsopname te maken van de toets. Dit kan dienen als bewijs als een student bezwaar maakt tegen het eindoordeel. Daarnaast is het handig tijdens het gesprek notities te maken van antwoorden en bijzonderheden. Dit levert input voor de feedback aan de student en voor evaluatie van de toetsvorm.

Als examinator stuur je het gesprek door het stellen van vragen. Het gaat daarbij om open vragen die respons bij de student oproepen. De mate van structurering van het gesprek kan variëren: 

  • Volledig gestructureerd: aan de hand van een vaste set vragen die in een vaste volgorde worden gesteld; 
  • Semi-gestructureerd: aan de hand van een vaste set vragen, maar de volgorde kan wisselen; 
  • Ongestructureerd: aan de hand van vaste onderwerpen, maar wanneer en hoe ze aan bod komen is afhankelijk van hoe het gesprek verloopt.

Indien meerdere examinatoren eenzelfde toets afnemen, zorg dan vooraf voor afstemming over de aanpak en het beoogde niveau. Dit zorgt voor vergelijkbare omstandigheden voor de studenten. 

Beoordelen

Bij een performance-assessment vindt beoordeling plaats aan de hand van een beoordelingsmodel met beoordelingscriteria. Een inhoudsdeskundige neemt het assessment af en beoordeelt het. 

Het eindoordeel kun je uitdrukken in een cijfer, maar beter is het om een globaler oordeel toe te passen, zoals: ‘onvoldoende, voldoende, goed’.  Waar het om gaat is dat je beoordeelt of de student voldoende bekwaam is om de handeling/taak uit te voeren. Een cijfer suggereert een precisie die bij deze vorm van beoordelen moeilijk waar te maken is. Een globaler oordeel drukt minder onderscheid in kwaliteit uit dan een cijfer. Maar de waardering voor een prestatie kun je juist ook goed uiten in de vorm van (mondelinge en/of schriftelijke) feedback. 

Terugkoppelen aan student

Wat koppel je terug?  

Naast het eindresultaat in de vorm van een cijfer of globaler oordeel, is het wenselijk feedback op het geheel en/of per beoordelingscriterium te geven. Gebruikelijk is het om in elk geval toelichting te geven op onderdelen waar laag of onvoldoende op is gescoord. Voor een optimale leerervaring verdient het de aanbeveling ook de positieve punten expliciet te benoemen.

Hoe koppel je terug? 

De terugkoppeling is in elk geval op een formulier. Daarnaast geef je die, indien mogelijk, ook mondeling direct na afname van de toets.

Evalueren van de toetsvorm

Wat evalueer je? 

Aandachtspunten voor bijstelling van de toets zijn:  

  • Zijn de beoordelingscriteria goed toepasbaar? Bieden ze houvast?  
  • Discrimineert het beoordelingsinstrument voldoende tussen prestaties op verschillende niveaus?   
  • Corresponderen de uitslagen met het expert-oordeel van de beoordelaars?   
  • Zijn er geen beoordelingscriteria die onderling overlappen?
     

Hoe evalueer je?   

Voor het evalueren van de toets maak je gebruik van kalibratiesessies. De werkwijze hiervoor is de volgende:

  • Beoordeel onafhankelijk van elkaar vooraf dezelfde prestatie. Hierbij moet het gaan om een gefilmd assessment. 
  • Bespreek gezamenlijk de overeenkomsten en verschillen;
  • Uit de bespreking volgen enerzijds gezamenlijke afspraken over hoe je de beoordelingscriteria toepast, anderzijds geeft die input voor aanpassing/aanscherping van de opdrachtformulering, beoordelingscriteria en/of andere aspecten van het beoordelingsinstrument.  

Een kalibratiesessie is vooral bedoeld voor afstemming tussen meerdere beoordelaars. Ook als alle beoordelingen gedaan worden door dezelfde examinator is afstemming met een vakgenoot aan te bevelen (externe validering).  

Vragen of meer weten?

Wil je deskundig advies bij het ontwikkelen of analyseren van je toets? Neem dan contact op met:

Aan deze website wordt nog gewerkt. Meer informatie: 'een nieuwe website'.