Zwangerschap en het moederschap zijn vaak een gelukkige tijd, maar voor 1 op de 5 vrouwen gaat het gepaard met psychische klachten. Deze klachten blijven niet bij de moeder; ook het kind kan erdoor worden geraakt. Uit dit proefschrift blijkt dat of en hoe stress van de moeder het kind bereikt, kan afhangen van de context, de zorg en biologische factoren. Zo maken Amerikaanse zwangere vrouwen zich meer zorgen over de periode na de bevalling dan Nederlandse; cultuur speelt een rol. Na de bevalling maakt een stressvol moment bij de moeder de baby niet gestrest, maar mindere zorgkwaliteit gaat samen met meer huilen en fysiologische stress bij de baby. Stresshormonen in moedermelk leidden tot meer slaap bij baby's, wat geruststelt: normale schommelingen in melkstresshormonen lijken gedrag niet negatief te beïnvloeden. Kortom, perinatale stress raakt baby's op subtiele manieren, wat vraagt om een genuanceerde kijk op hoe moeders’ welzijn kinderen beïnvloedt.
Nina Bruinhof (1997) studeerde Psychologie (met een minor in Gender Studies) en behaalde cum laude een onderzoeksmaster in Gedragswetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In 2021 begon ze met haar promotieonderzoek bij het Donders Instituut en Radboudumc. Momenteel werkt ze als postdoctoraal onderzoeker aan de Tilburg Universiteit en doet ze onderzoek naar het ontstaan van postpartum depressie.