Roken
Roken

Af en toe roken: onschuldig of toch niet?

Het lijkt misschien onschuldig: één sigaret per week, bijvoorbeeld op een feestje. Maar nieuw onderzoek, gepubliceerd in Nicotine & Tobacco Research, laat zien dat jongeren die minimaal één sigaret per week roken, andere hersenactiviteit vertonen wanneer ze beelden zien die met roken te maken hebben

Het lijkt maar één sigaret 

Debbie Tesselaar is promovenda bij de afdeling psychiatrie van het Radboud UMC en onderzoekt de neurobiologie van verslaving. Haar werk richt zich op verslaving in het brein. In haar recente publicatie zoomt ze specifiek in op roken. “Veel onderzoek kijkt naar mensen die al verslaafd zijn,” vertelt ze. “Maar in dit onderzoek, in samenwerking met Maartje Luijten (Behavioural Science Institute), wilden wij juist kijken naar de fase daarvoor: wat gebeurt er als iemand net begint met roken?” 

Voor het onderzoek werd een groep jongeren onderzocht die nog niet verslaafd was. Sommigen rookten niet, anderen af en toe, en een groep rookte ongeveer één sigaret per week. Tijdens een fMRI-scan, een hersenscan die activiteit in de hersenen meet, kregen deelnemers verschillende afbeeldingen te zien, zoals vriendschappelijke sociale situaties, romantische situaties en situaties gerelateerd aan roken. De onderzoekers keken vervolgens hoe het brein reageerde op deze beelden.  

Het begint kleiner dan je denkt 

Op het eerste gezicht leek er weinig verschil tussen de groepen. Maar toen de onderzoekers specifiek naar bepaalde hersengebieden keken, zagen ze iets opvallends. Jongeren die minimaal één sigaret per week rookten, lieten meer activiteit zien in een specifiek hersengebied: de orbitofrontale cortex (OFC). Dit gebeurde wanneer zij plaatjes zagen die met roken te maken hebben. Bij jongeren die niet rookten, was die activiteit minder sterk. De OFC zit voor in je hersenen en speelt een rol bij beloning en het herkennen van wat prettig is.  

Tesselaar legt uit: “Dit betekent dat het brein anders reageert op signalen die met roken te maken hebben, zoals een sigaret zien of iemand zien roken. Voor jongeren die experimenteren met roken kunnen deze signalen sneller prettig of aantrekkelijk voelen.” 

Een klein effect, maar niet geruststellend 

Hoewel het effect klein was en voorzichtig geïnterpreteerd moet worden, ziet Tesselaar het wel als een belangrijk signaal. “Zelfs als je nog niet verslaafd bent, maar wel begint met experimenteren, lijkt er al iets anders in je hersenen te gebeuren dan bij mensen die nooit hebben gerookt,” zegt ze. “Dat vind ik zorgwekkend.” 

Ze benadrukt dat nog niet duidelijk is of deze hersenveranderingen een oorzaak zijn van roken, of juist een gevolg ervan. Daar is vervolgonderzoek voor nodig. Volgens Tesselaar is het belangrijk dat onderzoek zich meer richt op deze vroege fase van verslaving. “Als je pas kijkt naar mensen die verslaafd zijn, ben je eigenlijk te laat,” zegt ze.   

Ook de opkomst van vapes speelt hierin een rol. Die kunnen mogelijk vergelijkbare effecten hebben op het brein. Een extra risico van vapes is dat het minder duidelijk is hoeveel je gebruikt. Bij een sigaret weet je wanneer die ‘op’ is. Bij een vape is dat minder zichtbaar. Tegelijk zit er vaak meer nicotine in een vape dan in gewone tabaksproducten. Daardoor kan het gebruik ongemerkt toenemen. De effecten op de hersenen kunnen dan ook groter zijn dan bij sigaretten. 

Een eerste stap in het begrijpen van verslaving 

De volgende stap is om grotere groepen te onderzoeken en deelnemers langer te volgen. Zo kan beter worden begrepen hoe verslaving zich ontwikkelt. “Dit zijn de eerste aanwijzingen,” zegt Tesselaar. “Maar het laat wel zien dat we deze beginfase serieus moeten nemen.” 

Contactinformatie

Gaat over persoon
D.R.M. Tesselaar (Debbie) MSc
Thema
Gedrag, Hersenen, Opvoeding, Wetenschap