In hun recente publicatie in ScienceAdvances, tonen onderzoekers van het Donders Instituut aan dat het brein actief voorspelt hoe objecten eruit zouden moeten zien op basis van de driedimensionale structuur van hun omgeving. Wanneer objecten werden gedraaid op een manier die overeenkwam met de geometrie van de scène, waren hun representaties in de visuele cortex van de hersenen sterker. Opmerkelijk genoeg kon zelfs wanneer een object volledig aan het zicht onttrokken was, de verwachte oriëntatie ervan nog steeds worden afgelezen uit de hersenactiviteit.
In een van de studies kregen deelnemers realistische kamers te zien met een centraal object, zoals een bed of een bank. Dit object werd vanuit een van twee mogelijke hoeken bekeken en bij elke proef werd het gezichtspunt veranderd door de kamer in discrete stappen te draaien. Tijdens de eerste twee momentopnames was het object volledig zichtbaar, waardoor de deelnemers de positie ervan in de kamer konden coderen. In de volgende drie momentopnames was het object verborgen, zodat alleen de draaiende kamer zichtbaar was. In de laatste momentopname verscheen het object weer, hetzij op een manier die overeenkwam met de rotatie van de kamer, hetzij op een manier die niet overeenkwam, waardoor er een discrepantie ontstond tussen de verwachte en de werkelijke oriëntatie. Belangrijk is dat de totale rotatie (30° of 90°) varieerde en dat de deelnemers de nieuwe oriëntatie van het object alleen konden afleiden uit het veranderende gezichtspunt van de kamer. Dankzij dit ontwerp konden onderzoekers meten hoe de hersenen objectrepresentaties dynamisch bijwerken in reactie op voorspelbare veranderingen in de omgeving.