John van Opstal begon zijn carrière in de afdeling Biofysica van de Radboud Universiteit, waar hij zich specialiseerde in oogbewegingen en auditieve waarneming. Zijn werk draaide om de vraag hoe we geluiden lokaliseren en hoe we ons bewegen om informatie uit de omgeving te halen. Een belangrijke bevinding daarbij was dat het auditieve systeem levenslang plastisch blijft: ons gehoor past zich continu aan veranderende omstandigheden aan, bijvoorbeeld na gehoorverlies. Daarnaast onderzocht hij hoe oogbewegingen bijdragen aan het verwerken van visuele informatie, waarbij we drie keer per seconde bepalen waar we onze blik op richten.
Zijn onderzoek bracht baanbrekende inzichten in hoe het brein sensorische informatie verwerkt en hoe de visuele en auditieve systemen samenwerken. Dit leidde niet alleen tot fundamentele kennis, maar ook tot toepassingen in de klinische praktijk, bijvoorbeeld bij cochleaire implantaten.
Wat maakte onderzoek zo leuk?
Op de vraag wat hij het leukste vond aan zijn werk, antwoordt Van Opstal zonder aarzeling: de combinatie van wetenschappelijke nieuwsgierigheid en samenwerking met jonge, gedreven onderzoekers. "Je wordt zelf ouder, maar de mensen met wie je werkt, blijven altijd in dezelfde levensfase," vertelt hij. Dit voortdurende contact met getalenteerde promovendi en postdocs hield hem scherp en gemotiveerd. Daarnaast had hij het geluk altijd succesvol te zijn in het binnenhalen van onderzoeksgelden, wat hem in staat stelde zijn onderzoek voort te zetten en nieuwe richtingen in te slaan.
Hij denkt met veel plezier terug aan de hechte afdeling Biofysica, die later opging in het Donders Centre for Neuroscience waar hij zelf intensief bij betrokken was. De sfeer, het collegiale contact en de gezamenlijke uitstapjes waren voor hem minstens zo belangrijk als het onderzoek zelf. De foto bij dit artikel stamt ook uit deze tijd waar de jonge van Opstal links boven te vinden is: