De hersencircuits achter spraak bij Parkinson ontrafelen
Het onderzoek van Stephanie Forkel richt zich op de vraag waarom spraak vaak achteruitgaat bij de ziekte van Parkinson, ondanks behandelingen zoals medicatie en diepe hersenstimulatie (DBS). “Spraak is ongelooflijk complex: er zijn meer dan 100 spieren en 10 organen nodig om zelfs maar één woord uit te spreken,” legt Forkel uit. De neurale mechanismen achter spraakproductie en hun mogelijkheden zijn nog grotendeels onduidelijk. “Wanneer spraak bij Parkinson (een aandoening die wereldwijd 11,8 miljoen volwassenen treft) hapert, weten we nog steeds niet precies waarom, of hoe we dit het beste kunnen behandelen.”
Door te onderzoeken hoe de basale ganglia verbonden zijn met andere hersengebieden, en direct te zien hoe diepe hersenstimulatie (DBS) spraak beïnvloedt, hoopt het team te ontdekken welke netwerken cruciaal zijn voor duidelijk en vloeiend spreken. Ze gebruiken geavanceerde MRI-scans in combinatie met testen bij patiënten in het Radboudumc, de grootste Parkinsonkliniek van Nederland, en werken nauw samen met onderzoekers in het Verenigd Koninkrijk en Zuid-Afrika.
“Dit onderzoek kan onze kijk op de neuroanatomie van spraak volledig veranderen,” zegt Dr. Forkel. “Uiteindelijk maakt dit fundamentele werk meer gerichte en effectieve behandelingen voor spraakstoornissen mogelijk.”
Hoe leren baby’s? Het babybrein in actie
Baby’s moeten in korte tijd ontzettend veel leren, maar hoe ontwikkelt leren zelf zich eigenlijk? In dit project volgt een team onder leiding van Marlene Meyer en Robert Oostenveld baby’s van 5 en 10 maanden oud tot 2,5 jaar om deze belangrijke vraag te beantwoorden.
Het vermogen om patronen uit de omgeving op te pikken, ook wel statistisch leren (SL) genoemd, werd eerder al geidentificeerd. Meyer legt uit: “Al vanaf een paar maanden oud zien en horen baby’s patronen. Dat is essentieel om later taal en sociale vaardigheden te leren. Maar we weten nog verrassend weinig over hoe dit zich ontwikkelt, of hoe ouders het kunnen beïnvloeden.”
Het team zet een innovatieve hersenmeetmethode in: OPM-MEG, speciaal aangepast voor baby’s. “Wij behoren tot de eerste labs die de voordelen van deze techniek benutten om vroeg leren te onderzoeken.” Met OPM-MEG kunnen ze hersenactiviteit bij baby’s uiterst nauwkeurig volgen terwijl ze visuele en auditieve patronen verwerken. Het onderzoek omvat ongeveer 200 baby’s en hun verzorgers, met vervolgmetingen om te zien hoe vroeg leren samenhangt met latere woordenschat en sociale vaardigheden.
De inzichten uit dit project leveren kennis op voor vroege interventies om leren in de kindertijd te stimuleren, met mogelijke gevolgen voor de ontwikkeling van vaardigheden later. “Dankzij veelbelovende vooruitgang in de neurowetenschappen kunnen we voor het eerst deze fundamentele vragen over leren in de vroege kindertijd écht aanpakken,” aldus Dr. Meyer.