Cools herinnert zich haar eerste kennismaking met het DCCN nog levendig. Begin jaren 2000 kwam ze op bezoek als jonge onderzoeker. “Ik weet nog dat ik hier binnenkwam en dacht: wauw, hier moeten we dus zijn. De scanners die volledig beschikbaar waren voor onderzoek, de expertise en de energie, dat was uniek in Nederland.” Toch koos ze eerst voor een postdoc in het buitenland. In 2007 keerde zij na een periode van 9 jaar in Cambridge en Berkeley terug naar Nijmegen omdat het volgens haar de beste plek was om cognitieve neurowetenschap te bedrijven en dat beviel: “Na één dag wist ik: hier ga ik lang blijven.”
Ze zag het centrum vanaf 2008 snel uitgroeien tot het bredere Donders Instituut. “De stap naar een breder instituut dat de unieke infrastructuur en expertise van het neuroimaging centrum integreerde met de kracht van de vele andere cognitie en/of neurowetenschappers elders op campus was zowel strategisch als wetenschappelijk inhoudelijk ontzettend slim. Het is op de grensvlakken tussen disciplines, en vaststaande structuren dat nieuwe ideeën ontstaan, Je zag het effect direct: op internationale congressen werden de rijen met rode Donders-posters elk jaar langer en het Donders merk wereldberoemd.”
Excellentie vraagt om beweging
Het DCCN staat internationaal bekend om zijn excellentie. Maar succes kan ook comfortabel maken, waarschuwt Cools. “Als je succesvol bent, is de verleiding groot om daarin te blijven hangen. De kunst is juist om nieuwsgierig te blijven naar elkaars vragen en expertise.”
Volgens haar ligt de toekomst in verdere integratie. “Het gaat niet alleen om méér data of grotere samples, maar om het verbinden van niveaus en tijdschalen: van molecuul tot gedrag in het wild, en van verandering op de schaal van milliseconden tot aan ontwikkeling over de levensloop. Met nieuwe technologieën zoals de 14 Tesla MRI scanner en ultrasound neuromodulatie, kunnen we straks echt fantastische nieuwe stappen zetten, bijvoorbeeld richting ‘closed loop’-modellen waarin meten en manipuleren samenkomen.”
De basis van het onderzoek blijft helder volgens Cools: “We zijn en blijven een fundamenteel wetenschappelijk centrum. Onderzoek naar het brein, gedreven door nieuwsgierigheid, is onze kern. De maatschappelijke impact volgt daaruit, bijvoorbeeld op het gebied van mentale gezondheid, besluitvorming of kunstmatige intelligentie. Maar het begint bij de basis van nieuwsgierigheidsgedreven vragen.”
Dank aan Alan Sanfey
Over haar voorganger is Cools uitgesproken waarderend. “Alan heeft ongelooflijk veel betekend voor het DCCN. Na het vertrek van enkele sleutelfiguren lag er weinig vast op papier. Veel kennis zat in hoofden. Hij heeft het centrum verder geprofessionaliseerd en structuren duurzaam vastgelegd.”
Ook benadrukt ze zijn rol in de cultuur van het centrum. “Alan heeft altijd sterk ingezet op community building. De gezamenlijke meetings, het gevoel dat we dit samen doen, is mede dankzij hem zo sterk gebleven. Het DCCN is warm, authentiek en oprecht. Dat moeten we koesteren.”
Wat mogen mensen van haar verwachten?
Op de vraag wat collega’s van haar als leider mogen verwachten, hoeft Cools niet lang na te denken. “Ik ga gewoon mezelf zijn. Ik ben een bevlogen wetenschapper en heb een groot hart voor Donders en voor deze campus.” Die bevlogenheid combineert ze met duidelijkheid en een goed luisterend oor. Dat is nodig voor de verbinding: “Dit gebouw herbergt onderzoekers uit allerlei disciplines. Dat is een gigantisch potentieel. Dat potentieel betaalt zich al uit, maar ik wil die verbinding nog verder te versterken, binnen het centrum en naar buiten toe.”
Dat zij deze rol op zich neemt, voelt voor haar als thuiskomen. “Dit is waar mijn wortels liggen. Er zijn grote uitdagingen in de wetenschap en in het publieke debat. Dan denk ik: laten wen daar samen vanuit hier aan bijdragen.”
Met Roshan Cools krijgt het DCCN dus een wetenschappelijk directeur die het centrum door en door kent en vastbesloten is om de volgende fase van dit excellente centrum samen vorm te geven.