De Technische Ondersteuningsgroep bij het Donders Centre for Cognition is een team dat elektronica bouwt, software schrijft, machines ontwerpt en de laboratoria onderhoudt. Elke ochtend om 07:30 uur, als de rest van het gebouw nog stil is, is Gerard er al. "Er gebeurt hier altijd wel iets," zegt hij. "Labs starten op, experimenten beginnen vroeg, of systemen begeven het net op die dag. Als ik er vroeg ben, kan ik helpen voordat er paniek ontstaat." Hij laat een sensor zien die hij moet testen. Hij heeft er een onderdeel op gesoldeerd om te kijken of het überhaupt werkt. Dit is al sinds 1982 zijn aanpak: eerst testen, dan meten en ten slotte verbeteren.
Technical Support: hidden fingerprints on nearly every experiment
Wanneer je de werkplaats van Gerard van Oijen binnenstapt, zie je meteen een levendige verzameling van printplaten, soldeertin, een oude heteluchtbout en een drone die wacht op een onderhoudsbeurt. Plekken zoals deze zijn een unieke mix van oud en nieuw, waar technici apparatuur bouwen en onderhouden voor onderzoekers. Zonder mensen zoals Gerard, Peter Vermeer en Paul van der Laan zou toponderzoek bij het Donders Instituut simpelweg niet mogelijk zijn.
Van grote printplaten naar kleine microcontrollers
Als Gerard over zijn werk praat, is het lastig om niet aangestoken te worden door zijn enthousiasme. "Ik wens iedereen een baan die net zo leuk is als de mijne," zegt hij met een glimlach. Sinds zijn start heeft hij zijn werkplek enorm zien veranderen.
Bij zijn eerste project deden ongeveer 20 studenten tegelijk mee aan een experiment. Ze speelden een variant van het computerspel Pong, terwijl ze via hun toetsenbord meerkeuzevragen beantwoordden. Om te zorgen dat de test goed verliep, bouwde Gerard extra computeronderdelen om het systeem stabieler te maken. "In die tijd maakten we alles nog met de hand," herinnert Gerard zich. Hij tekende de schakelschema's heel precies met inkt op overtrekpapier en verbond de onderdelen draad voor draad. Vervolgens wijst hij naar een klein elektronisch onderdeel van drie bij drie centimeter: een microcontroller. "Vroeger hadden we drie grote printplaten nodig voor wat dit kleine stukje nu kan, en die moesten we helemaal zelf in elkaar zetten. Maar hoe de technologie ook verandert, de kern van ons werk blijft hetzelfde: we ondersteunen onderzoekers, zorgen voor technische oplossingen en zorgen dat experimenten zonder problemen verlopen."
Gerard vindt het lastig om spullen weg te gooien. "Het ene stukje technologie vervangt het andere, maar elk onderdeel heeft voor mij historische én praktische waarde," legt hij uit. Voor hem staan de spullen voor kennis, creativiteit en vakmanschap. Hij neemt regelmatig oude apparatuur mee naar huis. Inmiddels staan er twee slaapkamers en een zolder vol met zijn vondsten. "Het is een een beetje een rommelige situatie, maar ik heb beloofd het op te ruimen als ik met pensioen ga," lacht hij.
Onmisbare kennis
Na 45 jaar heeft Gerard waardevol advies voor nieuwe collega's bij de TSG: "In het begin dacht ik dat onderzoekers 'boven' mij stonden vanwege hun academische achtergrond. Maar mijn gevoel veranderde toen ik merkte dat ze mijn praktische kennis hard nodig hadden. Het is belangrijk om met ze mee te denken en niet op afstand te blijven. Dat scheelt hen een hoop gedoe. Dat is de echte kracht van onze ondersteuningsgroep."
Hij vervolgt: "Aarzel niet om te experimenteren en gebruik te maken van elkaars kennis. Je hoeft niet alles in theorie te begrijpen. Ervaring is je beste leermeester. En het allerbelangrijkste: zorg dat je plezier hebt in je werk. Want voor je het weet ben je met pensioen, net als ik."
De nieuwe generatie
Peter Vermeer hoort bij de nieuwe generatie laboratoriumtechnici. Hij is net begonnen bij de TSG van het Donders Centre for Cognitive Neuroimaging. In zijn kantoor ligt heel veel elektronica, waaronder stapels verschillende kabels. Zijn interesse in dit werk begon al met Lego: "Het leuke vind ik dat ik met eenvoudige onderdelen ingewikkelde problemen kan oplossen," zegt Peter. "Ik kan hier echt creatief zijn en slimme oplossingen bedenken. Ik kan bijna alles zelf maken. Die fascinatie begon als kind al met Lego, toen ik robots en machines bouwde."
Onderzoekers begroeten Peter altijd met een glimlach. "Dat is het voordeel van mijn rol," legt hij uit. "Als apparatuur in een lab niet werkt zoals verwacht, hebben onderzoekers vaak stress. Zelf voel ik heel weinig stress. Dat klinkt als een goede eigenschap, al vinden sommigen dat een beetje meer haast op z'n tijd best handig zou zijn," lacht hij.
Peter vindt het MEG-lab bij de Radboud Universiteit het meest fascinerend. In dit lab meten wetenschappers de elektrische activiteit van hersencellen. "De sensoren in het MEG-systeem worden gekoeld met vloeibaar helium. Dat vangen we op in een ballon om het opnieuw te gebruiken. Om dat proces veiliger en slimmer te maken, hebben mijn collega's en ik extra elektronica ingebouwd. Nu kan het systeem automatisch bepalen wat de beste momenten zijn om de apparatuur aan te sturen. Dat bedoel ik met slimme oplossingen bedenken, en dat vind ik het leukste om te doen."
De combinatie van techniek en creativiteit
Tot slot Paul van der Laan, ontwikkelaar bij het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek. Hij werd ooit aangenomen om VR-experimenten te bouwen. Momenteel vernieuwt hij het VR-lab met de nieuwste computers en 3D LED-schermen en hoopt dat hij experimenten kan maken met behulp van Unreal Engine.
De afwisseling maakt zijn werk zo leuk: "Ik kan mijn diverse achtergrond – waaronder industrieel ontwerp en het maken van games – hier goed gebruiken. Ik programmeer veel, maar ik ontwerp ook de virtuele omgevingen en digitale personages. Soms maak ik fysieke hulpmiddelen, zoals een klemmetje dat onze eye-tracker verbindt met een 3D-bril. Dat print ik dan uit met onze 3D-printer. Ik geniet echt van de combinatie tussen technisch en creatief werk." Toch is het werk niet zonder uitdagingen. Om stimulansen in de software tot op de milliseconde nauwkeurig te timen, is voortdurend slim denkwerk en nauwkeurig meetwerk nodig.
Vooruitkijkend benadrukt Van der Laan hoe belangrijk het is dat technici meedenken met het wetenschappelijke doel van een studie. Door vroegtijdig mee te denken, helpt hij om betere experimenten op te zetten: "Het is heel waardevol om niet alleen te bouwen wat wetenschappers vragen, maar ook echt te begrijpen wát ze willen onderzoeken. Zo kun je vroegtijdig kritische vragen stellen en het ontwerp aanpassen. Er was bijvoorbeeld een verzoek om objecten te selecteren via hand-tracking. Uit mijn eigen test bleek dat hand-tracking niet nauwkeurig genoeg was. Daardoor besloten we al snel om gewone VR-controllers te gebruiken."
Je ziet ze misschien niet altijd, vooral niet wanneer alles precies werkt zoals het hoort. Hun namen staan zelden boven wetenschappelijke artikelen. En toch zit hun vingerafdruk op bijna elk experiment. Met hun kennis, vindingrijkheid en doorzettingsvermogen maken zij van ideeën een werkende werkelijkheid en zorgen ze dat het onderzoek steeds weer vooruit kan.
Contactinformatie
- Organisatieonderdeel
- Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour, Technical Support Group (TSG)
- Gaat over persoon
- G.B.M. van Oijen (Gerard) , P.H. Vermeer (Peter)