De subsidie maakt deel uit van een groter consortium met de naam Transcend, met partners uit heel Europa die de vertaling van fundamenteele onderzoek naar klinische toepassingen willen verbeteren. Het project heeft een innovatieve aanpak: het richt zich niet alleen op wetenschappelijke verbeteringen, maar er worden ook experts op het gebied van filosofie en geschiedenis van de geneeskunde bij betrokken. “Ons doel is om fundamenteel te heroverwegen hoe we de vertaling van 'laboratorium naar bed' definiëren en bestuderen,” zegt Genzel. "Dat betekent niet alleen dat we ons afvragen wat we testen, maar ook hoe we het testen. We zullen manieren bestuderen om natuurlijker, betrouwbaarder en beter vertaalbaar te testen."
Verbetering van dierenwelzijn en betrouwbaarheid van resultaten
Het team van Genzel zal meer naturalistische en verrijkte huisvesting voor knaagdieren ontwikkelen en testen, met als doel zowel dierenwelzijn als de betrouwbaarheid van experimentele resultaten te verbeteren. Het onderzoek bouwt voort op eerder werk met grote, verrijkte leefomgevingen voor knaagdieren die meer sociale en cognitieve stimulatie bieden dan traditionele leefomgevingen. Door meer natuurlijk gedrag mogelijk te maken, kunnen dergelijke omgevingen relevantere en consistentere gegevens opleveren. “Een van onze projecten richt zich op 24/7 gedragsfenotypering,” legt Genzel uit. "We ontwikkelen een vier weken durend testprotocol waarbij de dieren nooit hun verrijkte omgeving verlaten. In plaats daarvan observeren we ze continu, wat meer gegevens oplevert met minder stress voor het dier."
Interdisciplinaire samenwerking
Het tweede PhD-project onderzoekt de haalbaarheid van het implementeren van dergelijke verbeteringen in een industriële omgeving. Een farmaceutisch bedrijf dat betrokken is bij het consortium zal een van de promovendi detacheren om inzicht te krijgen in hoe schaalbaar en praktisch deze innovaties zijn bij de ontwikkeling van medicijnen in de echte wereld.
De subsidie stimuleert ook interdisciplinaire samenwerking. Een van de promovendi zal zes maanden samenwerken met een filosoof om educatief materiaal te ontwikkelen over de ethiek van dierproeven en zo bij te dragen aan een breder publiek en een geïnformeerd debat. Andere partners in het netwerk zijn onder andere de European Association for Animal Research en verschillende communicatie- en ethiekorganisaties.
Volgens Genzel is er ook een bredere boodschap. "Veel van de publieke en politieke discussie over dierproeven richt zich op vervanging. Maar voor veel complexe hersenaandoeningen hebben we nog steeds diermodellen nodig. Daarom is het essentieel om te investeren in verfijning, zodat het onderzoek ethischer, effectiever en beter vertaalbaar naar de kliniek wordt."