Zoek in de site...

Slinger van Foucault

De Foucaultslinger valt direct op bij binnenkomst in het Huygensgebouw. Het fascinerend mechaniek bestaat uit een bal van messing met een gewicht van circa 100 kg aan een staalkabel van 13,5 meter. De slinger visualiseert op overtuigende wijze de draaiing van de aarde om haar as zonder het gebruik van astronomische waarnemingen. De latere Nederlandse Nobelprijswinnaar Heike  Kamerlingh Onnes is op dit onderwerp gepromoveerd (Groningen, 1879).

Geschiedenis

dva_SlingerFoucault

De fransman Jean Bernard Léon Foucault ontdekte op 6 januari 1851 met een slinger van slechts twee meter en een gewicht van vijf kg in de kelder van zijn huis dat de aarde draait en niet de sterrenhemel. Enkele maanden later demonstreerde hij voor het eerst zijn slinger in het Panthéon te Parijs. Hij gebruikte daarvoor een bol van achtentwintig kg opgehangen aan een koord van zevenenzestig meter. Na het op gang brengen van de slingerbeweging bleek het vlak waarin de slinger heen en weer gaat langzaam te draaien, met de wijzers van de klok mee.

Principe

De draaiing van het slingervlak is in wezen een schijnbare draaiing. Deze berust er op dat het slingervlak juist zijn oriëntatie ten opzichte van de “vaste sterren” behoudt terwijl de aarde daar onderdoor draait. Op de noord- en zuidpool is het effect maximaal: De aarde draait in precies één dag onder het slingervlak door. Voor een poolreiziger zou juist het slingervlak in één dag lijken rond te draaien. De richting van de draaiing is op de noord- en de zuidpool tegengesteld, op de evenaar draait het slingervlak niet. Op tussenliggende breedtegraden zal de tijd voor een volledige rondgang langer zijn dan één dag: Hoe dichter bij de evenaar, hoe langzamer. De periode van de slingerbeweging is 7,4 seconden en het vlak van de slinger maakt een volledige rondgang in 30 uur, 31 minuten en 46 seconden. Het Huygensgebouw zelf ligt op 51°49´30˝ NB.