Zoek in de site...

Hoop in tijden van corona

Datum bericht: 8 april 2021

noelle aartsDeze column verscheen eerder in: De Levende Natuur, mei 2020, blz. 77

Sinds de Raad van State vorig jaar een streep zette door het Programma Aanpak Stikstof wordt naarstig gezocht naar oplossingen die tot de nodige stikstofreductie leiden en tegelijkertijd kunnen rekenen op de steun van alle belanghebbenden, inclusief de boeren. Door de coronacrisis is er in de afgelopen maanden in de media nauwelijks aandacht geweest voor de stikstofproblematiek, maar daarmee is deze niet van tafel. Integendeel. Maandenlang overleg met onder meer het Landbouw Collectief heeft niets opgeleverd, behalve een nog grotere frustratie onder de boeren. En dus houden we het landbouwsysteem dat gericht is op maximale productie van zo goedkoop mogelijk voedsel in stand, holt de kwaliteit van onze natuur verder achteruit en lijden steeds meer mensen aan landschapspijn.

Duidelijk is dat het landbouwsysteem zich niet gemakkelijk laat veranderen. Gaandeweg zijn machtsverhoudingen en bijbehorende gewoonten gegroeid tot een ingewikkeld systeem van afhankelijkheden. Binnen dat systeem worden bedreigende signalen van buitenaf zo lang mogelijk genegeerd. Elke dag wordt het systeem bovendien actief gereproduceerd, niet in de laatste plaats doordat wij als consumenten de producten van het systeem massaal blijven afnemen en politici op hun beurt blijven roepen dat mensen niet bereid zijn hun koop- en eetgedrag te veranderen.

Deze ontwikkeling heeft niet alleen grote invloed op de kwaliteit van de natuur, maar ook op onze verhouding tot die natuur. Het wordt hoog tijd dat we ons opnieuw realiseren dat we niet boven de natuur staan, maar dat we er onderdeel van uitmaken. Volgens de Franse filosoof Michel Serres zijn we dat gevoel kwijtgeraakt sinds de landbouw verdwenen is uit het dagelijks leven, althans in het Westen. Een eeuw geleden was ruim de helft van de mensen boer, nu is dat slechts een paar procent. Omdat we niet meer het directe dagelijkse contact hebben met de natuur, neigen we ertoe onze afhankelijkheid ervan te veronachtzamen.

Een onbedoeld gevolg van de coronacrisis is dat we onze verhouding tot de natuur in onze dagelijkse gesprekken steeds vaker ter discussie stellen. Sommige mensen hebben het over de natuur die ‘terugslaat’ omdat ze door ons toedoen ‘uit balans raakt’. Zo noemt filosoof en psychiater Damiaan Denys het virus ‘een gezonde correctie op onze megalomane levensstijl’. Anderen werpen tegen dat de natuur niet wraakzuchtig is en ook niet wreed. De natuur heeft geen moraal, de natuur wil niet corrigeren, de natuur gaat gewoon haar gang.

Dit alles neemt niet weg dat de coronacrisis ons herinnert aan wat uiteindelijk de belangrijkste waarden zijn in het leven. Dat zijn niet de materiële zaken waarmee we onszelf menen te moeten onderscheiden van anderen; veel belangrijker zijn solidariteit en samenwerking in tijden van nood. De coronacrisis laat ons bovendien ervaren dat de aarde onmiddellijk beter wordt nu we onze levensstijl noodgedwongen hebben moeten veranderen. In China is de lucht weer opgeklaard, in Venetië is het water zo helder dat je de vissen weer ziet zwemmen en wereldwijd sterven er nu al minder mensen aan luchtvervuiling.

De coronacrisis toont ons – en dat is heel goed nieuws – dat we wel degelijk in staat zijn om ons gedrag ingrijpend te veranderen wanneer de omstandigheden daarom vragen. Dus ook als dat nodig is om de biodiversiteit te herstellen, onszelf aan te passen aan klimaatverandering en schone energiebronnen aan te boren. De crisis geeft ons het vertrouwen dat we dat allemaal kunnen. Politici kunnen zich niet meer verschuilen achter de aanname dat mensen gewoontedieren zijn, conservatief, en niet willen veranderen.

Als Serres nog zou hebben geleefd, dan zou hij, optimistisch als hij was, de coronacrisis zeker hebben aangegrepen als kans om te geloven in een nieuwe wereld, een wereld waarin het evenwicht tussen mensen en de natuur en tussen mensen onderling wordt hersteld en waarin we met zijn allen tekenen voor een minder jachtig bestaan. Niet alleen het Deltaplan Biodiversiteit, maar ook de kringlooplandbouw, het klimaatprobleem en de energietransitie zouden hier enorm mee geholpen zijn. We weten nu dat we het kunnen, laten we het
dan ook doen!

Noelle Aarts is hoogleraar Socio-Ecologische interactie en directeur van het Instituut voor Science in Society, Radboud Universiteit Nijmegen