Individu en team

In het landelijke debat over een nieuwe balans in het erkennen en waarderen van wetenschappers komt de term ‘teams’ herhaaldelijk terug.

In de notitie 'Ruimte voor ieders talent' wordt bepleit dat wetenschappers niet alleen op hun individuele prestaties worden beoordeeld, maar ook op hun bijdrage aan het team, de afdeling, het consortium, het onderzoeks- en onderwijsinstituut, de faculteit, en de bredere universitaire gemeenschap waarvan ze deel uitmaken.
In deze context past ook de term ‘academisch burgerschap’: een ‘goede wetenschapper’ draagt immers ook een steentje bij aan het ‘grotere geheel’. Er wordt gestreefd naar meer balans tussen enerzijds een sterke disciplinaire basis en anderzijds (multidisciplinaire) samenwerking die vaak nodig is om de complexe wetenschappelijke en maatschappelijke vraagstukken van deze tijd goed vanuit meerdere invalshoeken te belichten. Bij het werken in teams kunnen taken zodanig worden verdeeld dat individuen, vanuit hun eigen competenties, unieke en waardevolle bijdragen leveren aan gezamenlijke doelen. Er is daarnaast een groeiend besef dat van individuele wetenschappers niet gevraagd kan worden om te excelleren op alle kerndomeinen (‘het schaap met de vijf poten’). Wetenschappers hebben bepaalde kerncompetenties die wellicht beter passen bij het ene dan bij het andere domein, en moeten ook qua tijdsinvestering keuzes maken tussen de domeinen, afhankelijk van waar op dat moment in hun loopbaanfase hun ambities liggen. ‘Teamwork’ kan veelbelovend zijn over de vier kerndomeinen heen (niet het individu, maar wel het team kan excelleren op alle vier de domeinen), evenals binnen elk van de vier kerndomeinen (denk aan gezamenlijke onderwijs-, ‘outreach’ of managementtaken).