2021. Justine Borkes: de koffiehoek is mijn thuis (in memoriam)

Datum bericht: 11 mei 2023

Vooral toen Jan Janssen de koffieman werd is de FTR-koffiehoek op de 15e  verdieping van het Erasmusgebouw mijn thuis geworden. Zijn natuurlijke gastvrijheid heeft er voor gezorgd dat ik kon blijven komen. Ik heb hem geëerd met mijn dichtbundel ‘thuis’ die in 2018 is uitgekomen.” Aan het woord is Justine Borkes. Ze overleed op woensdag 3 maart 2021.

door Ignace de Haes

Bloei

Tot een paar jaar geleden vroegen studenten zich misschien weleens af wie die mevrouw is, die meestal in de hoek naast de koffiebar iedere bezoeker van de koffiehoek nieuwsgierig aankijkt. Ze is duidelijk geen student en ook geen medewerker, maar wie is ze wel? Veel hoogleraren kennen haar wel, omdat ze ongeveer bij iedere hoogleraar van de faculteit een verzoek heeft gedaan om te promoveren. Haar naam is Justine Borkes.

Ik interview haar op 24 februari 2021 in minder prettige omstandigheden. Ze ligt in het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis en verhuist binnenkort naar het hospice Bethlehem om daar haar laatste dagen door te brengen. De kanker die haar heeft getroffen is niet meer te stuiten. Justine is dichter. Gedurende het interview strooit ze met citaten uit haar dichtbundels. Het meest verguld is ze met de titel van haar laatste dichtbundel: bloei. Ze vertelt: ‘Ook in deze laatste dagen van mijn leven bloei ik op. Ik ben dankbaar voor het leven dat ik heb gehad en dankbaar voor de mensen die om me heen staan, zoals ook in dit ziekenhuis bijvoorbeeld. En ik heb een prachtig uitzicht op het Jonkerbos. Als de laatste dag is aangekomen, dan is de allerlaatste dag van bloei aangekomen. Punt.’ Justine is op woensdag 3 maart 2021 overleden. Mijn mening is dat de faculteit floreert bij kleurrijke, eigenzinnige personen. Ik laat Justine verder aan het woord, nadat ik eerst haar eerste gedicht uit de bundel 'thuis,  citeer:

de wereld is mijn thuis
gekomen en
gegaan

gekregen

Mijn vader was bakker en mijn moeder barones

‘Mijn vader was bakker en mijn moeder barones en bovendien was de ene katholiek en de ander protestant. Die bijzondere combinatie is in mij terug te vinden. Ze hebben elkaar leren kennen tijdens het dansen en alle twee hadden ze een behoorlijke dosis eigenwijsheid en doorzettingsvermogen om hun relatie door te zetten in een tijd dat dit niet gewoon werd gevonden. Ik las heel vroeg heel veel en mijn moeder zei toen al dat ik daardoor nooit aan een man zou komen en dat klopt. Ik ben inderdaad veel te eigenzinnig en ook ik ben anders. Ik ben de eerste in de familie die heeft doorgestudeerd. Ik hield al vroeg van poëzie en ben Nederlands gaan studeren. Het liefst had ik medicijnen gestudeerd, maar ik ben meer een alfavrouw.’

In de bundel thuis staat op p. 105 het volgende gedicht:

ik moet mij
voegen maar ik
mis de regels
wit gelaten

Inderdaad. Justine voegde zich niet en vulde de witte regels op met zinnen.

Ik kijk door mijn open vingers

‘Op een gegeven moment dichtte ik: “ik kijk door mijn open vingers”. Toen besefte ik dat je alleen goed door je open vingers kan kijken wanneer je tot de kern kan komen. Om tot die kern te komen ben ik in 1977 filosofie gaan studeren. Ik zeg wel eens dat ik filosofie ben gaan studeren omdat ik al filosoof was, een poëtische filosoof om precies te zijn. De kern verwoord ik in mijn poëzie. Ik probeer de werkelijkheid terug te brengen tot de kern, een poëtische kern. Ik vond alles prachtig bij filosofie, zoog alles naar binnen. Ik voelde me er thuis.’

Justine schrijft kernachtige gedichten, meestal een paar gedenkwaardige regels, zoals in thuis, p. 83:

heel breekbaar denk ik
zoveel verleden zoveel
toekomst misschien meer
dan overleven

Filosofie: ruimte en thuiskomen

‘Filosofie is voor mij meer dan alleen de teksten van filosofen. Ik ben in 1983 afgestudeerd, maar zo voelt het niet. Filosofie heeft voor mij alles te maken met ruimte en thuiskomen. Dat is de reden dat ik de ruimte opzoek waar filosofie bedreven wordt. Door die ruimte laat ik me inspireren, ook in mijn gedichten. Daarom heet mijn dichtbundel uit 2018 ook thuis. De koffiehoek op de vijftiende verdieping was mijn thuis, mijn huiskamer, omdat juist die ruimte voor mij gelijk staat met filosofie en gastvrijheid. De koffieman Jan Janssen gedenk ik ook met mijn dichtbundel. Ook door hem voelde ik me thuis. Ik luisterde naar het filosofisch gezwam van de studenten en soms kon ik mijn mond niet houden en zwamde ik mee. De studenten hebben mij filosofisch jong gehouden. Ook de docenten en studenten van de andere disciplines hadden mijn aandacht. Het is ongelooflijk dat zo’n drukbezette man als Paul van der Velde altijd tijd en zorg voor me heeft gehad.’

Wat zocht Justine daar in die koffiehoek? Waarom was het haar thuis? Op p. 39 van thuis vind ik een mooi antwoord:

mijn stormloop
een schoorvoetende
hunkering naar een vreemd
bevreesde tederheid

Afscheid nemen van de koffiehoek

‘En nu besef ik dat ik niet meer in de koffiehoek zal komen. De volgende generatie studenten en docenten zullen het zonder mij moeten doen. Ik treur echter niet. Ik vind het bijzonder dat ik een eigen hoekje krijg in het 100 verhalenproject en dat dat verhaal mij zal overleven. Voor mij is de cirkel nu bijna rond.’

Dit verhaal over Justine is een onbedoeld afscheid geworden. Ik wilde haar interviewen omdat ik nieuwsgierig was naar die vrouw die er zo vaak was, daar in de koffiehoek. Het is een afscheidsinterview geworden. We zullen haar niet meer zien in de koffiehoek. Ik eindig met haar gedicht uit de bundel thuis, p. 87:

onvoorstelbaar als
de dood het leven


justine2

Hier vind je meer informatie over Justine Borkes.

Stichting Justine Borkes

Justine Borkes was dichter, feminist, filosoof en leraar. Toen zij in 2021 overleed had ze de stichting benoemd tot haar enige erfgenaam. Het vermogen dat de stichting daarmee tot haar beschikking kreeg wil zij besteden aan de onderwerpen die Justine nauw aan het hart lagen: poëzie en emancipatie.

thuis (2)

Paul van der Velde over Justine

‘Justine leerde ik gewoon kennen. Het leven brengt mensen op je pad. Ze zat zo vaak in de koffiehoek en we raakten op een dag in gesprek. Dat gesprek hield niet meer op. Allebei houden we van taal, van mooie woorden, van poëzie. Bovendien sprak er uit haar ogen altijd een soort heimwee, een weemoed als ze sprak over haar jeugd en haar ouders in Zevenaar en hoe het was als fervente Dolle Mina, want dat was ze in haar wilde jaren. Ik zoek die weemoed ook, koester die loutering door de tijd. En er waren de gedichten, de honderden gedichten die zij schreef in haar bundels. Ze heeft een dichterleven vastgelegd in broze welgekozen woorden. Poëzie is breekbaar en onwrikbaar tegelijk. Dat is zo mooi aan haar woorden. Op de meest onverwachte moment kwam je mensen tegen die Justine kenden of die Justine kende. Zo ontstond er een ragfijn netwerk om haar heen van schone taal die wist te bereiken wie er maar voor open stond.’

www. een dichterleven

Jan Janssen over Justine

‘Als koffieman van de koffiehoek wilde ik dat IEDEREEN zich thuis voelde. Daarom had ik ook voor iedereen respect en indien nodig voerde ik aandachtige koffiegesprekken. Dat gold in het bijzonder voor Justine omdat ze een bijzonder verhaal had. Ze had een missie en ik bewonderde haar doorzettingsvermogen. Ik ben blij te horen dat ik voor haar van bijzondere betekenis ben geweest.’nooit alleen

De Volkskrant over Justine

In de rubriek 'Het eeuwige leven' in de Volkskrant van 10 april 2021 bespreekt Peter de Waard het leven van Justine Borkes. Zij was een vaste briefschrijver in de Volkskrant. Haar laatste brief verscheen op 2 februari 2021. Lieke Marsman werd voorgesteld als dichteres des vaderlands. 'Is Daan Roovers de Denkeres of Denkerin des Vaderlands? Worden wij ook weer in de kast gestopt?'  Roodkapje was bij haar steevast een jongetje en Peter Pan noemde ze Petra Pan.

Justine was niet iemand die zich door anderen de les liet lezen, laat De Waard haar jongere zus zeggen. 'Integendeel, zij deelde de terechtwijzingen uit. In 1978 publiceerde ze haar eerste dichtbundel: 'Liefde kan samengaan'. Ook de Volkskrant eindigt met een gedicht van Justine.

'overal waar ik
kijk zie ik een
gelukkig mens
in de spiegel'