1927. Theologie voor leken

Datum bericht: 12 december 2022

De dominicaan Jordanus de Langen Wendels richtte in 1927 een ‘Theologisch-Maatschappelijke Afdeling’ binnen de theologische faculteit op. Dat was een tweejarige cursus in de beginselen van de katholieke wijsbegeerte en de katholieke geloofsleer en hun toepassingen in het maatschappelijk leven en de cultuur, bedoeld om bij te dragen aan de intellectuele emancipatie van katholieke leken.

Door Peter Nissen

De theologische faculteit was in de eerste jaren van haar bestaan dan ook klein. Er kwam elk jaar maar een handvol eerstejaars bij. In het studiejaar 1926-1927 telde de faculteit in totaal 21 studenten, op één na allemaal priesters en mannelijke kloosterlingen. De faculteit had negen hoogleraren: voor elke twee studenten dus één. Een van die hoogleraren, de Vlaming Karel Bellon, die in 1928 aantrad als hoogleraar Godsdienstgeschiedenis en godsdienstfilosofie, noemde de faculteit tien jaar later nog ‘een bloedarm geval’, zoals na te lezen valt in het eerste deel van de universiteitsgeschiedenis van Jan Brabers (Proeven van eigen cultuur, 1998).

De eerste met internationale ervaring

Daar moest iets aan gedaan worden. Een poging daartoe ondernam de enige hoogleraar met internationale ervaring en uitstraling uit de beginjaren van de faculteit: de dominicaan Jordanus de Langen Wendels. Ofschoon hij in de professorenbuurt in Nijmegen een straatnaam heeft, is hij toch weinig bekend in de stad. Dat komt omdat hij maar kort, goed vier jaar, aan de jonge universiteit verbonden is geweest: hij overleed op 15 januari 1928, zestig jaar oud, aan een longontsteking. In het weekblad Katholieke Illustratie verscheen een foto van de rouwstoet die vanuit Nijmegen per veer de Waal overstak (de Waalbrug bestond nog niet), op weg naar het dominicanenklooster in Huissen, waar hij zijn laatste rustplaats vond.

Hij kwam uit Fribourg over

Jordanus was zijn kloosternaam. Hij werd als Gerardus op 27 december 1867 geboren in Lonneker, als voorechtelijk kind: pas bij het huwelijk van zijn ouders Gerrit Johan de Langen Wendels en Senetta Catharina Theodora Hendrina Jansen te Utrecht op 23 augustus 1871, bijna vier jaar later dus, werd hij, zoals dat heet, ‘gewettigd’. Gerardus trad in bij de dominicanen, waar hij in 1885 zijn kloostergeloften aflegde, en werd toen Jordanus. Toen hij in 1923 aan de kersverse Nijmeegse universiteit benoemd werd tot hoogleraar in de moraaltheologie, mystiek, algemene sociologie en geschiedenis van de theologie (toe maar!), had hij er al drieëntwintig jaar opzitten aan de sinds 1890 door de dominicanen geleide theologische faculteit van de universiteit van Fribourg in Zwitserland. Daar had hij eerder ook gestudeerd, hij was er in 1895 gepromoveerd, hij had er in 1906 de dominicaanse academische graad van magister behaald (nog een graadje hoger dan een doctoraat), was er in 1900 hoogleraar geworden en had de theologische faculteit van Fribourg in 1904-1905 als decaan geleid. Fribourg kende een internationale sfeer door de vele katholieke studenten die van elders daar naartoe werden gestuurd, en ook een internationaal docentencorps, en door die docenten werd op hoogwaardig academisch niveau gepubliceerd. Het viel De Langen Wendels dan ook zwaar Fribourg te verlaten toen een beroep op hem werd gedaan voor de nieuwe universiteit in zijn vaderland. Een brief van zijn hand aan de eerste rector magnificus Jos. Schrijnen getuigt daarvan. Maar de kloosterlijke gehoorzaamheid gaf de doorslag.

R.K. Vredesbond

In Nijmegen trof De Langen Wendels, als een van de weinige Nijmeegse professoren getooid met een prachtige geleerdenbaard, zoals gezegd een bloedarm geval aan: weinig studenten, collega’s die nog nauwelijks gewend waren om op academisch niveau te publiceren. Hij deed zijn best om er iets van te maken. Hij diende met zijn Zwitserse ervaring de jonge universiteit door Schrijnen in 1924-1925 op te volgen als haar tweede rector magnificus. Zijn rede bij de rectoraatsoverdracht in 1925 trok breed de aandacht door zijn op de vredestheologie van Thomas van Aquino gebaseerde pleidooi voor de oprichting van een R.K. Vredesbond.*

De lekencursus

Maar zijn interessantste initiatief was een poging om de kleine en klerikale theologische faculteit open te breken.  De lekencursus leidde niet op tot een academische graad, al kregen de studenten wel een ‘Theologisch-maatschappelijk diploma’, en zij kon door iedereen gevolgd worden die over ‘voldoende algemeen-wetenschappelijke ontwikkeling’ beschikte. Gedacht werd daarbij aan journalisten, sociale werkers, onderwijsinspecteurs, catechisten en zelfs gemeenteraadsleden. Die bleven echter uit. De cursus trok voornamelijk vrouwelijke religieuzen. Tot 1940 schreven zich jaarlijks gemiddeld 22 cursisten in, maar in heel die periode behaalden, aldus Jan Brabers, slechts 25 cursisten hun diploma. Er was ook een groot verloop: Lodewijk Winkeler vertelt in een artikel over de geschiedenis van de theologische faculteit dat van de 18 cursisten die zich in het eerste jaar inschreven, er na afloop van dat jaar nog maar zeven over waren. In 1937 probeerde men de cursus een nieuwe impuls te geven door de tweejarige opleiding uit te breiden tot een driejarige, maar dit lijkt averechts gewerkt te hebben. In 1951 besloot de faculteit de cursus dan ook, wegens gebrek aan levensvatbaarheid, op te heffen.

De Langen Wendels heeft het niet meer mee hoeven maken: hij overleed, zoals gezegd, al halverwege het eerste jaar van het experiment.


De Langen Wendels

De Langen Wendels was de eerste voorzitter van de R.K Vredesbond.

rkvredesbond

Enkele studenten uitgelicht

Frans Hoogers studeerde van 1933 tot 1937, als eerste in de Katholieke Arbeiders Beweging, wijsbegeerte, logica, apologie en geschiedenis der wijsbegeerte aan de Theologische Maatschappelijke Afdeling. Vóór 1929 was Hoogers gedurende vijf jaar voorzitter van de RK Tabaksverwerkersbond te Tilburg, tevens was hij drie en een half jaar voorzitter van de RK Werkliedenvereniging te Tilburg. In 1929 volgde een benoeming tot bezoldigd ambtenaar van de Bossche Diocesane Bond van RK Werkliedenverenigingen. Hoogers overleed in 1992. Bron: KDC-Archief

Marie-Louise Zilkens was sinds 1940 studente aan de theologisch-maatschappelijke afdeling. Ze wilde trouwen met een Joodse man, maar haar moeder heeft met succes aan Seyss-Inquart geschreven dat ze bezwaar had tegen dit huwelijk. Na de sluiting van de universiteit in april 1943, ging Marie-Louise werken op een kantoor. In 1944 kwam zij op 22 februari om het leven bij het bombardement op het centrum van Nijmegen. Bron: Oorlogsdoden Nijmegen 1940-1945.