1948. De missie van Alphons Mulders

Datum bericht: 28 januari 2023

In 1948 werd in samenwerking met de missionerende congregaties het Missiologisch Instituut opgericht. Voor oprichter Alphons Mulder hing missie samen met waar de kerk nog niet was.

Door Frans Wijsen

Missie en wetenschap

In 1946 werd Alphons Mulders rector van de R.K. Universiteit te Nijmegen. Op 17 oktober van dat jaar sprak hij bij de viering van de 23e Dies Natalis van de Universiteit een rede uit over ‘missie en wetenschap’. Hij maakte van die gelegenheid gebruik om meteen ook maar de oprichting van een Missiologisch Instituut aan te kondigen.

De Priester Missiebond

Al bij de opening van de Universiteit in december 1923 bepleitte de Priester Missiebond de inrichting van een leerstoel Missiologie bij de Radboud Stichting. In oktober 1930, zeven jaar na de stichting van de Universiteit, kwam Alphons Mulders, priester van het bisdom Breda en docent aan het seminarie van Hoeven, naar Nijmegen als parttime lector in de Missiologie. Mulders was een bevlogen docent. De latere hoogleraar letterkunde, Anton van Duinkerken, die student was in Hoeven, memoreert dat studenten spontaan begonnen te klappen na Mulders’ eerste college. Dit had hij nooit eerder had meegemaakt.

Missiologie en Oosters Christendom

In 1936 werd Mulders voltijds gewoon hoogleraar in de Missiologie, gecombineerd met een leeropdracht in Oosters Christendom, die tot stand was gekomen op verzoek van het Apostolaat van de Eenheid. Ofschoon relatief laat vergeleken met Duitsland, waar de eerste leerstoel voor Missiologie in 1910 te Münster was opgericht, liep Nijmegen voorop, zeker in vergelijking met andere katholieke universiteiten in de wereld, en met de Vrije Universiteit en de Rijksuniversiteiten in eigen land.

De herauten van het Evangelie

Voor Mulders hing missie samen met de vestiging van de Kerk waar zij nog niet was, en was de Missiologie dus nauw verbonden met de ecclesiologie. Ze kent twee delen, het doctrinaire en het descriptieve, de theologie van de missie dus en de geschiedenis van de missie. De kracht van Mulders lag in de geschiedenis. Hij gaf die uitdrukkelijk met het doel om "nog meer oog en hart te zullen krijgen voor de aller verhevenste en zeer heilige taak, die Christus zijn leerlingen opgelegd heeft". Hij bleef daarmee trouw aan zijn openbare les "Kerk en Missie in theologisch en historische belichting" waarmee hij in 1930 de missiologische leerstoel inaugureerde. Mulders Missiologie wilde er een zijn van steun aan "de herauten van het Evangelie".

Zelfstandig instituut

Mulders was zich bewust van de beperkingen van zo'n theologische discipline. Daarom bepleite hij een Missiologisch Instituut. In 1948 was het zo ver en opende het Instituut zijn deuren. Het vormde geen onderdeel van de theologische faculteit. Het werd beheerd door een Directeur (de hoogleraar Missiologie) die ook de Raad voorzat, die als verdere leden kende de hoogleraren voor algemene taalwetenschap, islamologie, culturele antropologie, godsdienstenwetenschappen en missierecht. Het vak Missiologie kreeg in het Instituut een brede basis.

Breed leerhuis

Wie in de jaren zestig van de vorige eeuw bij Mulders Missiologie ging studeren kwam in een breed leerhuis terecht aan de rand van de theologische faculteit. Studenten werden er breed geïnformeerd door vakdocenten met een grote kennis van het missiebedrijf. Bij de docenten godsdienstwetenschap, culturele antropologie, algemene taalwetenschap en islamologie was er meer ruimte voor missionaire vragen dan bij de formele missietheologie. Mulders zag geen mogelijkheid om die vakken een plaats te geven in zijn missiologie. Ze waren autonoom op eigen gebied, maar vulden elkaar in een inlevende missionaire spiritualiteit en werkten zo mee aan de uitbreiding van de Kerk. Wat missiologisch niet haalbaar was, moest uit de spiritualiteit komen.

Afscheid

Toch kon Mulders bij zijn afscheid in 1963 met trots vaststellen dat wat bij de viering van het vijftig jaar bestaan van de leerstoel missiewetenschap in Münster in 1961 nog slechts toekomstmuziek was, namelijk dat in het curriculum van de missiewetenschappen vakken als culturele antropologie, taalwetenschap en godsdienstwetenschap onderwezen werden, in Nijmegen reeds gepraktiseerd werd sinds de oprichting van het Missiologisch Instituut in 1948.

IJdelheid

Nee, ijdelheid was Mulders niet vreemd. Zo vermeldt hij in zijn memoires dat de leeropdrachten voor resp. de fenomenologie van het Protestantisme en de geschiedenis van het christelijke Oosten niet zonder zijn bemoeienis tot stand gekomen waren; dat de bisschop van Breda hem ooit overviel met de vraag of die niet een hulpbisschop met recht van opvolging zou vragen, suggererend dat dit Mulders zelf zou moeten zijn; en dat hij zoveel post kreeg dat de postbode er dagelijks extra voor moest komen. “Dat ik in staat was onafgebroken zo veel werk te verzetten, vindt ten dele zijn verklaring hierin, dat mijn leven verliep met de regelmaat van een klok”, aldus Mulders. Waarvan akte

Vervolg

Mulders’ opvolger, Arnulf Camps, was niet gelukkig met de door hem geërfde structuur. Hij greep een reorganisatie van de Theologische Faculteit in 1966 aan om het Missiologisch Instituut te incorporeren in de Theologische Faculteit, eerst als een Instituut voor Missiologie en Godsdienstwetenschap, naast het Theologisch Instituut, en twee jaren later als negende gelijknamige sectie binnen het Theologisch Instituut. In 1992 werd opnieuw een Missiologisch Instituut opgericht door de hogere oversten van missionerende instituten. Ook dit instituut werd in 2019 geïntegreerd in de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen. L'histoire se répète.

Literatuur

P. Nissen, Scientia Missionum Ancilla. Alphons Mulders and the beginnings of Mission Studies at Nijmegen University, in: C. Dujardin, C. Prudhomme, eds., Mission & Science. Missiology Revisited, Leuven: Leuven University Press, 2015, 139-149.

A. Mulders, De Nijmeegse bijdrage aan de beoefening van de Missiologie. Het Missiewerk 42(1963), 152-165.

A. Mulders, Levensherinneringen. Nijmegen: Drukkerij Gebr. Janssen, 1968.

R. van Rossum, F. Wijsen, Missiologie in Nijmegen. 1930-2010. Nijmegen: Nijmeegs Instituut voor Missiewetenschappen, 2010.


AJM_Mulders

Alphons Mulders

missie en wetenschap

Bernard Vroklage 
In 1948 werd Bernard Vroklage SVD benoemd tot hoogleraar aan het Missiologisch Instituut, met als leeropdracht culturele antropologie. Vroklage was geschoold in het Anthropos Instituut van de Sociëteit van het Goddelijk Woord (SVD) in Wenen en had veldwerk gedaan in Flores en Timor. In de jaren 1948-1956 werden in het Instituut ook Indonesisch en Javaans onderwezen voor missionarissen die naar Indonesië werden uitgezonden. Vroklage overleed in 1951 door een tragisch verkeersongeval.

Richard Mohr en Jean Houben
Hij werd in 1952 opgevolgd door Richard Mohr, een priester van het bisdom Trier, die echter ook opgeleid was in de SVD-traditie, en die zijn professoraat tot 1970 vervulde. In 1952 werd ook Jean Houben SJ benoemd tot  hoogleraar Islam en Arabisch.

Culturele antropologie naar Sociale Wetenschappen
Feitelijk werden deze vakken via het Missiologisch Instituut in de universiteit geïntroduceerd. Culturele antropologie werd verzelfstandigd in een eigen Instituut voor Culturele Antropologie aan de in 1963 opgerichte Faculteit der Sociale Wetenschappen.

Islam en Arabisch naar Letteren (en weer terug)
Islam en Arabisch ging op in een nieuw gevormd Instituut voor Talen en Culturen van Midden-Oosten aan de Faculteit der Letteren, om in 2009 weer op te gaan in de Faculteit der Religiewetenschappen. Die Faculteit was in 2007 afgesplitst van de Faculteit der Theologie en in ging in 2011 op in een nieuw gevormde Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen.