1975. Het jaar volgens Splijt-stof

Datum bericht: 15 februari 2023

Bij het tachtigjarige bestaan van de universiteit in 2003 hield Marin Terpstra een rede over het jaar 1975 met het blad ‘splijt-stof’ als inspiratiebron. We nemen het verhaal in zijn geheel over.

Door Marin Terpstra

Bekommerd Nijmegen, 1975

[Geachte aanwezigen,] In 1938 verhuist Godfried Bomans van Amsterdam naar Nijmegen om alhier, aan de Katholieke Universiteit, de status van student te gaan genieten. Zijn verblijf zal niet renderen en geen titel opleveren, maar wel een aantal kostelijke boeken, waaronder het onvolprezen Erik, of het klein insectenboek, dat in een huis op de Pater Brugmanstraat werd geschreven. De tafel waarop hij dit boek schreef, ik vermeld het terloops, staat inmiddels bij mij in de kelder met een grote stapel kachelhout erop. Het is dus geen toeval dat ik hierover begin en voor alle duidelijkheid: ik vergis mij zeker niet in het jaartal waarover ik geacht word te spreken. Maar ik wil u de beschrijving van Bomans’ aankomst in Nijmegen niet onthouden. In zijn Nijmeegse herinneringen schrijft hij:

“Dit is het eerste, wat een Hollandse student aan Nijmegen opvalt: een zekere onbekommerdheid. Hij komt uit een gewest, waarvan de bewoners voor het merendeel de mening zijn toegedaan dat uit dit leven gehaald moet worden wat erin zit, omdat het daarna afgelopen is. Deze overtuiging brengt, en wel voornamelijk in de sector van het amusementsbedrijf, een koortsachtige activiteit met zich mede. In Nijmegen echter heerst de opvatting, dat het er allemaal niet zozeer toe doet, omdat het ‘eigenlijk’ pas hierna begint. Men antichambreert er op de eeuwigheid, wat aan het leven een bekoorlijk laissez-faire verschaft. Bom, bom, wat maal ik erom, als ik maar in de hemel kom.”

Tijdsbeeld van 1975

Hoe anders, dames en heren, is het in Nijmegen gesteld in het jaar 1975! De onbekommerdheid is verdwenen. Het ongeduld heerst. Paradise now. (En het is zeeheldentijd, voor de goede verstaander: “hair’s growing out every hole in me”, zoals de Mothers of Invention ooit zongen.) Weliswaar is in dit jaar op zijn beurt een andere schrijver met Nijmeegse herinneringen, te weten A.F.Th. van der Heijden, onverwijld naar Amsterdam vertrokken op zoek naar nòg meer opwinding – hoe de tijden zijn veranderd ...! Niet langer daalt hij fietsend de Berg en Dalseweg af (zo beschrijft hij in een van zijn eerste boeken) om tussendoor even een blik te werpen in café Trianon, alwaar hij de marxistische studenten rond Uitgeverij SUN (ook al naar Amsterdam vertrokken) hun debatten ziet voeren - waaronder onderhand bekende Nederlanders als Paul Scheffer (eveneens: Amsterdam) en Gabriël van den Brink gerekend kunnen worden, alsmede uw chroniqueur, zij het in een wat bescheidener rol. De schrijver (A.F.Th. bedoel ik) ging er van door, maar de marxisten wisten van geen wijken en gingen voort met hun verlossingsarbeid: zeer bekommerd. We leven onder het Rooms-Rode kabinet Den Uyl en werken aan een eerlijke verdeling van werk, kennis en inkomen. Maar dit kabinet is de marxisten nog niet radicaal genoeg. Men wil heroïsche tijden laten herleven (de jaren twintig, vlak na de Russische Revolutie) - maar het wordt, zoals Marx reeds wist, een komedie. De tijden zijn ook in een ander opzicht veranderd.

Maandblad van de filosofenbond

Wat is er aan de hand in 1975? Ik heb voor u de nummers van splijt-stof (let wel: met streepje en met kleine letters) uit deze jaargang doorgenomen om daar achter te komen, want eerlijk gezegd laat mijn geheugen mij wat in de steek. Maar alvorens u enkele belangwekkende passages voor te leggen, moet u eerst iets weten over het blad zelf. In het begin van 1975 is splijt-stof het maandblad van de filosofenbond, zoiets als Sophia nu, maar dan ongezellig. Alhoewel, precies in dit jaar verandert er iets. De discipline van de studentenvakbond verslapt. Leutigheid doet zijn intrede – zoals uit de illustraties en cartoons blijkt die voorheen nog taboe waren. (Zo lezen we op de voorkaft van nummer 27, 1 december 1975, boven een getekend portret van het standbeeld van Thomas van Aquino, van achteren gezien, de wijze woorden: in rebus naturalibus corruptibilibus capitalistae ordinis recta ratio agibilium: iustitia distributiva doctrinae iustitia commutativa potestatis. Het is vast geen goed Latijn, maar het ging om de idee in die tijd.)

Stencilmachine

Dit blad werd overigens nog op oud ambachtelijke wijze op een stencilmachine vervaardigd, hetgeen tot gevolg had dat veel artikelen nauwelijks leesbaar waren. Maar daar moet ik aan toevoegen dat ook al zou het blad gedrukt zijn in het prachtigste font de leesbaarheid nauwelijks was toegenomen. Vanaf september 1975 echter verschijnt splijt-stof in het u bekende formaat en van een plakrand voorzien in plaats van nietjes. Zo’n exemplaar heb ik nu in mijn hand. Ik lees u een stukje proza voor:

“Katholiciteit in opspraak. Verslag van het verloop van de akties rond benoemingskonflikten, toegespitst op filosofie. Woensdag. Woensdag 22 oktober, hebben studenten van het aktiecomité ‘benoemingen’ de AULA van de Katholieke Universiteit bezet (de oude Aula wel te verstaan, die zich aan de Wilhelminasingel bevond – MT). Dit als protest tegen het ondemokratiese en niet-pluriforme benoemingsbeleid aan deze universiteit. De direkte aanleiding tot de bezetting vormt het feit dat de benoeming van een marxistiese hoogleraar aan de Centrale Interfakulteit onmogelijk wordt gemaakt.”

Klassenstrijd

(Laat deze woorden even rustig tot u doordringen. Er is waarschijnlijk niemand die vandaag iets mist op onze faculteit. Maar er is toen wel iets verijdeld. Het actiecomité was getuige.) En dan de filosofie achter de daad. Het jaar daarvoor, in 1974, was voor het eerst een tekst van de Franse marxistische filosoof Louis Althusser in het Nederlands verschenen, vertaald en uitgegeven door de reeds genoemde uitgeverij SUN. Antwoord aan John Lewis heette dat boekje. Het was niet Althussers beste werk, maar er stond wel de stelling in waar het hier om draait: “Filosofie is in laatste instantie klassenstrijd in de theorie”. U had zich ongetwijfeld al van alles bij filosofie voorgesteld, maar dit, geef het maar toe, gaat uw verbeeldingsvermogen te boven - als u al weet wat de volzin betekent. Niettemin was de kern van dit antwoord aan John Lewis filosofisch gezien wel aardig. Deze Lewis verdedigde namelijk de klassestrijd (zonder ‘n’): dat ging over emancipatoire strijd van één klasse, de arbeidersklasse,  tegen ‘de’ maatschappij die haar uitbuitte. Althusser stond erop het begrip klassenstrijd (met ‘n’) te gebruiken: er waren namelijk méér klassen die met elkaar streden. En ook moesten we die strijd niet opvatten als een rugbywedstrijd: eerst twee teams en dan een strijd. De strijd gaat vooraf aan de klassen: ze ‘constitueert’ de klassen. Het is bijzonder jammer dat een spellingscommissie inmiddels dit gewichtige debat taalkundig de nek heeft omgedraaid, maar zo gaat dat: in de strijd tegen het marxisme wordt geen middel geschuwd.

Centrale Interfaculteit

Dit filosofisch boeiende debat werd nu door studenten in de praktijk toegepast. Niets vita contemplativa, weg die onbekommerdheid! In de theorie moest gestreden worden! Kwam daar maar eens om op de Centrale Interfaculteit, zoals de Faculteit der Filosofie toen nog heette. Daar leefde men nog in de jaren vijftig: vanuit een katholiek ingevulde personalistische fenomenologie kanttekeningen plaatsen bij het positief-wetenschappelijke wereldbeeld, dat was wat ze konden, de echte filosofen. De botsing met de nieuwe werkelijkheid was hard. (Het jaar 1975 markeert overigens ook nog in een andere zin een keerpunt: er komen andere medewerkers op de faculteit vanuit andere filosofische richtingen die een nieuwe wind laten waaien. Zo treffen we in een opsomming van nieuwe leden van de faculteitsraad – een soort gezamenlijke vergadering – drs A.A. Derksen aan.)

Toeloop (arbeiders)studenten

Een enkel woord over de achtergrond van dit alles is wellicht zinvol. De jaren zestig hadden een enorme toeloop van studenten te zien gegeven. Deze ontwikkeling zette de gezapige, kleinschalige universiteiten en faculteiten behoorlijk op hun kop. Niet alleen kinderen van de gegoede burgerij konden als vanouds studeren, maar ineens ook de arbeiderskinderen. De maatschappij dringt de academie binnen en daar roept men ineens ‘studie in dienst van het volk’ en ‘terug naar de fabriek’. Deze laatste leus heeft mij zelf overigens altijd zeer bevreemd, aangezien ik ‘historisch gezien’ net aan de fabriek ontsnapt was – als kind uit een arbeidersmilieu. Wat mij betreft lag de nadruk op “klassenstrijd in de theorie”, of nog meer: op “in laatste instantie” (hetgeen enig voorbehoud mogelijk maakt). Maar dit terzijde. Het is de paradox van maatschappelijke emancipatie: op het moment dat de massa toegang krijgt tot elitaire instellingen verliezen deze juist hun elitaire karakter. Het is als met het massatoerisme. En nog meer: de student verliest de status, die Godfried Bomans nog genoot. Er moest gewerkt worden. Want de waarheid was: niet alleen de arbeiders en de lagere middenklassen drongen door tot de universiteit, maar ook de markt en nog erger: de sociaal-democratie … ik bedoel, bestuurders en rekenmodellen. Het ‘Taylorisme’ (of de echo van Lenin) voortgezet met andere middelen – u hoort er zo meteen nog van.

Herstructurering

Want naast de klassenstrijd in de theorie krijgt de filosofische faculteit in 1975 ook te maken met de herstructurering – en dit keer niet ‘in laatste instantie’. Herstructurering is zoiets als de BaMa, maar dan nog erger – want ze leverde destijds de propedeuse en het doctoraal op, evenals de studiepunten en de semesterindeling (de magische dertien colleges!). Niets is conservatiever dan een student blijkbaar, want zoals de huidige studenten zich tegen de BaMa verzetten (kwaliteitsverlies!), zo verzetten de studenten van toen zich tegen de herstructurering (kwaliteitsverlies!) die heeft geleid tot het programma waar we zojuist afscheid van hebben genomen. (Stiekem denk ik dan: hebben we toch onze zin  gekregen …)

Vóór die herstructurering, beste toehoorders, was alles goed. Er bestond geen opleiding, zo simpel was dat. Er waren hoogleraren en medewerkers die hoorcolleges gaven. Dan maakte je aan het eind van het jaar een afspraak voor ‘een mondeling’ en als je geluk had zette de docent aldaar zijn hoorcollege vrolijk voort, waarbij de student af en toe een woord of zin mocht invullen. Gokte je goed, dan had je een acht.

Jan Plat

In dit verband wil ik u een anekdote uit deze tijd niet onthouden. Het betreft de illustere hoogleraar metafysica en kenleer Jan Plat, een gezond verstand denker van de bovenste plank. Deze Plat nu voelde de tijdgeest goed aan en verraste menig student met de volgende vraag. Ergens op reis in Zuid-Amerika komt u op een plaats aan waar een vrouw omgekeerd aan haar benen aan de tak van een boom hangt; een woesteling (dacht hij aan Che Guevara?) dreigt haar met een zwaard van boven naar beneden te doorklieven. (Zo’n fantasie ‘moest kunnen’ in het tijdperk van de seksuele revolutie.) “Wat zegt u tegen die man”, luidde dan de vraag. Mijn eerste opwelling was toch meer een daad te stellen en de man met geweld van zijn snode plannen af te brengen, maar dat kreeg geen goedkeuring. In de filosofie ging het om de redenen, aldus de hoogleraar. Men moest dus een gesprek aanknopen. (Er gaat niets boven een goede casus, zullen we maar zeggen.)

De herstructurering, want daar hadden we het over, bracht dus verfoeilijke zaken met zich mee zoals studiepunten, studietempo en tentamenregiem. Er werd een einde gemaakt aan de vrijheid. Onder de kop “Herstrukturering. Wat moet een filosoof dáár nou mee???” lezen we in splijt-stof, dubbelnummer 19-20 van januari 1975, wederom dat proza:

“Over twee of drie maanden zal de tweede kamer een beslissing nemen over het zogenaamde Wetsontwerp Herstrukturering W.O. Het is niet waarschijnlijk dat dit de filosofiestudenten veel zegt. Toch zullen de gevolgen van een eventuele invoering heel ernstig zijn, óók voor de filosofiestudie. De kwaliteit van de opleiding zal op onaanvaardbare wijze worden aangetast.”

Koffie-automaat

Ik heb u al gemeld: het plan is ingevoerd en de gevolgen zijn inmiddels hartstochtelijk door studenten verdedigd. Ook het toenmalige bestuur en het docentenberaad lieten zich niet onbetuigd. Met straffe hand voerden ze een semesterindeling en een tentamenregeling in. Een student reageerde in het mei-nummer van splijt-stof op deze voorstellen met de volgende opmerking (en daarmee sluit ik dit overzicht af):

“Het onderwijs is een soort koffie-automaat; de huidige is defekt, verouderd, dus moeten we maar eens een andere aanschaffen; studenten doen niet aan onderwijs; behalve éénmaal: ‘De student die van de geboden tentamengelegenheden geen gebruik heeft gemaakt c.q. niet geslaagd is kan – uitzonderingsgevallen daargelaten – pas weer tentamen afleggen bij de eerste officiële gelegenheid voor dit onderdeel’, (citaat uit verslag docentenberaad) enz. – een muntstukje dat na inwerping onderin het bakje terechtkomt, kunt u nogmaals inwerpen; u kunt ook een ander muntstukje gebruiken …”

Dat is dan het commentaar. Veel begrijp ik er ook niet van (‘spontaneïstisch’ verzet, zouden ze toen zeggen), maar wel dit: de eeuwige terugkeer van hetzelfde. En: te weinig onbekommerdheid. Maar verder kan ik u geruststellen: met deze student is het toch nog goed gekomen.

Marin Terpstra, 26 juni 2003

Bronvermelding

  • “Nijmeegse herinneringen” van Bomans verscheen oorspronkelijk als inleiding bij een uitgave van de gemeente Nijmegen in 1957, Nijmegen in de Spiegel, en werd opnieuw opgenomen in de bundel Op de keper beschouwd, Elsevier, Amsterdam/Brussel 1963. Het citaat is aldaar te vinden op blzn.55-56.
  • Als ik mij niet vergis, staat de beschrijving van ‘het Nijmeegse’ door A.F. Th. Van der Heijden in het deel Vallende ouders uit de cyclus De tandeloze tijd, een deel dat in 1983 verscheen. Helaas heb ik het boek niet bij de hand en weet ik ook niet meer precies waar het staat. Wellicht heb ik het zelf verzonnen.
  • Antwoord aan John Lewis. Kontroverse over marxisme en humanisme verscheen als Sunschrift 80 in de Marxisme-reeks onder redactie van Hugues C. Boekraad en Henk Hoeks bij Socialistiese [sic] Uitgeverij Nijmegen en was een vertaling door Tony Volger van Louis Althusser, Réponse à John Lewis, Maspero, Parijs 1973. (Over Althusser schreef ik mijn scriptie in 1980.)

marinterpstra

Marin Terpstra studeerde filosofie van 1972 tot 1980 en werkte aan de faculteit van mei 1985 tot mei 2020.

Splijt-stof werd op 15 september 1972 opgericht als maandblad van de Filosofenbond, de toenmalige studievereniging van wijsbegeerte.

splijtstof

Splijt-stof is Splijtstof geworden. Zie de website

Splijt-stof in januari 1975

1975 splijtstofvoorkantachteraanartikel

1975 splijtstofbinnenkantachteraanartikel

Splijtstof49-2-715x1024

Splijtstof wordt gepubliceerd door de Stichting Splijtstof, met financiële ondersteuning van de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen.

  • Splijtstof wordt gemaakt door studenten en wetenschappers.
  • Splijtstof verschijnt driemaal per jaar in reguliere vorm, en eenmaal per jaar als speciale projectbundel editie, gemaakt door 2e jaars bachelorstudenten.
  • Splijtstof is verkrijgbaar in de koffiehoek op de 15e verdieping van het Erasmusgebouw.
  • Splijtstof kost 3 euro per nummer. Studenten van de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen betalen 2 euro.
  • U kunt zich ook op Splijtstof abonneren. Klik daarvoor op deze link. Een postvakabonnement kost voor studenten 5 euro per jaargang en voor medewerkers 8 euro per jaargang. Een thuisbezorgd abonnement kost 15 euro per jaargang.