1931. De eerste promotie bij theologie

Datum bericht: 2 januari 2023

Op 19 maart 1931 om 16.00 uur verdedigde de Bredase priester Cornelis van Oosterhout aan de Nijmeegse Faculteit der Godgeleerdheid zijn proefschrift met de titel Psychologie van het geweten. Het was de achttiende promotie in de geschiedenis van de Nijmeegse universiteit, maar de eerste in de theologische faculteit.

Door Peter Nissen

Deze promotie werd in de katholieke kranten van Nederland, zoals De Maasbode, De Tijd en de Volkskrant, met enige trots gemeld. Maar zelfs in de neutrale pers, zoals het Algemeen Handelsblad en de Nieuwe Haarlemsche Courant, bleef het niet onopgemerkt: ‘de eerste in de Theologische Faculteit der Keizer Karel Universiteit’. Professor Ferdinand Sassen wees er in het katholieke dagblad De Tijd fijntjes op dat ‘daarmee tevens voor ’t eerst in de geschiedenis binnen het grondgebied van het tegenwoordige Koninkrijk der Nederlanden de graad van doctor in de Katholieke Theologie wordt toegekend.’ Sommige kranten meldden dat de bisschop van Breda, Mgr. Petrus Hopmans, bij de promotie aanwezig was, evenals de rector van het seminarie in Hoeven, Mgr. L. van Gils, en de plebaan-deken van Breda. De berichtgeving in het Dagblad van Noord-Brabant heeft nog een interessante aanvulling: omdat de promotieplechtigheid in de vastentijd viel, werden de feestelijkheden ‘op verzoek van den promovendus’ bescheiden gehouden.

De twee andere faculteiten (de Nijmeegse universiteit telde tot in de jaren vijftig slechts drie faculteiten) hadden al een reeks promoties achter de rug: elf in de Faculteit der Letteren en Wijsbegeerte en zes in de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. Dat het in de theologie zo lang duurde, is tekenend voor de moeizame start van de kleine faculteit, waar de aandacht voor academische wetenschapsbeoefening in de eerste decennia nog op een laag pitje stond. [Zie het verhaal bij 1927.]

Eerste promotor: Jordanus de Langen Wendels

De promovendus was als Cornelis Adrianus Christiaan van Oosterhout geboren op 2 januari 1899 in Breda. Hij behoorde tot de allereerste studenten van de Nijmeegse universiteit: na zijn priesterstudie aan het seminarie van het bisdom Breda in Hoeven en zijn priesterwijding op 26 mei 1923 studeerde hij van 1923 tot 1926 theologie en filosofie in Nijmegen. Daarna volgde nog een jaar studie in Rome (1926-1927) en in 1927 werd hij benoemd tot docent (‘professor’

in het katholieke jargon van die tijd) aan het seminarie waaraan hij zelf nog maar vier jaar eerder was afgestudeerd. Intussen werkte hij aan zijn proefschrift, waarbij hij aanvankelijk begeleid werd door de uit Fribourg naar Nijmegen gehaalde theoloog Jordanus de Langen Wendels. Deze overleed evenwel op 15 januari 1928, zestig jaar jong, aan een longontsteking.

Tweede promotor: Jan Kors

In het voorwoord van zijn proefschrift gedenkt Van Oosterhout zijn ‘onvergetelijke leermeester’ met piëteit; aan zijn colleges en besprekingen had hij veel te danken. De begeleiding van Van Oosterhout werd overgenomen door een andere dominicaan, professor Jan Kors (1885-1966), hoogleraar Dogmatiek, die er na het overlijden van De Langen Wendels ook de leeropdracht Moraaltheologie, mystiek en algemene sociologie bij kreeg. Kors zou na de Tweede Wereldoorlog in bredere kring bekendheid verwerven als voorzitter van de KRO.

Pastoraal geweten

De titel van het proefschrift van Van Oosterhout zou het vermoeden kunnen wekken dat het eerder in een andere faculteit zou thuishoren, al was er in de jaren dertig in Nijmegen nog geen Faculteit der Sociale Wetenschappen met een afdeling psychologie. Maar toch is het proefschrift van een uitgesproken moraaltheologische aard. Het probeert uit de wetenschap van de psychologie vruchten te plukken die van nut kunnen zijn voor de beoordeling van gewetensvragen, zoals de priester die kan tegenkomen in de praktijk van de biecht. Het is dus een proefschrift met een duidelijk pastorale intentie. De pastor-biechtvader zou baat kunnen hebben bij een inzicht in de wijze waarop het geweten wordt gevormd en hoe dit de morele keuzes van mensen beïnvloedt. Dan zou voorkomen kunnen worden, aldus Van Oosterhout, dat de psychologie slechts een subjectivistische manie wordt, ‘een modevak, een liefhebberij voor Jan en alleman’.

Gerichtheid op God

In zijn proefschrift onderzoekt Van Oosterhout allereerst enkele theoretische benaderingen van het geweten: een intellectualistische, een gevoelsmatige of irrationele, en nog andere benaderingen, zoals die waarin het geweten als een innerlijk gerechtshof wordt gezien. Dan gaat hij in op de vorming van het geweten: waar wordt het door beïnvloed, zowel ten goede als ten kwade? Bij dat laatste moeten we denken aan onwetendheid, kwaadwilligheid, zwakheid en begeerlijkheid. In het laatste deel van zijn proefschrift onderzoekt hij enkele verschijnselen van het geweten waarmee een biechtvader in de pastorale praktijk geconfronteerd kan worden, zoals

een abnormaal schuldgevoel, maar ook de vreesachtige ontwijking van het geweten. Hij doet dit alles in een merkwaardige combinatie van vooral Duitse en Franse psychologische literatuur en klassieke theologische werken. Hier en daar maakt hij ook gebruik van enig empirisch onderzoek, bijvoorbeeld naar morele oordelen bij scholieren. In de conclusie komt zijn grootste zorg naar voren: het geweten moet uiteindelijk steeds meer verfijnd worden door zich af te stemmen ‘op de onveranderlijke norm, die God is’. Ook het geweten moet, zoals alles in het menselijk leven, geordend zijn in gerichtheid op het laatste doel: God.

Geen academische loopbaan

Hoe is het de eerste Nijmeegse gepromoveerde in de theologie verder vergaan? Een academische loopbaan zat er voor hem niet echt in. In het jaar van zijn promotie schreef hij een artikel over ‘De vorming van het kindergeweten’ in het Tijdschrift voor zielkunde en opvoedingsleer. Het was een uittreksel van zijn proefschrift. Daarna publiceerde hij nog twee artikelen, maar daar bleef het bij. Sinds 1927 doceerde hij al aan de priesteropleiding in Hoeven en dat bleef hij vijftien jaar doen, tot 1942. Hij gaf daar allemaal filosofievakken: logica, natuurfilosofie, metafysica en geschiedenis van de filosofie. Een jaar na zijn vertrek uit Hoeven publiceerde hij in het tijdschrift Studia Catholica nog een kort artikel over de geschiedenis van het wijsgerig onderwijs aan het Bredase grootseminarie in de negentiende eeuw. Het lijkt zijn afscheid te zijn van de wetenschap.

Geleerde pastor

In 1942 was Van Oosterhout benoemd tot rector van de zusters franciscanessen van Mariadal aan de Molenstraat in Roosendaal. Die functie vervulde hij enkele jaren, in combinatie met het moderatorschap van de lycea in Roosendaal. In 1947 werd hij door bisschop Hopmans tot pastoor van de Sint Bavoparochie in Rijsbergen benoemd. Daar bleef hij maar liefst tweeëntwintig jaar. De zoon van de koster van Rijsbergen herinnert zich hem als een autoritaire man. Zijn preken werden moeilijk gevonden, met een beetje te veel Augustinus. Voor de bewoners van het dorp was hij, zo werd gezegd, ‘misschien te geleerd’. Op 23 juli 1969 ging pastoor Van Oosterhout met emeritaat. Daar heeft hij niet lang van kunnen genieten: hij overleed op 29 november 1969 in Breda.

Terugblikkend op de eerste Nijmeegse promotie in de theologie kan gesteld worden dat thema en benadering van het proefschrift in zekere zin de disciplines van de latere Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen al bij elkaar brengen: filosofie, theologie en religiewetenschap, met ook nog een vleugje empirische psychologie erbij.

[Dank aan oud-student drs. Hans de Jong, bibliothecaris van het bisdom Breda, die enkele biografische gegevens over Van Oosterhout heeft verzameld.]


showfoto

Cornelis Oosterhout
(1899-1969)

p_oosterhoutcac_wba_raw014026475

Cornelis Oosterhout als parochiepriester in Rijsbergen (bron West-Brabants Archief).

Oudste promovendus
Gerrit Deems

Precies tachtig jaar later promoveert de oudste promovendus. Gerrit Deems is 89 jaar wanneer hij op 19 april 2011 promoveert op het proefschrift over de priester Alfons Ariëns (1860-1928). Vox meldt dat de Nederlandse media dol zijn op de oude jonge doctor.  Zelfs Giel Beelen heeft aandacht voor Deems in zijn programma op radio 3.

9789055123018_front

De Gelderlander meldt op 14 mei 2017 dat Gerrit Deems 95-jarige leeftijd is overleden. Hij was bezig met een nieuwe studie over de  Duitse jezuïet Friedrich Munckermann die in de oorlog vluchtte en onder meer in Nijmegen was ondergedoken. Want, zo zei Deems: 'Als ik ophoud met studeren, dan ga ik dood.'