2010. Het archief van Schillebeeckx

Datum bericht: 30 april 2023

In 2010 wordt het archief van de in het jaar daarvoor overleden theoloog en Nijmeegse hoogleraar Edward Schillebeeckx overgedragen aan de Radboud Universiteit. Aan het Katholiek Documentatie Centrum (KDC) van de RU de taak om de papieren nalatenschap van deze briljante en onnavolgbare wetenschapper te ordenen. Een archief dat minstens zo complex is als sommige van zijn teksten.

Door Ramses Peters

Voorjaar 2010 ben ik net twee jaar archivaris van het Katholiek Documentatie Centrum (KDC) en nog geen anderhalf jaar in het bezit van een rijbewijs. Omdat het KDC op dat moment een nagenoeg rijbewijsloos personeelsbestand heeft, wordt mij gevraagd om met een kleine vrachtwagen het archief van Edward Schillebeeckx op te halen. Met alleen rijervaring in een Fordje Ka, maar gelukkig ook met de naïeve overmoed van een beginnend archivaris, rijd ik naar de dominicanen in Berg en Dal.

Dozen, stapels, floppy’s

Daar staat het archief in een smalle kamer in stellingkasten, ogenschijnlijk netjes geordend in bijna tweehonderd bruine archiefdozen, te wachten op het moment dat het door naar kennis snakkende theologen kan worden geraadpleegd. Maar daar is ook Schillebeeckx’ werkkamer: stapels en stapels met paperassen, floppy’s en diskettes op zijn grote bureau en in overvolle lades. Handgeschreven, geprinte, gedrukte en beschreven papieren en digitale bestanden, die allemaal kans maken ook een definitieve plek in een archiefdoos te vinden. Nog indrukwekkender is de metershoge boekenwand, gevuld met duizenden boeken en tijdschriften. Ook die gaan alle naar het KDC. Inmiddels weet ik dat kleine vrachtwagens maar een beperkt laadvermogen hebben en dat niet de hobbels van de Oude Kleefsebaan, maar het enorme gewicht van al het papier ervoor zorgen dat de rit naar het KDC aanvoelt als een onveilige kermisattractie. Inmiddels weet ik ook dat de hobbels tijdens het transport de kleinste hobbels in het werk aan het archief Schillebeeckx zijn.

Theologische vernieuwer

Maar het is ook een collectie die de moeite waard is. De komst van het archief Schillebeeckx is niet alleen voor het KDC van belang, maar zeker ook voor de KUN, inmiddels RU,

Schillebeeckx voornaamste werkgever. De Vlaamse dominicaan Edward Schillebeeckx (1914-2009) geniet internationale bekendheid als een van de belangrijkste theologische vernieuwers in de katholieke kerk en daarbuiten in de twintigste eeuw. Na eerst in Leuven te hebben gedoceerd, is hij van 1958 tot 1983 verbonden aan de Katholieke Universiteit Nijmegen als hoogleraar dogmatiek en geschiedenis van de theologie. Vanwege zijn faam als theologische vernieuwer die hij al in de jaren zestig heeft, vraagt kardinaal Alfrink hem als adviseur mee te gaan met de Nederlandse delegatie naar het Tweede Vaticaans Concilie. Schillebeeckx is de ghostwriter van verschillende toespraken van de Nederlandse bisschoppen en draagt bij aan verschillende theologische kritieken die tijdens het concilie onder de concilievaders worden verspreid. Na Vaticanum II speelt hij een belangrijke rol in het pastoraal concilie in Noordwijkerhout, waar men probeert de conclusies van het concilie te vertalen naar de Nederlandse pastorale praktijk.

Wellicht bekender nog is hij vanwege zijn opvattingen over onder meer het celibaat, het priesterambt en Jezus. Deze opvattingen schuurden met de officiële leer van de katholieke kerk. Drie keer zijn er vanuit Rome processen tegen hem gevoerd vanwege zijn ideeën. Veroordeeld is hij echter nooit. Ook stond hij aan de wieg van vernieuwende tijdschriften zoals het Tijdschrift voor Theologie en het internationale Concilium.

Vrije geest

Kortom, een collectie van theologische wereldfaam. Een faam die al tijdens zijn leven wordt onderkend, want in de jaren negentig wordt zijn tot dan toe gecreëerde archief geïnventariseerd. Resultaat: de ogenschijnlijk netjes geordende archiefdozen, die ik later zal aantreffen. Ogenschijnlijk, want waar de vrije geest van Schillebeeckx een verademing is voor de katholieke theologie, is deze voor zijn archief een ramp. Hoewel hem op het hart gedrukt wordt het archief intact te laten, er geen stukken uit te halen en de ordening te respecteren, beschouwt hij het als een dynamische verzameling bronmateriaal, waar hij te pas en te onpas stukken van uitleent, hergebruikt en naar eigen goeddunken verplaatst. Het archief dat in de jaren negentig was geordend, is niet het archief dat de verende weg vanuit Berg en Dal heeft overleefd.

En dan is er nog het materiaal dat in de laatste vijftien jaar van zijn leven is gevormd. Na de eerste ordening van zijn archief in de jaren negentig is Schillebeeckx zelf nog lang niet klaar. Hij schrijft nog steeds en maakt nieuw archiefmateriaal, dat op verschillende plaatsen in zijn werkkamer zijn plek vindt. Bovendien treffen we veel handgeschreven materiaal en correspondentie uit eerdere tijden aan, die het archief in eerste instantie niet hebben bereikt.

Monnikenwerk

Werk aan dit archief kan men met recht, een grap die we wel vaker maken op het KDC, monnikenwerk noemen. Zuster Hadewych o.p. neemt de taak op zich om via haar uitgebreide netwerk de door Schillebeeckx uitgeleende stukken weer terug te krijgen en de oorspronkelijke ordening van het archief te herstellen. Broeder Ted Schoof o.p. neemt, samen met een stagiaire en een vrijwilliger, de bibliotheek en het ongeordende archief voor zijn rekening.

Een speciale vermelding verdient Schillebeeckx’ digitale archief. In de dozen met computerspullen treffen we, naast de nog enigszins bekende diskettes, grote floppy’s aan, bestemd voor het reeds lang vergeten computermerk WANG. Na verwoede pogingen lukt het ons om het grootste deel van zijn digitale archief veilig te stellen. Maar dat is nog maar het begin. Schillebeeckx maakt back-ups van back-ups van documenten en bewaart daarnaast talloze versies van één document, die ook nog eens talloze keren worden uitgeprint en telkens van andere aantekeningen en redactionele opmerkingen worden voorzien. De ontwikkeling van Schillebeeckx theologische visies is een studie op zich, het reconstrueren ervan op basis van zijn archief zeker ook.

De meer dan 5200 boeken en tijdschriften zijn elk gecontroleerd op onderstrepingen en aantekeningen. Deze strepen en aantekeningen kunnen namelijk iets zeggen over wat Schillebeeckx vindt van het onderstreepte. Volgens Hadewych Snijdewind zit er een gedachte achter de manier van onderstrepen. Zo betekenen omcirkelingen iets anders dan onderstrepingen en duiden kruisen op een afwijzing van de gepresenteerde visie.

Zestig strekkende meter

Het werk aan het archief is nu bijna afgerond. Ruim zestig strekkende meter, zoals we dat in archiefland zeggen, het equivalent van 480 archiefdozen, staan nu op de schappen van het KDC. De laatste door Schillebeeckx uitgeleende stukken hebben hun oorspronkelijke plek teruggevonden, de onderstrepingen in de boeken wachten op hun eerste interpretaties en de voor de buitenwereld onbekende correspondenties en aantekeningen van het bureau en de lades zitten keurig in mapjes, klaar om te worden ontdekt.


schillebeeckx

Foto en biografie: KDC

schil

Edward Schillebeeckx tussen zijn boeken en papieren

schilclose

Zijn teksten waren net zoals zijn archief complex
Dat vindt ook Bas van Iersel, hoogleraar Nieuwe Testament en collega van Schillebeeckx. In het boek Nijmeegse gezichten, Vijfenzeventig Jaar Katholieke Universiteit (Nijmegen, 1998) schrijft Van Iersel dat wie hem nooit gehoord had het moest doen met het lezen van zijn geschriften. De lezers hadden het doorgaans moeilijker dan de toehoorders.

'De zijwegen, uitweidingen en detailleringen maakten het nogal eens moeilijk om de lijn te volgen, terwijl lange zinnen met nuancerende kwalificaties of tussenopmerkingen dikwijls voor lastige ruis zorgden. Als mensen dat tegen mij zeiden had ik altijd maar één raad: stel je de auteur voor als een spreker die zijn betoog voorzet en naar wie je blijft luisteren, lees door zonder de vraag te stellen wat hij bedoelt; wat je eerst niet begrijpt, zegt hij later zo dat je het wel verstaat.  (p 226-227)'.

Dat zijn schriftelijke invloed enorm was blijkt wel uit het feit dat zijn werk in veertien talen vertaald is in meer dan 180 verschillende tijdschriften zijn werk te lezen is. Het aantalpagina's dat aan Schillebeeckx gewijd is, is echter nog veel groter en neemt nog steeds toe.