1977. Het heksencollege

Datum bericht: 17 maart 2023

Op 13 en 14 oktober 1977 vond de allereerste vrouwenuniversiteit plaats in Nederland, en wel aan deze universiteit, de Katholieke Universiteit Nijmegen, onder de naam Heksencollege. Een geuzennaam, waarmee de organiserende vrouwen aangaven dat de in de middeleeuwen op de brandstapel gezette vrouwen terug waren, en hoe!

Door Dorry de Beijer

Deze opzienbarende gebeurtenis was een initiatief van VIOOL (Vrouwen Interfacultair Overleg Orgaan). Dit in maart 1976 opgerichte overleg verenigde vrouwen(groepen) van elf verschillende studierichtingen: Nederlands, psychologie, filosofie, geschiedenis, culturele antropologie, politicologie, theologie, pedagogiek, sociale geografie, medicijnen en het Derde Wereld Centrum. Al snel ontstond het idee om een congres te organiseren. VIOOL wilde de vrouwengroepen een activiteit geven om gezamenlijk naar toe te werken. En tegelijk ruimte bieden om de link tussen feminisme en het eigen vakgebied aan de orde te stellen. Ook wilde het een breder publiek laten kennismaken met wat er al internationaal op het terrein van Women’s Studies gaande was.

Er kwam een Congrescommissie, die een ambitieus plan indiende bij het Studium Generale: een driedaags congres van 13-15 oktober 1977. Met een serie centrale lezingen, en vakspecifieke dagen op de faculteiten. Maar ook met aandacht voor vrouwencultuur, een informatiemarkt, en als klap op de vuurpijl een groots vrouwenfeest.

Heksennacht

Natuurlijk kwam het Heksencollege niet uit de lucht vallen. In 1975 bracht het Internationale Jaar van de Vrouw van de Verenigde Naties in Nederland een explosie van activiteiten op gang. Ook in Nijmegen zinderde het van de nieuwe initiatieven. In juni 1976 organiseerden Dolle Mina, Man-Vrouw-Maatschappij, Wij Vrouwen Eisen en de Rooie Flikkers een demonstratie tegen het abortusbeleid van de regering Van Agt. In februari 1977 startte het Vrouwencentrum in voormalige café Terminus, op wat nu het Joris Ivensplein is. Daar kwam ook de stencilmachine van het nieuwe maandblad Vrouwentongen te staan, en vonden VOS-,VIDO-, FORT- en FemSoc-groepen onderdak. Een paar weken na het Heksencollege opende boekhandel De Feeks haar deuren, al snel gevolgd door een aanpalend café en een documentatiecentrum in de kelder. In december 1977 gaf de gemeenteraad een kredietgarantie voor de aankoop van een Blijf-van-mijn-Lijfhuis. En op 19 mei 1978 vond de eerste landelijke Heksennacht plaats in zeker tien steden, waaronder Nijmegen, waarin vrouwen de nacht en de straat terugeisten.

Vrouwenuniversiteit

Het kon dus niet anders of de tweede feministische golf moest wel aanspoelen op de Katholieke Universiteit Nijmegen. Maar vanzelf ging dat niet: in het verslagboek valt te lezen hoe moeizaam de samenwerking was tussen de VIOOL-commissie en het Studium Generale. Zelf spreken Frances Nijssen, Thea van der Kley en Truus Römkens in hun terugblik van’’het ongelukkig konkubinaat van heksen en heren…”.

Toch heb ik zelf - toen tweedejaars theologie - alleen al het feit dat er zoiets als een vrouwenuniversiteit tot stand kwam, ervaren als een groot succes. En ik was niet de enige. Zeker vijfhonderd vrouwen kwamen naar de voordrachten van sociaal wetenschapster Maria Mies over Frauenforschung, en van psychologes Gaby Karsten en Roswitha Burgard -ook uit Duitsland- over hoe vrouwen (gek) gemaakt worden. De vraag van de Britse Eve Hofstettler hoe je de geschiedenis kunt schrijven van vrouwen die vergeten zijn, inspireert mij tot op de dag van vandaag.De enige Nederlandstalige lezing werd gehouden door feministisch theologe Tine Halkes. Die een paar weken later als wetenschappelijk medewerkster zou beginnen aan het vierjarige project Feminisme en Christendom. Dat was in 1977 een van de twee kersverse plaatsen aan de KUN voor vrouwenstudies. De andere was een parttime functie op het Derde Wereld Centrum, waar Saskia Poldervaart net was aangesteld voor Emancipatie en Socialisme. De reacties uit de zaal op de lezing van Tine ben ik nooit vergeten, zo fel waren ze. Kerk en geloof waren voor de meeste aanwezigen per definitie onderdrukkend voor vrouwen. Feministische theologie als bevrijdingstheologie, dat kon echt niet.

Een wereld te winnen

Zelf was ik zomer 1976 juist overgestapt van klassieke talen naar theologie. In diezelfde maanden ontmoette ik tijdens een werkvakantie in Portugal twee geweldige Deense feministes. Het boekje van Anja Meulenbelt Feminisme en socialisme, en een lezing van Tine Halkes in de koffiehoek van de studentenmensa openden mij de ogen. Niet alleen voor wat er mis was in de sekseverhoudingen, en waar dat door kwam. Ze lieten me ook zien, dat er een wereld te winnen was voor en door vrouwen!

Ik noemde me dus al feministe voordat ik in september 1976 met theologie begon. Dat zal de reden zijn dat ik voorjaar 1977 gevraagd werd voor de vakspecifieke dag van het Heksencollege, samen met twee andere jongerejaars, Inez van der Spek en Marjo Eitjes. De voorbereidingsgroep bestond verder uit ouderejaars Caroline van der Horst en Andries Govaart, die in 1975 hun derdejaarsproject wijdden aan het toen gloednieuwe thema Feminisme en Christendom.

Tegenspraak!

We kozen voor twee workshops en een brochure. Ik heb die gestencilde brochure van 20 velletjes met de titel Let us free one another nog altijd, goed beschermd in een mooie map. Mijn eerste publicatie als beginnend theologe! Ik herinner me nog levendig hoe ik in de zomer boven de boeken van Simone de Beauvoir De Tweede Sexe (1949) en Friedrich Engels De oorsprong van het gezin, van de particuliere eigendom en van de staat (1884) hing voor mijn bijdrage over matriarchaat, patriarchaat en religie. De brochure bevatte verder een inleiding in de feministische theologie, een artikel over onderdrukkende en vrijmakende beelden van Maria, en een over  Lilith, de monddood gemaakte rebelse eerste vrouw van Adam. Een ervaringsbericht over een kerkelijke moederdagviering vertelde iets over de al te traditionele liturgische praktijk.

Het liep niet storm voor de workshops, maar de vrouwen die kwamen waren heel belangstellend. Een groot contrast met de bijna vijandige kritiek een dag later op de lezing van Tine Halkes. Voor mij een belangrijke ontdekking: feministische theologes waren blijkbaar een teken van tegenspraak! En dat zou voorlopig zo blijven…

Vrouwenstudies

Het Heksencollege heeft een niet te overschatten betekenis voor de ontwikkeling van vrouwenstudies. Het gooide een steen in de vijver die steeds bredere kringen veroorzaakte. Wat in 1977 in Nijmegen nog niet lukte, lukte vier jaar later in Amsterdam wel: een week lang Zomeruniversiteit vrouwenstudies, met een vol programma aan wetenschap en cultuur. Ook daar nam ik aan deel, evenals aan de Winteruniversiteit die in december 1983 weer in Nijmegen plaatsvond, en ook 4000 vrouwen trok. Ik moest een beroep doen op een bevriende religieuze gemeenschap voor slaapplaatsen! In diezelfde week sprak het College van Bestuur zich positief uit over het instelling van een apart Centrum voor Vrouwenstudies. Toeval? Nou nee. Eerder het gevolg van het zelfvertrouwen en de gedrevenheid die het Heksencollege op gang had gebracht onder een groeiend aantal studentes en docentes. Vier jaar later vond de laatste universiteit vrouwenstudies plaats, zomer 1987 in Groningen.

Het Heksencollege gaf ons op de theologische faculteit ook de stimulans om een vrouwengroep te beginnen. Begin 1978 vond bij Caroline van der Horst thuis een grote bijeenkomst plaats: zo’n 15 studentes, Tine Halkes en de enige vrouwelijke onderzoeker, Veronica van Valkenhoef. We besloten om meteen maar twee vrouwengroepen te vormen. Na een periode van wisselingen en verschuivingen ontstond er toch eén groep.

De oude vrouwengroep

Toen de jongerejaars later nieuwe vrouwengroepen gingen vormen, werden wij in de wandelgangen  met een mengeling van ironie en genegenheid ‘’de oude vrouwengroep’’ genoemd. En dat zijn we altijd gebleven, of beter gezegd geworden. Want onze groep viert in 2023 haar 45-jarig bestaan! We zijn met negen en lunchen een keer of zes per jaar met elkaar op een zondagmiddag bij een van ons thuis. Tijdens de studie lieten we van ons horen om het project Feminisme en Christendom te continueren, of vrouwenstudies in  de rest van het curriculum te integreren. We gaven cursussen vrouw-en-geloof aan kerkvrouwen en schreven vernieuwende scripties en promoties. We bleven elkaar ook na de studie volgen, toen we gingen werken in kerk, gezondheidszorg en gevangenis, aan de universiteit, ROC of andere opleidingen, of als zelfstandig publiciste. We delen wel en wee in gezondheid, familie en liefde, bespreken eigen publicaties en actuele vrouwenkwesties. De meesten zijn nu net met pensioen, met meer tijd voor (klein)kinderen, kunst en cultuur, de tuin, wandel- en fietstochten, en vrijwilligerswerk.

Wie wij zijn?

Stephanie Vermeulen, Inez van der Spek, Marianne Schulte Kemna, Maria Raaymakers, Anne-Marie Korte, Marjo Eitjes, Grietje Dresen, Marie-José Burger en Dorry de Beijer.

2015 lunch Tassenmuseum Hendrikje Amsterdam

Foto gemaakt in het Tassenmuseum in 2015.


1977-DeFeeks-Heksencollege

heksencollegevoorkant

thumbnail_voorkantVrouwentongen

winteruniversiteitaffiche87

Simone deBboek

Friedrich Engelsboek

Bronnen:

*Lesbisch Archief Nijmegen, te vinden op: www.lanijmegen.nl;

*VIOOL-vrouwen (red.) Heksencollege, verslagboek over vrouwen, ~wetenschap en ~kultuur; nijmegen, 13-14 okt. 1977. Uitgave van: De Feeks/VIOOL, 1978, 103p.

*Groenewold, Jannie  e.a. (red.),Vrouwen van Nijmegen. Twintig jaar in beweging. Uitgave van Vrouwendocumentatiecentrum De Feeks, 2000, 193p.