1999. Beeldverslaving

Datum bericht: 19 april 2023

Het eerste beeld dat op de gang belandde was een grote tempelwachter uit China. Eigenlijk horen er twee van deze wachters te zijn. Dat is trouwens de reden waarom ik hem kon betalen. Hij was alleen, een stel had een vermogen gekost. Hij staat al jaren naast mijn deur op de 17e verdieping. Sinds 1999 houdt hij de wacht.

Door Paul van der Velde

Ik zeg het vaker, je moet je vakgebied een beetje belichamen. Mijn fascinatie voor Azië is jaren geleden begonnen bij de kunsten, met name de kunsten van India. Toen ik een jaar of twaalf was zag ik in het geschiedenisboek van de middelbare school een afbeelding van de dansende Shiva die op de Aziatische afdeling van het Rijksmuseum in Amsterdam staat. Dat was een ‘life-changing experience’. Hoe is het mogelijk dat zoveel dynamiek en zoveel rust tegelijk in één figuur bijeen kunnen worden gebracht… Dat beeld liet mij niet meer los. Ik wilde daarmee verder. Ik wilde die vormentaal leren kennen en bovenal, ik wilde me die ook eigen maken, de kunstvormen die ik inmiddels had leren kennen uit de weinige boeken over Aziatische kunsten in de bibliotheek van het kleine dorpje waar ik opgroeide in het lieflijke Brabant. Zo raakte in tot op zekere hoogte vertrouwd met de esthetica van India, Tibet, Nepal en Japan.

Indiase talen

Na de middelbare school ging ik in eerste instantie naar de kunstacademie in Den Bosch. Ik wilde de technieken leren waarmee je die beelden, die schilderingen zou kunnen maken. Al snel werd echter duidelijk dat ik daar niet goed zat. Het waren de late jaren ’70. Conceptuele kunst werd zeer gewaardeerd, er werd neergekeken op vakmanschap, op techniek. Ik begreep dat het niet mijn plek was daar. Ik ging voor het eerst naar India toen ik 19 was. India was het eigenlijk vanaf de eerste dag wel. Daar vond ik wat ik zocht. Later dat jaar begon ik met de studie Indiase talen in Utrecht en later ook in Leiden. Daar te midden van oude erudiete docenten in gesloten bibliotheken tussen oude verstofte boeken en manuscripten, daar trof ik wat ik verlangde, de hunkering van mijn nieuwsgierigheid.

En de fascinatie voor beelden

Ik was tijdens mijn studie veel bezig met verschillende talen van Azië. Daarnaast natuurlijk de religies, de geschiedenis, literaire esthetica enzovoorts. Mijn fascinatie voor de kunsten werd hier alleen maar door gevoed. Halverwege de jaren ’90 werkte ik vaak in het toerisme in Azië en ik reisde veel op en neer tussen Nederland, India en Zuidoost-Azië. Uiteindelijk belandde ik vaak in Bangkok. Ik verzamelde zelf beelden en schilderingen, voor zover mijn economische situatie dat toestond. In Bangkok en Delhi beschreef ik vaak beelden voor antiquairs en verzamelaars. Het kwam voor dat ik werd gebeld uit Bangkok, soms ook uit Kathmandu wanneer ik weer in de stad zou zijn omdat een Amerikaanse verzamelaar een beeld wilde kopen van een over en weer bevriende antiquair, maar eerst wilde dat ‘die jongen uit Nederland’ – dat was ik dan - er zijn oordeel over zou hebben uitgesproken.

College geven is podiumkunst

En weer een paar jaar later, in 1996 belandde ik in Nijmegen bij de studie Religiestudies of Religiewetenschappen, de naam is af en toe veranderd. Ik zei al: je moet je vak een beetje belichamen. Een groot deel van de collectie staat thuis, maar veel staat inmiddels ook op de universiteit in en om mijn werkkamer aldaar. In de loop der jaren heb ik heel wat materialen verzameld om aan de colleges enige theatraliteit toe te voegen. Ik vind dat college geven een podiumkunst is.  Ik heb in het verleden klassieke Indiase tempeldans gedaan en hindoe mythen kun je vertellen aan de hand van de klassieke gebaren en houdingen waarmee je de goden uitbeeldt. Zo ook leg ik de verschillende scholen van het Tibetaans boeddhisme doorgaans uit met de karakteristieke hoofddeksels op. Dat creëert duidelijkheid.

Intussen groeide de collectie door de jaren heen. Het is waar, je behoort je passies engszins te beheersen maar één daarvan maak je tot voertuig van je ziel. Bij mij is dat het verlangen naar esthetica. Er bevinden zich heel kleine beeldjes in de verzameling, mijn kleinste Boeddha is ongeveer één centimeter, mijn grootste Boeddha is meer dan twee meter. En er blijven leemtes enobjecten die een aanvulling vormen.

De Chinese tempelwachter

Het eerste beeld dat op de gang belandde was een grote tempelwachter uit China. Eigenlijk horen er twee van deze wachters te zijn. Dat is trouwens de reden waarom ik hem kon betalen. Hij was alleen, een stel had een vermogen gekost. Hij staat al jaren naast mijn deur. Hij kijkt woest en verwilderd uit zijn ogen. Hij moet alle kwaad dat eventueel een tempel zou willen binnendringen tegenhouden. Het gaat erom dat de bezoeker of pelgrim die de tempel bezoekt beseft dat hij of zij ooit, wellicht vele levens geleden, een Bodhisattva gelofte heeft afgelegd, de gelofte zich voortaan in te zetten tot heil van alle wezens. Je krijgt in de tempel, het hemelse lichaam van de Boeddha te zien. Dat is een zeldzaam visioen, het mag alleen gezien worden door hemelse verlichte wezens die wijsheid en mededogen belichamen. Als deze wachters je doorlaten dan betekent dat dat jij inderdaad ooit in een vorig leven zo’n gelofte hebt afgelegd je voortaan in te zetten tot heil van alle wezens. Anders zouden ze je beslist tegenhouden. Voorbij deze twee wachters volgt vaak nog een confrontatie met vier gigantische hemelkoningen die je ook nog kunnen bedreigen en zelfs doodslaan. Als je binnen mag betekent dat dus dat je ooit zo’n gelofte hebt afgelegd… je kunt je er maar beter naar gedragen. Het overtreden van zo’n gelofte impliceert een lang leven in een van de gruwelijke hellen waarvan in het boeddhisme nogal vaak sprake is. Tjah… de gruwel van zijn verschijning motiveert aldus tot correct boeddhistisch gedrag, mag je hopen.

Het exemplaar naast mijn deur heeft de mond open. Dat verwijst naar het begin van taal. Taal begint met de open klinker ‘A’.  De andere die nu dus ontbreekt zou de mond gesloten hebben. Dat verwijst naar ‘M’, de klank waarbij de lippen sluiten. Daarmee belichamen de twee het begin en het eind van klank en daarmee het complete universum in klank. Maar goed, er staat er nu maar één.

Ik heb het beeld niet in China gekocht, maar in Utrecht bij een antiquair die ik al zo’n veertig jaar ken. Ik heb veel voor hem beschreven. Hij belt me wel eens en zegt dan dat hij iets heeft wat volgens hem ‘echt iets voor jou is!’. Vaak heeft hij dan ernstig gelijk.

Een liggende Boeddha

Maar er staan meer beelden op de gang. Er is een beeld uit Myanmar (Birma), een liggende Boeddha uit de stad Mandalay. Het beeld is in albast en onvoorstelbaar zwaar. Ik kwam het ooit tegen in Delft.  Een korte onderhandeling leidde tot de aanschaf en tot een diepe vriendschap met de handelaar. Het beeld is van na 1857, want in dat jaar is de stad Mandalay gesticht. Het beeld is eenvoudig van decoratie en uitvoering, er zijn Boeddhabeelden uit Mandalay waarbij de kleding van de Boeddha zo ragfijn is uitgewerkt dat het lijkt of hij een kanten bruidsjurk aan heeft. Ik ben in Mandalay vaak in de buurt geweest waar deze beelden worden gemaakt. Beelden uit Mandalay kom je over de hele wereld tegen in boeddhistische tempels. In de grote Chinese tempel in Amsterdam aan de Zeedijk bevindt zich een zittende Mandalay Boeddha in de benedenzaal.  Mijn beeld is eenvoudiger en zal van eind 19e eeuw zijn. Het gaat om de Boeddha op het moment van zijn overlijden, het moment dat hij de grote uitdoving betreedt.

Een bronzen Shiva

Tegenover dit liggende beeld staat een grote bronzen Shiva als ‘heer van de dansers’, Nataraja. Dat is het beeld dat ik zag in het geschiedenisboek toen ik twaalf was. Nataraja was de patroongod van de Chola dynastie, een van de grote dynastieën van Zuid-India. In deze vorm danst hij zijn kosmische dans van schepping, vernietiging, bescherming en redding. Zijn armen verwijzen hiernaar, de objecten in zijn handen, in zijn hoofdtooi, zijn oorsieraden zelfs. Shiva Nataraja belichaamt een van de meest complete manifestaties die een hindoe god, die een hindoe mythe kan belichamen. In Zuid-India bevindt zich de tempel van Chidambaram, en de traditie wil dat alleen die plaats in staat is het schokken en trappen van Shiva’s voetstappen te verdragen als hij ze neerzet in zijn enorme overweldigende kosmische dans. Het is een beeld in pancaloha metaal, een speciale legering van koper, zink, ijzer, zilver en goud. De verhouding komt heel precies. Doorgaans geeft de opdrachtgever hiervoor instructies in overleg met een astroloog. Het beeld moet namelijk heel precies belichamen wat de opdrachtgever voor ogen staat. Ik ben vaak in Zuid-India in de bronsgieterijen geweest waar de bronsgieters hun beelden tot op de dag van vandaag maken volgens de oude instructies. Waarschijnlijk wonen ze al zo’n duizend jaar op deze plek aan de rivier de Kauveri. De grote Chola koning Rajaraja heeft hen rond 1000 n. Chr. naar de traditie wil uit Kashmir gehaald om te werken aan zijn grote tempel aan Shiva daar, de Brihadishvara.

En nu staat dat beeld op de 17e verdieping. Ik kwam het in 2016 tegen in een winkel met Aziatische kunst in Amsterdam.  Zondermeer een prachtig beeld. Dat was duidelijk. Het paste ook beslist in een leemte in mijn collectie. Kijk, ik heb een grote Nataraja in messing thuis. Dat is het beeld van Nataraja dat in de stad Kanchipuram wordt vereerd. Een van de tempelpriesters daar is een vriend van me die ik al zo’n 35 jaar ken. Hij vereert dagelijks dat beeld. Maar dit beeld in Amsterdam was in die specifieke legering van die vijf metalen. Dit was het beeld van Chidambaram.

Er voltrok zich een kort overleg over de prijs van het beeld. Het was het type prijs dat eigenlijk wel even pijn doet, maar als je het bedrag snel uitspreekt valt het wel mee. Ik kon er nog iets vanaf praten en een beschaafde regeling treffen voor de betaling in termijnen. Nu had ik net in die tijd een tentoonstelling van mijn eigen schilderijen en eigenlijk heel erg goed verkocht.

Een lang verhaal kort. Nu staat het beeld op de zeventiende verdieping van het Erasmusgebouw. Shiva danst zijn oneindige kosmische dans daar nu.  Ik leg vaak uit wat het beeld betekent, wat de verschillende objecten in zijn handen betekenen, waarom hij op een demonisch grijnzende demon staat met zijn rechtervoet. Je kunt goed zien dat zijn linkervoet het meest is aangeraakt, de tenen glanzen roodachtig.

En nog veel meer beelden

Wat ik al zei, je moet je vak een beetje belichamen. Vandaar die beelden die daar staan, daar in die hoge betonnen Erasmustoren…


IMG_9443

De Chinese wachter

IMG_9445

Liggende boeddha

IMG_9446

Een bronzen shiva

IMG_9447

Andere kunstuitingen

Het favoriete kunstwerk van Paul van der Velde (website Nieuwwij).

Sundari en Sanskriet: kunstexpositie door Paul van der Velde (2018).

Volgens deze hoogleraar is het boeddhisme helemaal geen antistressreligie (Trouw -19 feruari 2021). Met foto bij Van der Velde thuis (met nog meer beelden).

Diversen

Pijen aan de waslijn. Bespreking van'In de huid van de Boeddha' door Hans Achterhuis in de Groene Amsterdammer (26 -4 -2021)