1924. De eerste studiegids

Datum bericht: 1 december 2022

In 1924 worden de eerste examens afgenomen aan de hand van de eerste studiegids van de R.K Universiteit Nijmegen. We zijn dan in het tweede semester beland van het eerste studiejaar en de docenten en studenten beginnen aan elkaar te wennen. Leidraad is de eerste studiegids 1923/24. Deze geeft een mooi overzicht van de vakken die door de hoogleraren en lectoren gegeven werden.

Door Ignace de Haes

'Door de St. Radboudstichting is in overeenstemming met de bevoegdheid verleend in art. 149 van het Hooger Onderwijs de R.K Universiteit in Nijmegen opgericht. De R.K Universiteit huldigt bij de beoefening en de bevordering der wetenschap als hoogste gezag de door God geopenbaarde waarheid, waarvan de R.K Kerk als draagster belijdt. De Theologische Faculteit kiest voornamelijk als leidsman den heiligen THOMAS AQUINAS, den Beschermer van alle Roomsch-katholieke universiteiten. Naast deze heilige heeft de Faculteit der Godgeleerdheid zich tot patroon gekozen den zaligen  Petrus Canisius'.

studiegids (1)

Dit zijn de eerste regels van de studiegids 1923/24 en zij laten al meteen zien wat voor identiteitsbepalende rol de Theologische Faculteit speelde. Verder is in de inleiding te lezen dat de universiteit drie faculteiten omvat: de faculteit der Godgeleerdheid, de faculteit der Letteren en Wijsbegeerte, en de faculteit der Rechtsgeleerdheid.  Voor de laatste twee faculteiten is de Radboudstichting verantwoordelijk en voor de eerste faculteit het Nederlandse Episcopaat.

Het academische jaar start in september en wordt geopend met een H. Mis door een der 'Hoogwaardige Bisschoppen'. Alle lessen worden geopend met het 'H. Kruisteeken en den aanroeping van de H.Geest'.

Opleiding in de theologie

De Theologische Faculteit omvat enkel de cursus major die gevolgd kan worden door die studenten die volgens het Kerkelijke wetboek voorgeschreven theologische en filosofische voorbereidende studies hebben verricht. Dit zijn dus studenten die al een priesteropleiding achter de rug hebben of in een klooster zijn opgeleid. In de praktijk blijkt dat deze opleidingen weinig animo hebben om studenten af te staan, en de faculteit der theologie heeft tot in de zestiger jaren nooit meer dan enkele studenten per jaar gehad. In 1927 is de lekenopleiding gestart (zie artikel 1927), maar deze is ook nooit echt succesvol geweest.

Hieronder volgen de docenten, hun vakken en wanneer ze die vakken geven.

Prof. J. De Lange Wendels O.P. (voorzitter;  hoogleraar mystiek, moraaltheologie en algemeene sociologie). Zie verder artikel 1927.
VakkenHet geweten ma. en vr. 9 uur. 
De zedelijke verantwoordelijkheid wo. 9 uur.
De metaphysische-theologische beginselen der sociologie
 di. 11 uur.
Mystiek leven 
do. 11 uur. 
De geschiedenis der theologie in de twaalfde en dertiende eeuw za. 10 uur.

Prof. F. van Welie (secretaris; hoogleraar canoniek recht)
Vakken: De bronnen van het voor den Codex geldende recht, de Codex zelf en de verhouding tussen het oude en nieuwe recht ma. 4 uur. 
Echtscheiding vr. 4 uur. 
Inleiding tot het canonieke recht wo. en do. 4 uur (1e semester). 
Het kerkelijke publieke recht wo. en do. 4 uur (2e semester).

Prof W. Mulder S.J. (hoogleraar kerkelijke geschiedenis)
Vakken: Het Karolingische tijdvak di. 3uur. 
Het ontstaan en de ontwikkeling van de Hervorming wo. 2 uur. 
De oudsten tijden van ons land di. 2 uur. 
Volksverhuizingen wo 1 uur (de laatste twee colleges zijn ook voor studenten letteren).

Prof. P. Heinisch (hoogleraar Oude Testament, Hebreeuws) 
Vakken: Inleiding Oude Testament ma. di. za. 10 uur.
Hebreeuws ma. wo. 10 uur en het 2e semester: Het boek Ezechieël ma. di. za. 10 uur. 
Werkcolleges over Het Boek der Wijsheid ma en wo 3 uur.

Prof. R. Jansen O.P. (hoogleraar Nieuwe Testament, Assyrisch, BabylonischZie verder artikel 1926. 
Vakken: De Synoptische Evangeliën ma. en wo.11 uur. 
De inspiratie za. 11 uur. 
Werkcolleges over het geheim van de Allerheiligste Drieëenheid in het Nieuwe Testament do.10 uur. 
Assyrisch-Babylonisch op nader bepaalde uren.

Prof. P. Steffes: (Hoogleraar Godstdienstgeschiedenis)
Vakken: De Geschiedenis van de Griekse godsdienst vr. 11 uur
De wijsbegeerte van de godsdienst di. 11 uur en wo. 3 uur.
Werkcollege christelijke archaeologie vr. 3 uur.  
Het Katholicisme vergeleken met de groote wereldgodsdiensten ma. 7.00 uur (voor studenten van alle faculteiten).

Prof. J. Kors O.P. (Hoogleraar Dogmatiek) Zie verder artikel 1926. 
VakkenDe Drieëenheid ma. do. za. 9 uur. 
Dogmatisch-historisch onderzoek over de Allerheiligste Drieëenheid vr. 11 uur.
Lectuur van een bepaalden tekst uit den Heiligen Thomas
 wo. 10 uur.

Prof. D. Franses O.F.M. (buitengewoon hoogleraar Patrologie)
Vakken: Inleiding tot de patrologie, en de H. Ignatius van Antiochië en de Hiërarchie in de eerste eeuw wo. 9 uur en vr. 10 uur (1e semester). 
Hyppolytus van Rome en zijn tijd wo 9 uur en vr 10 uur (2e semester). 
De Didache wo. 11 uur.

Prof. A. Baumstark (buitengewoon hoogleraar vergelijkende liturgiewetenschappen en Semitische talen) had een dubbele benoeming, zowel bij theologie als bij Letteren. In de studiegids is hij bij Letteren ondergebracht. Zie verder artikel 1925.
Vakken: Oosterse en Westerse liturgische momenten tot op het schisma van Photius za 11 uur. 
Arabisch en Syrisch vr 11 uur en za 9 uur. 
2e semester voor meer gevorderden: Eenige hoofdstukken uit de Koran, een oud-Arabische dichter, of eenige Syrische hymnen; naar keuze van de student vr 2 uur.

Opleiding in de Wijsbegeerte

De wijsbegeerte werd ondergebracht in de faculteit van de Letteren en Wijsbegeerte en onderverdeeld in de afdeling van de Wijsbegeerte en Paedagogiek. In de eerste jaren werden de vakken filosofie niet verplicht gesteld en konden de studenten vrijwillig kiezen om in het begin van hun studie een algemene inleiding in de filosofie te volgen. Het is dus niet mogelijk om een kandidaatsexamen in de filosofie te verkrijgen. Dat verklaart dat er in 1923 twee voltijdse hoogleraren filosofie waren (Hoogveld en Brandsma). Bovendien werd de pedagogiek (ook Hoogveld) en psychologie (Roels) ondergebracht bij de afdeling wijsbegeerte.

Bij het verkrijgen van een doctoraalexamen is het wel mogelijk om een hoofdvak in de wijsbegeerte te volgen. Daarnaast moet er gekozen worden voor twee bijvakken.

De hoofdvakken zijn:
a) Theoretische en Praktische Wijsbegeerte,
b) Geschiedenis der Wijsbegeerte,
c) Paedagogiek
d) Empirische en Toegepaste Psychologie.

Mocht de keuze gevallen zijn  op één van de eerste twee vakken, dan moeten de bijvakken Grieks en Latijn gekozen worden, indien ze nog niet gevolgd zijn.

We volgen weer de studiegids. De volgende vakken werden aangeboden.

Prof. J Hoogveld (een van de grondleggers en kwartiermakers van de universiteit en hoogleraar theoretische en practische wijsbegeerte en paedagogiek)  Zie verder artikel 1935.
Vakken: Algemene inleiding tot de philosophie di. 7 uur en do. 4 uur. 
Wijsgeerige psychologie en paedagogiek op nader bepaalde datum en uren (ook te volgen door studenten theologie).

Prof. T Brandsma O. Carm. (hoogleraar in de geschiedenis der wijsbegeerte) Zie verder artikel 1942.
Vakken: Ruusbroec en de H. Theresia een onderzoek naar hun verband do. 2uur. 
Eenige hoofdstukken uit der geschiedenis der philosophie wo. 10 uur.
Beginselen van de philosophie der geschiedenis za. 10 uur. 
Het begrip van materia en forma in de Thomistische wijsbegeerte op nader te bepalen dagen en uren.

Prof. F. Roels (buitengewoon hoogleraar toegepaste psychologie; die vakken zijn ook te volgen door theologen)
Vakken: Algemeene experimenteele psychologie do. 10 uur.
Toegepaste experimenteele psychologie do 11 uur.

Dr. P Sormani (lector, antieke philosophie) Zie verder artikel 1929.
Vakken:  Geschiedenis der antieke philosophie vr. 4 uur. 
Gorgias van Plato do. 2 uur.


De eerste studenten theologie

Er waren wel veel colleges in de theologie, maar veel studenten waren er niet. De studenten moesten immers al een priesteropleiding voltooid hebben en dan konden ze voor een specialisatie naar Nijmegen gestuurd worden, maar veel animo daarvoor hadden de bisschoppen en de kloosterordes niet. Ze hadden immers hun eigen opleidingen, en misschien waren ze ook wel een beetje bang voor al te intellectuele priesters. Op de eerste pagina van het inschrijvingsboek is te lezen dat er in 1923 zes studenten zijn begonnen onder wie Cornelis van Oosterhout. Uit andere bronnen blijken er elf studenten begonnen te zijn. Van Oosterhout was ook de eerste promovendus in de theologie in 1931 (zie artikel 1931).

Herman Fortmann en zijn broer

FORTMANNHJHM

Een van hen was H. Fortmann. De naam Fortmann kennen we van het artikel van Gerrit Steunebrink uit 1970. Dan gaat het over Han die hoogleraar in de godsdienst- en cultuurpsychologie is geweest en een eigen centrum met zijn naam heeft. Hier gaat om de oudere broer van Han en dat is Herman. Ook Herman Fortmann (1904-1968) heeft een eigen wikipediapagina waarin staat dat hij in 1926 tot priester is gewijd en door de aartsbisschop in dat zelfde jaar naar Nijmegen is gestuurd. We lezen dat hij na zijn afstuderen hoogleraar dogmatische theologie werd aan het seminarie Rijsenburg. Vanwege zijn scherpzinnigheid als theoloog en zijn oecumenische instelling werd hij in 1949 benoemd tot bijzonder hoogleraar namens de Radboudstichting aan de Rijksuniversiteit Utrecht, waar de katholieke theologie zijn leeropdracht was. Vanaf 1950 hielp hij met de opzet van het nieuwe Filosoficum in Dijnselburg (de filosofische onderbouw van het grootseminarie), waarvan hij de eerste president werd.

Het Huygens Instituut heeft een uitgebreidere biografische beschrijving van de hand van kerkhistoricus Ton van Schaik. 'Fortmann was een uitzonderlijk helder denker en schrijver, een vroom priester en liturg en een in hevige mate geremd mens met diepe emoties. De laatste jaren van zijn leven werden getekend door zwaarmoedigheid en een afnemen van contacten. Ook de verhouding met zijn broer, de Nijmeegse priester-psycholoog, was verre van ideaal. Men kan hem typeren als een theoloog op de breuklijn. Op zijn bidprentje staat te lezen dat 'hij is bezweken aan zijn onophoudelijk pogen om oud en nieuw te verzoenen in eigen denken'.

De eerste studenten filosofie

Voor 1927 zijn er geen inschrijvingen geweest,  omdat filosofie geen eigenstandige opleiding was. Voor de gehele faculteit hebben zich in 1923 112 studenten ingeschreven. Wel konden studenten van andere opleidingen kiezen voor een inleiding in de filosofie, maar die namen zijn niet geregistreerd. Dat gebeurt wel vanaf 1927, wanneer voor het hoofdvak ingeschreven kan worden en studenten zich officieel moeten inschrijven voor het doctoraal wijsbegeerte, en dan zijn het meteen negentien studenten onder wie zes vrouwen (van wie één getrouwd). C.M.C. Broekkamp, geboren te Texel, is de eerstingeschrevene.

Het eerste doctoraal examen vindt ook in 1927 plaats: Bernardus Wolting. Hij had al een doctoraat in de geneeskunde van Amsterdam op zak en volgde het hoofdvak psychologie dat toen nog onderdeel was van de wijsbegeerte. De titel van zijn scriptie is: de betekenis der motorische verschijnselen voor de ontwikkeling van het bewustzijnsleven van het kind.

Henri van Grunsven en zijn broer

In 1932 werd het eerste doctoraal examen afgelegd van een student uit eigen kweek. Het betreft Henri van Grunsven. Zijn hoofdvak was geschiedenis van de wijsbegeerte en de titel van zijn scriptie: De abstractie-theorie verdedigd door Thomas van A. naar bestudering van de school Ubaghs en de betekenis voor de hedendaagse stromingen in de phil. In 1933 promoveerde hij als eerste student bij wijsbegeerte op hetzelfde thema

Ook Henri van Grunsven (1904 - 1992) is te traceren op wikipedia, dankzij zijn doopnamen en geboorteplaats die ook vermeld staan op zijn examendocument. Hij was een zoon van de oud-burgemeester van Ottersum en werd zelf burgemeester in Horst en in Weert. Hij komt uit een burgermeesterfamilie. Zijn broer Marcel werd al op 27-jarige leeftijd burgemeester van Susteren en vervulde vijfendertig jaar lang datzelfde ambt in Heerlen.

Op de foto uit 1963. Van Grunsven naast koningin Juliana (foto: Anefo)

1280px-Koningin_Juliana_in_een_raadzaal,_naast_haar_burgemeester_...,_Bestanddeelnr_915-8313

Op de foto uit 1963. Van Grunsven naast koningin Juliana (foto: Anefo).