1930. Klein Rome. Religieuze studiehuizen

Datum bericht: 1 januari 2023

Op 6 januari 1930, het feest van Epifanie of Driekoningen, wijdde bisschop Arnold Diepen van ’s-Hertogenbosch het nieuwe klooster van de paters karmelieten aan de Doddendaal in Nijmegen in. In datzelfde jaar werd aan de Heyendaalseweg begonnen met de bouw van het Albertinum, het kloostergebouw van de paters dominicanen, dat in 1932 werd voltooid. Aan de Kerkstraat in Hees ten slotte werd in hetzelfde jaar het Sint Jozefklooster gebouwd voor de congregatie van de Priesters van het Heilig Hart van Jezus (SCJ). Het zijn drie voorbeelden van studiehuizen voor religieuzen die in Nijmegen werden gevestigd omdat zich daar sinds 1923 de Roomsch Katholieke Universiteit bevond. In die huizen woonden docenten en studenten van verschillende opleidingen, maar toch vooral van de opleidingen theologie en de filosofie.

Door Peter Nissen

Bij de opening van de universiteit in 1923 werden door Jos. Schrijnen, de eerste rector magnificus, woorden van paus Pius IX aangehaald. Die had de wens uitgesproken dat alle kloosterorden in Rome een studiehuis zouden krijgen. Schrijnen sprak de wens uit dat zoiets ook in Nijmegen zou gebeuren: dat rond de katholieke universiteit een stralenkrans van studiehuizen van religieuze orden en congregaties zou ontstaan, zodat de stad zou uitgroeien tot een ‘klein Rome’. Zijn wens werd voor een belangrijk deel vervuld.

Kloosters

In Nijmegen bestonden in 1923 al heel wat kloosters van paters, broeders en zusters. Sommige van die kloosters hadden ook een onderwijsfunctie, maar dan voor het middelbaar onderwijs, al dan niet met een internaat eraan verbonden waar de leerlingen woonden. Zo hadden de jezuïeten sinds 1900 hun roemruchte Canisius College aan de Berg en Dalseweg, de paters sacramentijnen sinds 1908 hun kleinseminarie in Brakkenstein, waar tegenwoordig het zorgcentrum Aqua Viva gevestigd is, de dominicanen sinds 1924-1926 hun Dominicuscollege aan de Dennenstraat en de redemptoristen sinds 1926-1928 hun kleinseminarie Nebo aan de Sionsweg. In 1923 lieten de paters scheutisten door architect Charles Estourgie, die ook Huize Heyendael heeft ontworpen, hun karakteristieke missiehuis bouwen, genoemd naar de in Nijmegen geboren missiebisschop Ferdinand Hamer en voorzien van Chinese elementen in de bouw. Het pand is tegenwoordig in gebruik door de Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN). Ook verschillende zustercongregaties vestigden scholen in Nijmegen, vooral vanaf het moment dat de universiteit er al was: de zusters van Jezus, Maria en Jozef hun internaat Mariënbosch aan de Groesbeeksweg (1924), tegenwoordig studentenhuisvesting, en de Dochters der Wijsheid (Filles de la Sagesse) lieten in 1923-1924 een groot internaat met kweekschool bouwen aan de Groesbeekseweg. De zusters kanunnikessen van de heilige Augustinus van Onze Lieve Vrouw hadden al sinds 1910-1916 hun internaat Notre Dame des Anges in Ubbergen, waarvan het karakteristieke gebouw eveneens behouden is gebleven. Een beetje ‘klein Rome’ was Nijmegen dus al.

Studerende en docerende paters

Maar vanaf de vestiging van de universiteit kwamen daar studiehuizen bij voor kloosterlingen die een universitaire studie gingen volgen. Soms woonden ook docenten of hoogleraren van dezelfde orde of congregatie bij hen in huis. De eerste orde die in Nijmegen een studiehuis vestigde, waren de paters augustijnen, een orde met een oude studietraditie. Hun gebouw aan de Graafseweg werd in 1925 in gebruik genomen. Het is sinds 1973 geen klooster meer, maar draagt nog altijd met grote letters de naam Augustinus. Na de verhuizing van de paters naar een nieuw kleiner complex was enige tijd het Instituut voor Toegepaste Sociologie (ITS) in het gebouw gevestigd. In het gebouw heeft onder meer pater Ephraem Hendrikx gewoond, die van 1957 tot 1974 hoogleraar was in de geschiedenis van de ascese en de mystiek.

Het tweede studiehuis van paters was dat van de franciscanen in de Vermeerstraat, dat tot vorig jaar nog door leden van die orde werd bewoond. Het is in 1927-1928 gebouwd als studiehuis Bonaventura. Hier woonde onder meer pater Desiderius Franses, vanaf de oprichting van de universiteit tot 1942 hoogleraar in de patrologie, vroege kerkgeschiedenis en dogmageschiedenis, evenals zijn opvolger Monulphus Goemans, hoogleraar van 1945 tot 1968, en later nog de filosoof Ad Peperzak, van 1964 tot zijn vertrek naar de Verenigde Staten in 1991 hoogleraar in de wijsgerige antropologie, ethiek, metafysica en kenleer.

In 1929 lieten de paters lazaristen een bestaand hotel aan de Ubbergseweg verbouwen tot het studiehuis Vincentius a Paulo. Hier woonde onder meer de filosoof Jan Plat, van 1962 tot 1983 hoogleraar Metafysica en kenleer. In hetzelfde jaar kwam het Berchmanianum aan de Houtlaan gereed, tegenwoordig bestuursgebouw van de universiteit, maar gebouwd als philosophicum voor de orde van de jezuïeten. De inwonende studenten volgden de eigen filosofieopleiding van de orde, maar er woonden ook altijd wel enkele hoogleraren uit de orde en enkele jonge jezuïeten die aan de universiteit studeerden.

Karmelieten en dominicanen

Van de drie studiehuizen die in 1930 werden geopend of gebouwd, zijn die van de karmelieten en de dominicanen voor de opleidingen filosofie en theologie de belangrijkste. De heilige Titus Brandsma, vanaf de oprichting van de universiteit hoogleraar in verschillende filosofische vakken en in de geschiedenis van de mystiek, woonde sinds 1927 in een huis aan de Kronenburgersingel. Daar woonden ook al enkele in Nijmegen studerende medebroeders bij hem in huis. Daarom werd besloten om in Nijmegen in nieuw karmelietenklooster te stichten. Dat werd gebouwd op het terrein van het voormalige Canisiusziekenhuis aan de Doddendaal. Het werd op 6 januari 1930 ingewijd. Titus Brandsma, die aanvankelijk ook nog prior (overste) van het klooster was, wilde graag dat wetenschap en geloof in dat huis bij elkaar zouden komen. Daarom organiseerde hij er meteen in het eerste jaar een congres over mystiek, samen met het Ruusbroecgenootschap uit Antwerpen. Van de zeven promovendi die Titus Brandsma heeft begeleid, waren er twee medebroeders, die ook bij hem in het klooster woonden. Op 19 januari 1942 werd Titus Brandsma bij het klooster aan de Doddendaal opgehaald door de Sicherheitsdienst. Hij zou er nooit meer terugkeren. Het klooster werd in 1944 door brand verwoest. Na de Tweede Wereldoorlog verrees op dezelfde plek een nieuw klooster, dat tegenwoordig als studentenhuisvesting in gebruik is.

Ook het Albertinum aan de Heyendaalseweg is van grote betekenis geweest voor de universiteit. Aan de theologische faculteit waren altijd enkele paters dominicanen verbonden. De bekendste naam is uiteraard Edward Schillebeeckx. Maar ook zijn voorgangers als hoogleraren Dogmatiek Jan Kors en Piet Kreling woonden er, evenals Reginald Jansen, van 1923 tot 1947 hoogleraar Nieuwe Testament, Alphonsus Schellekens, van 1946 tot 1954 hoogleraar Moraaltheologie, Jan van der Ploeg, van 1951 tot 1979 hoogleraar Oude Testament, Ludovicus Cornelissen, van 1956 tot 1972 hoogleraar Moraaltheologie,  Ad Willems, van 1970 tot 1986 hoogleraar Dogmatiek, en Etienne Cornélis, van 1958 tot 1981 hoogleraar Godsdienstgeschiedenis en godsdienstwijsbegeerte. Ik vermoed dat geen enkel pand in Nijmegen zoveel professoren heeft gehuisvest als het Albertinum.

Nog meer studiehuizen

Er kwamen na 1930 nog meer studiehuizen voor paters bij. De kapucijnen hadden sinds 1931 een studiehuis aan de Schependomlaan en later aan de Wolfskuilseweg, de paters kruisheren sinds 1937 aan Korte Bredestraat, en de paters passionisten aan de Berg en Dalseweg (het huis Trifolium). De paters assumptionisten kwamen in 1941 naar Nijmegen, waar zij eerst een huis aan de Sophiaweg bewoonden en sinds 1968 een villa aan de Louiseweg. Daar woonde onder meer pater Patrick van der Aalst, van 1966 tot 1986 lector en hoogleraar Oosterse theologie. In de villa was ook het Instituut voor Byzantijnse en Oecumenische Studies gevestigd, dat in 1991 als Instituut voor Oosters Christendom in de universiteit werd opgenomen.

Ook missiecongregaties stichtten in Nijmegen en omgeving studiehuizen, vaak bescheiden van opzet, zoals de missionarissen van de Heilige Familie in Berg en Dal en later aan de Sterreschansweg, de oblaten van de heilige Franciscus van Sales aan de Groesbeekseweg, de Witte Paters aan de Stieltjesstraat en de paters van de Heilige Geest sinds 1954 in Berg en Dal, bij het Afrikamuseum. De paters montfortanen vestigden zich bij het Bijbels Openluchtmuseum (nu Museum Orientalis) in de Heilig Landstichting. Daar woonde onder meer Bas van Iersel, van 1966 tot 1990 hoogleraar Nieuwe Testament en van 1987 tot 1990 rector magnificus van de universiteit.

Of iemand Nijmegen nu nog zo snel ‘klein Rome’ zal noemen, betwijfel ik. Maar de sporen ervan zijn in het stadsbeeld nog altijd duidelijk aanwezig. Laten we die vooral koesteren.


doddendaal1

Karmelietenklooster Doddendaal

albert001

Albertinum

Josefklooster1

Jozefklooster

19af1a80-8eeb-11eb-8f4c-875cc7acad8d

Hamerhuis

f3c326e6d29bd0415ad37e2d7bddb326

Mariënbosch

Ubbergen,_de_Notre_Dame_des_Anges_foto4_2010-05-05_08.13

Notre Dame des Anges

graafseweg-274_9622

studiehuis augustijnen

bovenatura1

studiehuis Bonaventura

lazaristen

studiehuis Vincentius a Paulo

berchmanianum

Berchmanianum