1976. Aksie!! Kritiese Spelling en Studentenoproer in Havana aan de Waal

Datum bericht: 16 maart 2023

Diep verborgen in de kelder van het Erasmusgebouw bevindt zich achter een dikke, brandwerende deur het archief van onze faculteit. In het halfduister staan lange rijen metalen kasten en archiefladen vol met ordners, mappen en dossiers. En tegen een muur opgestapeld staan een stuk of 20 grote verhuisdozen geheel gevuld met wijsgerige syllabi, readers en scripties uit de jaren ’70 tot en met ’90. Als je de schemerige ruimte betreedt, voel je je een beetje als Indiana Jones die in een verlaten tempel op zoek is naar een verborgen schat. Wie weet wat je aan zult treffen… Zo kwam ik een syllabus uit 1976 tegen met de titel: inleiding in het mediese Denken van j.h. vandenberg en m. foucault.

Door Chris Buskes

Schatgraven in het archief van de faculteit

Gebruikmakend van een steekwagen, de lift en de helpende hand van Rinske de Graaff Stoffers, heb ik de afgelopen maanden de verhuisdozen van de kelder naar mijn kamer op de 16e verdieping gebracht om ze daar, één voor één, op hun inhoud te inspecteren. Mijn opdracht was om de dozen uit te vlooien om te kijken of er wellicht iets bij zat dat de moeite waard was om te bewaren ter herinnering aan en viering van de 100-jarige geschiedenis van onze faculteit. Er zaten inderdaad pareltjes tussen, zoals een ruim 50 jaar oude en geheel met de hand (!) geschreven doctoraalscriptie over het karakter van aritmetische oordelen bij Kant, of mooie, gedegen scripties van studenten die later hoogleraar zouden worden, aan onze faculteit of elders. Bovenal bood het archief echter een fraai tijdsdocument. De verhuisdozen en hun inhoud vormden eigenlijk een soort tijdcapsule die je, zodra je een doos opent, in één keer terugwerpt naar voorbije decennia en het roemruchte verleden van onze universiteit.

Zo kwam ik een syllabus uit 1976 tegen met de titel: inleiding in het mediese denken van j.h. vanden berg en  m. foucault. De syllabus diende ter ondersteuning van de ‘kolleges mediese filosofie’ en was uitgegeven door SUN, de Socialistiese Uitgeverij Nijmegen. Op de achterflap van de syllabus worden andere uitgaven van SUN vermeld en aangeprezen, zoals een handleiding Socialistiese Opvoedings- en Onderwijsdenkbeelden, en een tweedelige politieke biografie van Jozef Stalin.

Kritiese spelling en kritiese politiek

Dat waren nog eens tijden. In de jaren ’70 werd de nieuwe ‘kritiese spelling’ gezien als een soort talige voorbode van een nieuw tijdperk waarin het burgerlijke, patriarchale en kapitalistiese denkkader zou plaatsmaken voor de rijke zegeningen van de socialistiese heilstaat. Studenten uit het zuiden des lands verruilden massaal de religie van hun ouders, het Rooms-Katholicisme, voor de ideologie van Karl Marx (en zijn eniggeboren zoon Lenin, zou Gerard Reve zeggen). De stemming was fel antikapitalisties: linkse aksiegroepen schoten als paddenstoelen uit de grond, en er werd volop gedweept met het China van Mao en de onvermijdelijke Che. Onder vrouwelijke studenten waren de Feministies-Socialistiese Teksten in zwang. Geschriften die luidkeels de ondergang van het gevestigde sociaal-politieke systeem – het vermaledijde kapitalistiese patriarchaat – bezongen en de richting wezen naar een rooskleurige toekomst. ‘Geen feminisme zonder socialisme, en geen socialisme zonder feminisme’, luidde de boodschap. De destijds nog Katholieke Universiteit Nijmegen was, net als veel andere academische instellingen in den lande, een marxisties bolwerk geworden. Politieke partijen als de CPN (De Communistiese Partij van Nederland) en de PSP (Pacifisties-Socialistiese Partij) waren populair onder Nijmeegse studenten. Een aantal van hen had na een wekenlange bezetting van de Aula, destijds nog gesitueerd aan de Wilhelminasingel, de ‘Demokratiese Universiteit’ uitgeroepen. Zij bedongen, achteraf gezien terecht, medezeggenschap in onderwijs, onderzoek en bestuur van de universiteit. En ook eisten zij herziening van het curriculum want in de colleges was er natuurlijk veel te weinig aandacht voor de onvolprezen werken van Marx.

Rebellie en tijdgeest

De rebellie tegen gevestigde structuren mondde uit in een antiautoritaire en schijnbaar egalitaire subcultuur die de weg moest wijzen naar een nieuwe, betere wereld. De vermaarde primatoloog Frans de Waal studeerde rond die tijd, eind jaren ’60 begin jaren ’70, biologie in Nijmegen. Het viel hem op dat zijn revolutionaire medestudenten de notie van gelijkheid hoog in het vaandel hadden, maar dat de beweging in de praktijk toch vooral gekenmerkt werd door een duidelijke hiërarchie van een klein aantal (mannelijke) leiders en een grote groep volgelingen en ondergeschikten. In zijn meest recente boek Different uit 2022 noemt De Waal die discrepantie tussen het beleden ideaal en de alledaagse werkelijkheid de egalitarian delusion, het egalitaire waanidee.

Net als de kritiese spelling was de marxistiese revolutie geen lang leven beschoren. In het begin van de jaren ’80 was het allemaal alweer voorbij. Er waaide een andere wind, nu vanuit rechts-conservatieve hoek. De no-nonsense politiek van Reagan, Thatcher en Lubbers deed haar intrede. En op de universiteit maakte de sjofele hippie plaats voor de strak gesneden yup: het ging niet langer om het verbeteren van de wereld, maar om een mooie baan met een riant salaris.

De mens is nu eenmaal een kuddedier

Terugblikkend, een halve eeuw later, valt op hoe gemakkelijk mensen ten prooi vallen aan tijdgeest, ideologie en groepsdruk. En ook hoe makkelijk de ene ideologie weer wordt ingeruild voor een andere. De mens is nu eenmaal een volgzaam kuddedier. Onvermijdelijk dringt zich dan ook de vraag op in hoeverre we nu zélf in een beklemmende Zeitgeist gevangen zitten. Zijn wij eigenlijk wel beter af? Iemand die over een jaar of vijftig het digitale archief van de faculteit opschoont, zal zich wellicht eens flink achter de oren krabben. Hoe is het mogelijk, zal hij of zij denken, dat die mensen uit de jaren ’20 zo vastgeroest zaten in hun bekrompen denkbeelden en verstikkende politieke correctheid. Die akelige cancelcultuur waarin mensen met onwelgevallige meningen de mond werd gesnoerd. De bizarre uitwassen van de woke-ideologie waardoor de academische vrijheid ernstig werd bedreigd. De nieuwe preutsheid. Het censureren en kuisen van literaire werken, van Dante tot Dahl, door zogenoemde sensitivity readers. Het totaal ontspoorde debat over sekse en gender (waar Frans de Waal in zijn voornoemde boek trouwens ook het nodige over heeft te zeggen). Zagen zij het niet, of wilden ze het niet zien? Dit soort overpeinzingen kwamen bij mij op bij het uitpluizen van het archief van onze faculteit. Ik zou u er nog veel meer over kunnen vertellen. Maar dat bewaar ik voor een volgende keer. Wie weet in 2073.


medies

Een ander mooi archiefstuk dat uit de kelder naar boven is gekomen is een volledig  handgeschreven scriptie uit 1975 met de titel: '7+5=12. Het karakter van de arithmetische oordelen bij Kant. Hieronder volgt de inleiding.

schrijf

Naast de kritiese moderne taal zijn er ook kritiese studenten.

mei-68-3-1024x691

Een bezetting van de universiteit in 1972. (Bron: Katholiek Documentatie Centrum).

protest1977

Protesterende Nijmeegse studenten, 1977.  (Bron: Katholiek Documentatiecentrum)