1998. Carla Rita Palmerino. De eerste vrouwelijke hoogleraar filosofie

Datum bericht: 18 april 2023

Dat Carla Rita Palmerino, de eerste vrouwelijke hoogleraar filosofie, uit Rome afkomstig is, geeft aan het idee van het ‘rijke Roomsche leven’ in Nijmegen een nieuwe draai. Dat Nijmegen haar bestemming zou worden, is het resultaat van onverwachte omstandigheden. In 1998 kwam ze, een week na de verdediging van haar proefschrift, als jonge postdoc in dienst van de Nijmeegse Faculteit der Wijsbegeerte.

In een interview, gevoerd door Ignace de Haes en Saar Boter in een klein café op het eilandje in de Waal, vertelt ze over haar leven en werk in Nijmegen. Deze locatie werd gekozen vanwege het grote masker, bekend als “het gezicht van Nijmegen”. Het beeld, gemaakt voor Andreas Hetfeld, stelt een typisch Romeins masker voor dat werd gedragen tijdens gevechten, ceremonies en toernooien. Het staat symbool voor de oude Romeinen die zich ooit in Nijmegen hebben gevestigd.

Door Saar Boter

Moderne Romeinen in Nijmegen

Hoe was het om na een heel leven in Italië, in Nijmegen te komen werken? “Mijn eerste werkdag was 1 april 1998. Ik had op 20 maart mijn proefschrift verdedigd, in Florence, overigens op dezelfde dag en precies hetzelfde uur dat mijn directe collega Cees Leijenhorst zijn proefschrift in Utrecht verdedigde. Ik voelde me bevoorrecht dat ik meteen als postdoc aan de slag kon. Mijn eerste indruk van Nijmegen was overigens uiterst positief: ik zag alom vriendelijkheid, een groene, leefbare stad, en overal jonge mensen.”

Cees Leijenhorst is intussen directeur onderwijs en Carla Rita Palmerino directeur onderzoek. Tijdens de dagelijkse afdelingslunches en in het ‘facultair overleg’ (FO) met het faculteitsbestuur wordt uiteraard Nederlands gesproken. Maar hoe was het om deze taal te leren? En hoe moeilijk was, of is, het om in deze taal onderwijs te verzorgen? “Voor mij klonk Nederlands aan het begin als een aaneenschakeling van onbegrijpelijke klanken. Ik kon niet eens horen waar een woord eindigde en het volgende woord begon. Mijn broer, in Nijmegen op bezoek, zei een keer in de lift van het Erasmusgebouw: “Ik geloof niet dat ze elkaar verstaan!”. Ik vreesde toen dat ik de taal nooit zou leren, maar het ging uiteindelijk makkelijker en sneller dan ik had verwacht. Meubels uitkiezen, een zwangerschapscursus volgen, gesprekken voeren op het kinderdagverblijf … en plots sta je voor een groep studenten en geef je een cursus in het Nederlands.

Italië, Schotland, Nijmegen

Maar waarom überhaupt Nijmegen? “In de zomer van 1996 was ik op mijn allereerste buitenlandcongres, in het Schotse stadje St. Andrews. Daar ontmoette ik Christoph Lüthy, intussen mijn man. Christoph wist toen al dat hij in 1997 op een door NWO gefinancierd project zou gaan werken dat Hans Thijssen zonet had binnengehaald. Christoph wist ook dat Hans nog op zoek was naar postdocs die in staat waren om de filosofie- met de wetenschapsgeschiedenis te combineren. Deze combinatie is trouwens nog steeds de kern van het onderzoek van mijn afdeling, zoals de naam van het Center for the History of Philosophy and Science aangeeft  (zie over de stichting van dit center het artikel over 1997). Mijn dubbele achtergrond sloot perfect aan bij dit project. Ik had namelijk eerst filosofie gestudeerd, in Rome, en was daarna gepromoveerd in de wetenschapsgeschiedenis, in Florence.”

“Het is belangrijk om te vermelden dat de centrale figuren van mijn promotieonderzoek, Galileo Galilei en Pierre Gassendi, zowel als filosofen als ook als wetenschappers kunnen worden gezien. Galileo Galilei droeg de titel van “filosoof en wiskundige van de Groothertog van Toscane” en Pierre Gassendi is vandaag vooral bekend om zijn kritiek op de metafysica van Descartes, maar  heeft met zijn atomaire materietheorie, zijn kosmologie, zijn theorie van tijd en ruimte, en zijn telescopische en microscopische waarnemingen een belangrijke bijdrage geleverd aan de zogenaamde “wetenschappelijke revolutie” van de vroegmoderne tijd. Zijn dubbele rol is goed te zien in het onlangs verschenen boek Pierre Gassendi Humanism, Science, and the Birth of Modern Philosophy (Routledge, 2023), dat ik samen met collega’s Delphine Bellis (Université de Montpellier) en Daniel Garber (Princeton University) heb geredigeerd. Kortom: Ik was precies geïnteresseerd in de overgang van natuurfilosofie naar de hedendaagse wetenschappen die het NWO-project van Hans Thijssen probeerde te analyseren. En zo begon ik met veel motivatie en tevredenheid aan mijn eerste baan.”

“Christoph en ik waren uiteraard ook als stel enorm blij met deze unieke kans om op dezelfde plek te kunnen werken, wat bij zo’n klein en specialistisch vakgebied aan een wonder grenst. Vaak zie je dat in een relatie tussen academici één van de twee zich moet aanpassen, maar wij hebben allebei kunnen doen waar we voor geleerd hadden, en bovendien in de zelfde stad en aan de zelfde universiteit, en daar ben ik nog altijd erg dankbaar voor.”

Een mannenbolwerk

Wat Carla Rita Palmerino niet had verwacht, was het mannenbolwerk dat de Faculteit der Wijsbegeerte in 1998 nog was (zie hierover ook de indrukken van Daan Roovers in het artikel over 1995). “Inderdaad! In Rome had ik veel les gehad van vrouwelijke docenten. In Nijmegen daarentegen was er maar één vrouw met een vaste aanstelling verbonden aan de faculteit, Veronica Vasterling. Dat vond ik vreemd, ook aangezien er veel vrouwelijke PhD’s rondliepen. Waarom kwamen ze niet in het onderzoek terecht? Ik moest mijn positieve vooroordeel over Nederland bijstellen, aangezien het vanuit Italië gezien altijd de reputatie had (en nog steeds heeft) om in emancipatoir opzicht een voorloper te zijn in alle ontwikkelingen.”

Dat er toen nog stereotypen bestonden waarvoor je vandaag de dag zou worden berispt, kwam naar voren toen Palmerino zwanger was. “Collega’s vroegen stelselmatig of ik nog wel door wilde gaan met werken nu ik een kind zou krijgen. Niemand vroeg dit aan Christoph, terwijl hij net zo goed een ouder werd.” Gestopt met werken is ze zeker niet. Wel heeft ze gedurende een aantal jaren in deeltijd gewerkt. “Die mogelijkheid is er,” vertelt ze, “en ik heb er zelf gebruik van gemaakt. Ik vind alleen niet dat je je als vrouw een sociale druk moet voelen om dit te doen. Er zijn vakgebieden en sectoren waarbij carrière maken en in deeltijdwerken niet samengaan en het zou fijn zijn als hier minder een morele waarde aan werd toegekend.”

Het feit dat aan de Radboud Universiteit bij verschillende disciplines de eerste vrouwelijke hoogleraar uit Italië afkomstig is, vond overigens een paar jaar geleden een VOX-journalist zo verbazingwekkend dat hij de betreffende dames een avond lang tijdens een Italiaans diner ging interviewen. Dit interview lokte toentertijd veel discussie op de campus op. Hebben Italiaanse vrouwen misschien meer doorzettingsvermogen dan Nederlandse vrouwen? Zijn ze bereid meer offers te brengen?

Hoe ziet Palmerino dat zelf? “Dat ik hoogleraar ben geworden, verbaast me eigenlijk nog steeds. Want in het begin was er zelfs geen zekerheid op een vaste baan. Ik sprong als het ware van een losse tijdelijke positie naar de volgende, maar liefst elf jaar lang. In het onderwijs en onderzoek draaide ik mee alsof ik een vast functie had, maar die had ik niet. Dit soort  opeenstapeling van contracten is nu niet meer mogelijk, en postdocs zijn in de tussentijd ook mondiger geworden. Ik had toen iemand van buiten nodig die me vertelde dat de tijd was gekomen om eisen te stellen. Dat dit een mogelijkheid was, was voor mij nieuw. Zodra ik een vaste aanstelling had, ging het overigens snel. Eerst werd me een hoogleraarschap bij de Open Universiteit aangeboden, en een paar jaar later, in 2014, ook aan de Radboud Universiteit. In de tussentijd zijn er gelukkig een reeks vrouwelijke hoogleraren bijgekomen.”

Opeenstapeling

Palmerino is binnen haar afdeling bekend voor haar werklust en –vermogen, vooral ‘s nachts. De opeenstapeling van functies staat misschien ook niets anders toe: afdelingsvoorzitter van het snel groeiende Center for the History of Philosophy and Science, directeur onderzoek van de faculteit FTR, directeur van de Graduate School for the Humanities (waarvan FTR en de Letterenfaculteit deel uitmaken).

Daarnaast is er nog steeds haar niet nalatende belangstelling voor wat de Wetenschappelijke Revolutie wordt genoemd – “het moment in de zeventiende eeuw waarin het traditionele scholastieke wetensregime veranderde in een wetenschapsstijl die vanuit observaties en experimenten inductief naar abstracte natuurwetten zocht, die bovendien wiskundig van aard moesten zijn. Ik schrijf nog steeds met passie over de hoofdfiguren in deze periode – bekende figuren zoals Galileo, Gassendi of Leibniz, maar ook minder bekende persoonlijkheden zoals Fromondus, Fabri of Holwarda, een hoogleraar in Franeker waarover ik op dit moment onderzoek uitvoer.” Met even grote passie geeft ze onderwijs over de wisselwerking tussen de nieuwe filosofie en de nieuwe wetenschap. Haar cursus over de briefwisseling tussen Leibniz en Clarke (een Newtoniaanse theoloog en natuurwetenschapper) is niet voor niets haar lievelingscursus.

Als coördinator van de Research Master kreeg ze in 2011 de Internationaliseringsprijs van de Radboud Universiteit toegekend. “Ik heb dat jarenlang met heel veel plezier gedaan: de selectie van getalenteerde studenten, uit liefst 36 verschillende landen, en hun begeleiding tot het moment van de diploma-uitreiking. Ik vond het moeilijk om van deze functie afstand te nemen. Maar het was niet te combineren met de taak van directeur onderzoek.” Wat zijn de verdere ambities? “Vooral teruggaan naar de kern. Onderzoek doen – misschien ontstaat toch ergens de nodige tijd om dat boek over de internationale receptie van Galileo’s natuurwetten te schrijven dat ik al zo lang in mijn hoofd heb. En lesgeven. Wat de universiteit en de faculteit als hun kerntaken beschouwen, namelijk onderwijs en onderzoek, zijn ook de mijne. En daarom is mijn Nijmeegse leven een zeer tevreden leven.”


IMG_9990 (1)

Voordat de in Rome geboren Carla Rita Parlmerino naar Nijmegen kwam, waren er al eerder, vooral mannelijke, Romeinen in Nijmegen. Op het eiland in de Waal is het grote Romeinse masker van Andreas Hetfeld te bezichtigen. Het is beter bekend onder de naam "het gezicht van Nijmegen. Via het oog van deze Romein vertelt Palmerino haar verhaal.

IMG_9986 (1)

Hoogleraar Geschiedenis van de moderne filosofie Carla Rita Palmerino raakte als eerstejaarsstudent in Rome onder de indruk van het werk van de Nederlandse wetenschapshistoricus Eduard Dijksterhuis. Ze volgde zijn spoor en belandde op de Nijmeegse campus. (Artikel in de Vox 6 mei 2015).

102625

Alumnus Shad Raouf interviewt Carla Rita Palmerino in een potcast over haar onderzoek naar gedachtenexperimenten.