1986. Afscheidsrede ‘moderne kerkmoeder’ Tine Halkes

Datum bericht: 26 maart 2023

’Afscheid van de militante moeder-overste van Nijmegen,’ zo kopte NRC op 28 november 1986, een week nadat professor Tine Halkes in Nijmegen haar afscheidsrede had uitgesproken. Zij bekleedde daar sinds 1983 de bijzondere leerstoel feminisme en christendom. Het stuk, geschreven door Frits Groeneveld, heeft een hoge zuurgraad. Halkes had gesproken over godinnen, God-als-zij en heksen. ’Mochten mannen-in-de-kerk tot voor kort nog het idee hebben dat feministische theologie ook voor hen iets zou kunnen betekenen, met Catharina J.M. Halkes lijkt de kans daarop nu verkeken te zijn,’ merkt hij aan het slot van zijn stuk venijnig op.

Wie was deze bijzonder hoogleraar feminisme en christendom, waarom was zij zo bedreigend voor mannen-in-de-kerk, en wat heeft zij voor de feministische theologie betekend?

Door Mariecke van den Berg

Levensloop: de feministische transformatie van een organisatorische duizendpoot

Catharina Joanna Maria Halkes werd op 2 juli 1920 geboren in Vlaardingen, als derde dochter in een betrokken rooms-katholiek middenstandsgezin. Onder andere vanwege de Tweede Wereldoorlog had haar opleiding een wat hapsnap karakter: zij volgde een jaar de mulo, daarna het katholiek gymnasium in Rotterdam, volgde de befaamde secretaresseopleiding bij Schoevers en behaalde aktes in Nederlands en Engels. Ze studeerde uiteindelijk Nederlandse taal- en letterkunde in Leiden en was dus ‘van huis uit’ in eerste instantie neerlandica. Gedurende deze jaren was ze ook zeer actief in het katholieke verenigingsleven, bijvoorbeeld bij studentenvereniging Augustinus, de lekenbeweging Katholieke Actie en het Katholiek Vrouwen Gilde Breda. In februari 1950 trouwde ze met Theo Govaart, van wie ze in 1972 weer zou scheiden en met wie ze drie kinderen kreeg, waaronder liturg, docent en componist en oud-student Andries Govaart.

Storm na de stilte: de plaats van de vrouw in de kerk.

De jaren zestig vormden voor Halkes een belangrijk keerpunt. Ze trad, als eerste vrouw, toe tot de redactie van het maandblad Te Elfder Ure, dat zich duidelijk positioneerde aan de meer progressieve kant van het katholieke spectrum.  Ze kreeg bestuursfuncties in steeds meer katholieke vrouwenorganisaties en genoot ook in toenemende mate publieke bekendheid. Halkes gebruikte haar toegenomen bekendheid om zich steeds meer te doen gelden in de media. Ze was present in Rome tijdens het Tweede Vaticaans Concilie, als journalist, uiteraard, want vrouwen mochten niet aanschuiven om werkelijk mee te praten. Ook niet als een van de leken die als waarnemers optraden, iets waar Halkes op had gehoopt. Haar ongenoegen daarover uitte ze duidelijk in de Nederlandse kranten. ’De ‘laici’ blijken alleen ”viri” [‘heren’, MvdB]; de tien namen bleken van tien mannen te zijn’, schreef ze in de Nieuwe Haarlemsche Courant op 17 oktober 1963. Haar ervaringen in Rome en reflecties op het concilie leidden tot de publicatie van haar eerste boek, in 1964: Storm na de stilte: de plaats van de vrouw in de kerk.

De omslag naar feministische theologie

Waar in de jaren zestig het concilie haar een belangrijke duw gaf richting feminisme en christendom, was dat in de jaren zeventig het verschijnen van het boek Beyond God the Father van de Amerikaanse filosofe en theologe Mary Daly. Tine Halkes was deze jaren beroepsmatig al een andere richting ingeslagen: ze had zich laten omscholen tot pastoraal theoloog en was daarnaast onverminderd actief binnen de katholieke vrouwenbeweging en op oecumenisch gebied. Haar biografen, Annelies van Heijst en Marjet Derks, omschrijven de omslag als volgt: ’In de emancipatiefase wilde ze samenwerking van de seksen binnen bestaande functies en diensten in de kerk, in de feministische fase ging ze meer fundamentele en radicale vragen stellen over de oorsprong van de wereldreligies en de plaats van de vrouw in dat geheel.’  In tegenstelling tot Daly, die de kerk de rug toe keerde (letterlijk: ze wandelde op enig moment de mis uit, om niet meer terug te keren), bleef Tine Halkes wel verbonden aan de katholieke kerk en ook feministische theologie ontwikkelen die het gesprek met de traditie bleef zoeken. Het ‘feestelijke, imposante en theaterachtige’ van het katholicisme zouden haar blijvend in de greep houden, aldus haar biografen.

De omslag naar feministische theologie gaf een boost aan Halkes’ academische loopbaan. In 1969 ging ze als student-assistent werken bij de vakgroep pastoraaltheologie in Nijmegen, bij hoogleraar (en geliefde) Frans Haarsma.  Na haar ontdekking van de feministische theologie, richtte ze in 1977 het project Feminisme en Christendom op, dat nationaal en internationaal een groot succes werd, en waarmee ze voor zichzelf een vaste aanstelling voor elkaar kreeg. Ook nu was ze weer volop aan het netwerken: samen met Fokkelien van Dijk-Hemmes richtte ze bijvoorbeeld de Interuniversitaire Werkgroep Feminisme en Theologie op (IWFT, dat in 2017 werd opgeheven en in 2021 een doorstart kende in her REGENN netwerk).

Hoewel Tine Halkes nooit promoveerde, mocht ze zich wel doctor noemen. In 1982 kende de Berkeley Divinity School (Yale) haar een eredoctoraat toe. Het opende de weg naar haar benoeming, in 1983, op de eerste leerstoel in Feminisme en Christendom in West-Europa. Voor deze positie had ze zelf een sterke lobby gevoerd. Haar oratie, op 6 april 1984, trok zoveel bezoekers dat moest worden uitgeweken naar de Nijmeegse Sint-Stevenskerk.

Het befaamde spreekverbod

De jaren tachtig waren ook de jaren waarin er opnieuw een piek was in de media-aandacht voor Tine Halkes: 1985 werd het jaar van het bezoek van paus Johannes Paulus II aan Nederland en het befaamde ‘spreekverbod’. Het was eigenlijk de bedoeling geweest dat Halkes zou spreken tijdens een uurtje waarin vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties aan het woord zouden komen. Van Heijst en Derks omschrijven hoe dit ‘uurtje’ eigenlijk het karakter van spontane uitwisseling had moeten krijgen. Dit viel volledig in het water omdat de organisatie van het programma, waarvoor kardinaal Simonis eindverantwoordelijke was, de inbreng van de sprekers vooraf wilde inzien. Vele ronden van ‘aanpassingen’ volgde, zodat van de oorspronkelijke tekst (van Halkes, maar ook van de andere sprekers) niet veel meer overbleef. Toen Halkes bovendien vernam dat Simonis er op tegen was dat zij zou spreken omdat zij als persoon te polariserend zou zijn, trok ze zich terug. Het leidde tot een mediarel en tot het boycotten van het pausbezoek door diverse vrouwenorganisaties. Het is niet ondenkbaar dat hierdoor de boodschap van Halkes (de kerk moet veranderen en vernieuwen en vrouwen veel meer bij zaken betrekken) uiteindelijk een veel breder publiek heeft bereikt dan wanneer ze wél gesproken had.

De negentigste verjaardag van Tine Halkes werd, op 4 september 2010, groots gevierd in de aula van de Radboud Universiteit, met nationale en internationale gasten. Ze overleed op 21 april 2011, op Witte Donderdag.

Wat is de erfenis van Tine Halkes?

Wat is de erfenis van Tine Halkes? Biografen Van Heijst en Derks kregen aan het begin van hun project in elk geval zo’n vijftien meter aan archiefdozen overhandigd. Halkes had die, in de hoop dat er ooit een academische biografie van haar zou verschijnen, zelf bij elkaar gespaard. Het archief van een vergadertijger, dat is ten minste het beeld dat uit al dat materiaal naar voren komt. Al dat vergaderen heeft Halkes inhoudelijk weleens in de weg gezeten. In het proces rond haar benoeming tot hoogleraar kwam steeds weer de vraag boven of zij wetenschappelijk gezien wel ‘zwaar’ genoeg was. Ze was meer van het netwerken dan van het schrijven. En áls ze schreef, aldus haar biografen, dan was ze vooral een ‘compilator’: ’uit brokstukken informatie en ideeën van anderen kon ze snel een nieuw en aansprekend geheel smeden.’ Haar kracht, zo lijkt het, was de methode van bricolage, het creëren van een nieuw geheel door wat er is op nieuwe manieren te schikken.

Hoe je de erfenis van Tine Halkes waardeert, hangt er mede van af welke wetenschapsopvatting je hanteert. Het kan goed zijn dat Halkes, zoals Van Heijst en Derks aangeven, geen wetenschapper was die een eigen conceptuele of methodologische bijdrage leverde aan het veld. Wel lukte het haar om ontwikkelingen die internationaal aan de gang waren, ook in Nederland voet aan de grond te laten krijgen en om wetenschappelijke inzichten en de inzet van het katholieke middenveld en de katholieke vrouwenbeweging met elkaar in gesprek te brengen. In termen van valorisatie was zij voorbeeldig, iets dat erkend en gewaardeerd mag worden.

Tegelijkertijd rijst ook de vraag wat de blijvende erfenis is van al dat vergaderen, al die notulen, brieven, notities en actielijstjes. Of eigenlijk, en eerlijker: wat hebben anderen met die erfenis gedaan? In haar afscheidsrede in 1986 maakt Tine Halkes zelf zich vooral druk over de bestendiging van feministische theologie als academische discipline: ’Wat mij zorgen baart is dat er nog steeds fakulteiten zijn die nog geen vaste formatieplaatsen hebben voor feministische theologie, waar tijdelijke en parttime aangestelde docentes in een onzekere situatie verkeren. Ik zou een krachtig beroep op de bestuurderen willen doen om vrouwenstudies in het algemeen en die in de theologie in het bijzonder de plaats te verzekeren die hun toekomt.’

Nog steeds relevant en actueel

Over precies deze vraag sprak ik, sinds 2020 opvolger van Tine Halkes op de bijzondere Catharina Halkes leerstoel voor Feminisme en Christendom, onlangs met studente Japke de Vries tijdens een begeleidingsgesprek in het kader van haar masterscriptie over vrouwelijk leiderschap in de kerk. Een gemene deler in de interviews die zij hield met leidinggevende vrouwen is dat zij allen zien hoe feministische theologie aan het verdwijnen is aan de Nederlandse universiteiten, en hoe de opleidingen lijken op te schuiven naar ‘rechts’. Anno 2023 kan geconstateerd worden dat de ‘bestuurderen’ hun verantwoordelijkheid onvoldoende hebben opgepakt.

Dit terwijl feministische theologie hard nodig is. Wat nu, een goede 37 jaar na het uitspreken van de rede, meteen opvalt, is vooral hoe actueel en relevant veel van de door Halkes omschreven spirituele en theologische innovaties en discussies zijn. We zijn nog lang niet af van de heksen: onder leiding van moderne heks Susan Smit zijn die aan een stevige comeback bezig, en eisen ze rehabilitatie en een monument. Nieuwe spiritualiteit is niet meer weg te denken uit het Nederlandse zingevingslandschap. De door Halkes in haar rede geciteerde Carol Christ riep al in de jaren zeventig op tot de noodzaak van bewustwording, awakening, een herkenbaar geluid in een tijd waarin veel maatschappelijke en academische discussie draait om de notie van woke. Nog in 2021 riep het Nederlands Bijbelgenootschap veel ongenoegen over zich af door de ‘eerbiedskapitaal’ (het aanduiden van God als Hij) terug te brengen in de nieuwe uitgave van de Bijbel. Genoeg redenen om de erfenis van Tine Halkes vruchtbaar te maken en voort te zetten. Desnoods met vergaderen.


ik-verwacht-iets-groots-600x903

Zie ook: Catharina Halkes, een christelijk feministe | Historiek

Bronnen bij het verhaal

Halkes, C.J. M. 1963. ”De vrouw en haar tijd. Afwezigheid van vrouw op Concilie. Nieuwe Haarlemsche Courant, 17 oktober.

Halkes, C.J.M. 1986. Feminisme en spiritualiteit. Afscheidsrede. Baarn: Ten Have.

Heijst, A. van en M. Derks. 2016. Catharina Halkes. ‘Ik verwacht iets groots.’ Levenswerk van een feministisch theologe, 1920-2011. Nijmegen: Vantilt. Klever, M. 2017. Halkes, Catharina Joanna Maria (1920-1922). Huygens Instituut: Halkes, Catharina Joanna Maria (1920-2011) (knaw.nl).

Zorgdrager. H. 2011. Tine Halkes (2020-2011): Onvermoeibare inzet voor positie vrouwen in kerk. Friesch Dagblad, 26 april

Een goed overzicht is ook te vinden op de site Beeldfiguren van het Christendom.

1986 Halkes achteraan